Een tafel vol mezze waar je de hele avond op kunt teren

Foto Olivier Middendorp

Op de website staat dat Libanees restaurant Artist elke dag van twaalf tot twaalf open is, maar vorig weekend hadden ze toevallig een speciale gelegenheid. Ik had niet begrepen dat ze daarna ook twee dagen dicht zouden zijn, dus het reserveren ging moeizaam. Maar iedere keer stonden ze netjes de volgende dag op mijn voicemail: „Sorry, menier Juël. Was speciale dag. Onz excuses. Graag volgende kier.” Dat siert.

Ik ben dol op de Libanese keuken, maar wat ik zo jammer vind aan de Libanese restaurants hier (in Amsterdam zijn ze op één hand te tellen), is dat ze altijd alleen de usual suspects serveren. Ik snap het ook wel – die gekke Hollanders bestellen van hun lang-zal-ze-leven geen geroosterde zangvogeltjes of rauwe lever. Maar het is altijd alleen maar hummus en baba ganoush, nooit eens muhammara (pittige peper-walnotenpasta) of foul bi tahini (tuinbonen-hummus). Maar dat is overal zo, dus daar ga ik Artist niet op afrekenen.

Artist is een familiebedrijfje dat al sinds 1977 op de hoek van het Sarphatipark gevestigd is. Ik vermoed dat er sindsdien weinig aan het interieur is veranderd. De vloer ligt vol Perzische kleedjes, de tafelkleedjes hebben dezelfde stoffige kleurencombinatie als de gordijntjes. Aan de muur hangen foto’s van Libanon: stranden, oude architectuur, cederbomen in de sneeuw. Het is donker, de uitgesneden houten lampenkappen werpen een schaduwmozaïek over het plafond. De meeste restaurants in Beiroet zien er allang niet meer zo uit. Naast de kapstok in de hoek staat een stereo-installatie met een gevuld cd-rek. We horen eerst Michael Bubblé, later Arabische muziek.

Bij een Libanees eet je mezze, een uitgebreid assortiment aan voorgerechten dat met pitabrood gegeten dient te worden (meestal zo uitgebreid dat je geen hoofdgerecht meer nodig hebt). De sambusek (kleine Libanese pizza) met lamsgehakt gekruid met kaneel en pijnboompitten is heel erg lekker, net als de baba ganoush (geroosterde auberginedip) en de lebne (Libanese hangop). Die smaken zoals het hoort. De falafel is prima. De tabouleh (frisse salade met bulgur en tuinkruiden) smaakt vooral naar peterselie en citroen (beetje saai). De hummus (kikkererwtenpasta) is zacht en romig, maar niet de lekkerste die ik ooit at.

Voor zo’n tafel vol mezze betaal je met z’n tweeën 45 euro. Dat is een prijzig voorgerecht; aan de andere kant, je kunt er de hele avond op teren. Bij de mezze krijg je namelijk ook nog de keuze kip met rijst en amandelen of een lamsspies. Ik kan niet zo goed kiezen, dus krijgen we van allebei een beetje. De rijst bij de kip is lekker, stevig maar niet droog, met rulletjes gehakt erdoor en gekruid met kaneel, kardemom, kruidnagel en ongetwijfeld nog veel meer. De lamsspies is echt heel goed. Mooi rosé, heerlijk gekruid met hetzelfde mengsel en verse groene kruiden, in ieder geval munt. Aanrader.

Ik ben blij verrast om kibbeh nayé tegen te komen op de kaart. Dat is rauw lamsgehakt met bulgur, en dat is heerlijk. Helaas, die hebben ze vandaag niet. De gewone kibbeh (hetzelfde maar dan gaar) ook niet. We bestellen nog een fattouch (een soort Libanese boerensalade, 8,-), die valt een beetje tegen; en kifta (lamstartaartjes met rijst en aardappel, 12,-). Die zijn weer lekker, al kennen we datzelfde kruidenmengsel nu wel een beetje. Op aanraden van Yuri Honing drinken we voor 30 euro een fles Château Ksara, een lekkere, volle, boerse wijn uit de Bekaa-vallei. De baklava, het toetje, is hier bijzonder lekker, met pistache, cashew en precies genoeg oranjebloesemwater (dat laatste is knap, want oranjebloesem is ongelooflijk overheersend).

Artist is een leuke, vriendelijke plek om de Libanese keuken te ontdekken. Het is niet bijzonder maar degelijk en niet duur. Bestel vooral de lamsspies en de baklava. En blijf zeuren om kibbeh nayé, muhammara en geroosterde vogeltjes. Misschien dat ze dan de kaart eens uitbreiden.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van ’n bekende Nederlander.