Dit is niet de tijd voor grote preken

Een week nadat een supertyfoon de stad Tacloban vernietigde, ebt de eerste schrik weg Wat overblijft zijn puinhopen Veel inwoners willen weg en laten hun familie, hun vermisten en hun leven achter

correspondent Zuidoost-Azië

Tijdens de mis hield Edwin Bacaltos het even niet meer. De pastoor wilde zijn parochie vertellen dat ze vol moesten houden en sterk zijn. Hij wilde vertellen dat dit niet het moment is om je af te vragen waarom tyfoon Yolanda Tacloban in puin achterliet. Maar hij deed wat hij niet wilde. De pastoor barstte in tranen uit.

Kijk rond in de Mother-of-Perpetual-Help-kerk en je begrijpt waarom. Aan de muur wordt in beeld de tocht afgebeeld van Jezus over de Via Dolorosa naar Golgotha. In de kerk leggen de parochianen hun eigen lijdensweg af. Een vader verwisselt het verband om de enkelwond van zijn dochter. Een moeder draagt haar baby op de arm. Zelf loopt ze mank en grijpt met haar vrije hand naar haar been. De kerk is overvol. De kerkbankjes zijn geen kerkbankjes, maar het onderkomen van driehonderd parochianen. Bacaltos: „De kerk is geen gebouw. Het is geen tempel. Een kerk is een gemeenschap die gevormd is door de mensen. Daar bieden wij ruimte aan.”

Een week nadat een supertyfoon Tacloban vernietigde, ebt de eerste schok weg. In de plaats komt het besef dat dit niet tijdelijk is. De vloedgolven waren na een half uur gezakt, de storm na een dag overgewaaid. Maar de doden begraven, het puin ruimen, bezittingen terugzoeken, elektriciteit herstellen en huizen herbouwen zal jaren duren, als het lukt. „De mensen hier kunnen dat alleen als ze weten dat God van hen houdt”, zegt de pastoor.

Geen straf van God

Maar Bacaltos worstelt ermee. „Mensen in de Filippijnen zijn gelovig en fatalistisch. Alles wat gebeurt, is Gods wil. Maar dit is geen straf Gods. Dit is de natuur”, zegt de pastoor. Grote preken laat hij dezer dagen achterwege. Bacaltos: „Daar is dit niet het moment voor. Wij moeten kracht putten uit gebed en elkaar helpen, met eten, medicijnen en onderdak.” De pastoor erkent dat hij mensen moest weigeren. De kerk is niet groot genoeg voor iedereen. Alleen parochieleden mogen naar binnen.

Ondanks de boodschap van doorzettingsvermogen en vertrouwen in de liefde van God, willen veel inwoners van Tacloban weg. Liever laten ze hun huis, hun familieleden, hun vermisten, hun baan en hun leven achter dan nog een dag langer in de puinhopen en afvalbergen te verkeren.

Een paar minuten voor twaalf wordt de laadklep van de Dagupan City gehesen, een vrachtschip van de Filippijnse marine. Daarmee komt voor 2.500 mensen een einde aan zes vreselijke dagen. Meer opvarenden mocht het schip niet meenemen, vertelt commandant Reynaldo Yoma van de Filippijnse marine. „We hebben meer mensen dan toegestaan, maar zitten lang niet aan ons maximale gewicht”, zegt Yoma. Mensen hebben nauwelijks bagage. Ze vluchten met de kleren die ze aan hebben. Een enkeling neemt een scooter of auto mee.

De boot zat vol

Yoma staat op de kade en kijkt hoe de Dagupan City de haven van Tacloban verlaat. Pas over drie dagen zal het volgende transportschip vertrekken. „We doen wat we kunnen. Er zijn schepen naar afgelegen eilanden waar nog niemand is geweest. Dit is alles wat ik heb”, zegt Yoma. Hij vertelt dat de marine de opvarenden heeft verteld dat ze alleen drinken zullen krijgen. „Er is ook eten aan boord. Maar als dat was uitgelekt, was de kans op een stormloop in de haven te groot.”

Beteuterd kijkt Armand Hego (16) vanaf de kade hoe het schip wegvaart. Samen met zijn moeder, grootmoeder, vier zussen en heel veel ooms, tantes, neven en nichten stond Hego achttien uur in de rij. „Net toen we vooraan de rij stonden, zat de boot vol. We blijven wachten tot de volgende”, zegt Hego. In Cebu, de bestemming en een havenstad op een dag varen, kennen ze niemand.

Eigenlijk wil Hego helemaal niet weg uit Tacloban. Het is de stad waar hij geboren is, waar hij de weg kent en waar zijn vader vorig jaar werd begraven. Vertrekken voelt toch of hij de boel in de steek laat. Hun huis aan het strand zal geplunderd worden, zegt hij. En niemand zal zich nog om zijn vaders graf bekommeren. Maar blijven is geen optie. Hego: „Ik wil hier nooit meer terugkomen. Tacloban is geen gezegende stad meer.''