Echte economische welvaart

Er zijn verschillende alternatieven voor het bbp. Zo is de SER uiterst gecharmeerd van de dashboardbenadering die inzicht geeft in een veelheid van factoren, waaronder klimaat, energie en biodiversiteit. Probleem is welke factoren moeten worden meegenomen, en hoe je die afweegt. Een tweede alternatief wordt gevormd door indicatoren voor verantwoord beheer van natuurlijke hulpbronnen, zoals de ecologische voetafdruk. Die geeft het beslag dat een land of burger legt op de mondiale voorraad hulpbronnen, veronderstelt dat iedereen dezelfde rechten en behoeften heeft en richt zich op biofysische grootheden. Een derde alternatief vormen de indices zoals de Human Development Index (HDI). De HDI baseert zich op levensverwachting, opleiding en inkomen. Maar net als bij dashboards is niet duidelijk welke factoren moeten meetellen en voor hoeveel. Een ander alternatief is de aanpassing van bestaande economische indicatoren om te komen tot een betere welvaartsmaatstaf.

De tekortkomingen van het bbp worden steeds duidelijker en raken meer en meer bekend. Wellicht is het daarom de meest praktische benadering om de methodiek van welvaartsmeting te wijzigen. Dat kan door sommige bestedingscomponenten van het bbp af te trekken, zoals de kosten van milieuvervuiling en criminaliteit en de baten van vrijwilligerswerk, huishoudelijke activiteit en zelfvoorziening erbij op te tellen. Dan ontstaat een maatstaf voor duurzame economische welvaart. Dat is geen maatstaf voor duurzaamheid omdat bio- en geofysische aspecten buiten beschouwing blijven. Ook humanitaire waarden als vrijheid van meningsuiting worden niet verwerkt, en de oorzaken van veranderingen blijven buiten schot. Je moet namelijk niet een maatstaf voor ‘alles’ willen maken.