Die trouwe Friezen lieten het afweten

De uitkomst van de raadsverkiezingen in Friesland en Alphen is voor de VVD een domper. Maar vergeleken met de peilingen viel het mee. Geen reden tot paniek, besluit Hans Wiegel.

De afgelopen weken was het druk in Friesland. Eerst een mooie herfstvakantie met zon. Daarna een paar stormachtige dagen. En toen regende het hier van de politieke kopstukken. Niet dat nu het beeld ontstond van: ‘de problemen verdwijnen als de kopstukken verschijnen’, maar toch.

Veel empathie, vriendelijke mededelingen en wat handen schudden, vragen stellen en rozen uitdelen. Daar was natuurlijk een reden voor. Verkiezingen voor de deur. Tussentijdse, want een aantal gemeenten wordt samengevoegd, uiteengerukt of heringedeeld.

Woensdag waren die verkiezingen er. Je kunt altijd de commentaren voorspellen. De winnaars wijzen op de landelijke trend die uit de uitslag zou spreken. De verliezers noemen de plaatselijke omstandigheden als verklaring voor hun zetelverlies. Laten we wel wezen. De uitslag is een graadmeter, een testcase. De meeste burgers stemmen bij dit soort verkiezingen gewoon op de partij waar ze bij Kamerverkiezingen ook op zouden stemmen. Een linea recta vertaling van uitslag naar landspolitiek is echter te simpel. PVV, SP, en 50Plus deden niet mee. Bleven vragen als: hoe zal de enorme teruggang in de peilingen voor de twee regeringspartijen zich gaan vertalen in de uitkomst? Zou het CDA, van de Fries Van Haersma Buma, zich wat herstellen? In Friesland maakte vroeger altijd het CDA, samen met de PvdA, de dienst uit.

En hoe zou D66 het gaan doen? Knap geopereerd in de tussentijdse onderhandelingen over het regeerakkoord. Een eigen gezicht laten zien. Niet gebonden aan die plannen waarover geen afspraken zijn gemaakt.

Nu de uitslag. De grootste groep vormen de kiezers, die niet zijn gaan stemmen. De politieke kopstukken uit Den Haag kregen een signaal van ontevredenheid. Als in Friesland, waar de kiezers altijd trouw opkomen, slechts zo rond veertig procent meedoet, zegt dat veel.

Onze Fryske Nasjonale Partij, hier geworteld, deed het uitstekend. In één van de gemeenten werd ze zelfs de grootste partij. D66 won duidelijk en werd in Leeuwarden zelfs groter dan de VVD. Een beloning door de kiezers van het Haagse optreden van Pechtold en de zijnen. Het CDA hield zich goed. Won licht in Friesland en werd verrassend de grootste partij in Alphen aan den Rijn. Een opsteker voor Buma. De PvdA deed het hier boven verwachting. Samsom kan opgelucht zijn. Twee kanttekeningen: de SP deed niet mee en de PvdA in het Leeuwarder stadsbestuur heeft het goed gedaan.

De VVD zal niet staan te juichen. In Alphen fors achteruit, in Friesland licht verlies. Concurrent PVV deed overigens niet mee. Maar net als voor collega-regeringspartij PvdA viel ook de uitslag voor de VVD in vergelijking met de peilingen mee. Er is dus voor de VVD geen reden voor paniek. Integendeel. Gesteund door een meerderheid in beide Kamers staat de coalitie niet anders te doen dan de komende maanden bestuurlijke daadkracht te tonen. Dat kan en dat moet, inhoudelijk en politiek.

In maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. In mei: de Europese verkiezingen, die door het recente optreden van Wilders en mevrouw Le Pen een extra dimensie krijgen. En het jaar daarna die voor Provinciale Staten en dus de Eerste Kamer. Die gaat er vast en zeker anders uitzien dan nu.