De wielerwereld is nog lang niet klaar met pijnlijk zelfonderzoek

‘Waarheidscommissie’ moet dopingverleden in wielrennen sinds 1998 ophelderen

Hein Verbruggen enLance Armstrong in de Tour de France van 2002. Foto AFP

Hebben we inmiddels niet genoeg vernomen over dopingzondaars in het wielrennen, na de bekentenissen van Lance Armstrong en tientallen andere renners uit zijn tijd?

Het antwoord is nee. Twee maanden geleden werd de Engelsman Brian Cookson gekozen als nieuwe voorzitter van de internationale wielerunie UCI, als opvolger van de Ier Pat McQuaid. De belangrijkste verkiezingsbelofte van Cookson betrof het instellen van een ‘waarheidscommissie’, die voor eens en voor altijd openheid zou brengen over de dopingcultuur in het wielrennen van de voorbije decennia.

Gisteren werd bekend dat zo’n commissie er komt, in samenwerking met wereldantidopingagentschap Wada. Cookson spreekt liever van een ‘onderzoekscommissie’. McQuaid wilde nooit aan een waarheidscommissie, omdat hem dat „te veel aan Zuid-Afrika” deed denken.

Toch heeft ook de nu hevig bekritiseerde Ier wel pogingen ondernomen om de waarheid over doping in het wielrennen naar boven te krijgen. Zo stelde hij een jaar geleden een commissie in die de rol van de UCI in de zaak-Armstrong moest onderzoeken. Maar die commissie, onder leiding van de Britse rechter Sir Philip Otton, heeft haar werkzaamheden voortijdig gestaakt, volgens McQuaid omdat het Wada niet wilde meewerken.

Ook in het onderzoek dat Cookson heeft geïnitieerd, zal Armstrong een belangrijke rol spelen. Zelf heeft de Texaan dit voorjaar bij Oprah Winfrey openheid gegeven over zijn eigen verleden, maar hij weigerde om namen te noemen van anderen die betrokken waren bij de omvangrijke dopingcultuur.

Tegen de wielerwebsite cyclingnews.com zei hij deze week dat hij wel zou willen verschijnen voor een waarheidscommissie, maar dat daar wel iets tegenover moet staan. Zo zou zijn levenslange schorsing door het Amerikaanse antidopingagentschap Usada kunnen worden omgezet in acht jaar. Op die manier zou de 42-jarige Amerikaan nog voor zijn vijftigste verjaardag weer kunnen deelnemen aan bijvoorbeeld triatlons. Cookson heeft gezegd dat hij niet bij voorbaat afwijzend staat tegenover strafvermindering voor Armstrong, maar dat het aan Usada is om daarover te beslissen.

Met de waarheidscommissie hoopt Cookson af te rekenen met enkele vragen die het wielrennen nog altijd kwellen. Zo moet er eindelijk maar eens een antwoord komen op de vraag of de UCI Armstrong heeft beschermd, bijvoorbeeld door hem na een positieve dopingtest toch niet te schorsen. Ook de gift van Armstrong aan de UCI – 100.000 euro voor de dopingbestrijding – moet nader worden onderzocht.

Dit betekent ook dat de rol van twee oud-UCI-voorzitters, McQuaid en de Nederlander Hein Verbruggen, aan de orde zal komen. Hebben zij Armstrong de hand boven het hoofd gehouden? Vooral over Verbruggen, de man die eind jaren negentig de toegestane hematocrietwaarde maximeerde op 50 procent, bestaat in de wielerwereld nog altijd veel chagrijn. McQuaid maakte hem nota bene erevoorzitter van de UCI, maar inmiddels zou Verbruggen niet meer welkom zijn op vergaderingen van de wielerunie.

Een ander Nederlands tintje aan het dopingonderzoek betreft de voormalige Rabobankploeg. Volgens de Deense dopingzondaar Michael Rasmussen zijn ook Raborenners, onder wie hijzelf, niet uit koers genomen na een positieve dopingtest. De UCI zou daarvoor hebben gekozen om de wielersport na alle schandalen niet nog verder in diskrediet te brengen.

In Nederland is dit voorjaar aan alle oud-renners die nu nog bij een ploeg werken de mogelijkheid geboden om open te zijn over hun eventuele dopingverleden. Tegenover een bekentenis zou slechts een schorsing van een half jaar staan. Toch heeft Belkin deze zomer ploegleider Jeroen Blijlevens ontslagen na onthullingen over zijn dopinggebruik, dat hij dus niet in het voorjaar had toegegeven.

Begin volgend jaar moet de ‘waarheidscommissie’ van UCI en Wada van start gaan. De wielerwereld is voorlopig dus nog niet klaar met haar dopingverleden.