De werkelijkheid is niet dood

Wanneer heeft u voor het laatst in het dagboek van Anne Frank gelezen? Vorige week zwiepte ik een roman bij het oud vuil, Maggie getiteld, waarin een ongetwijfeld Amerikaanse auteur zich voorstelde hoe het leven van Annes zuster Margot had kunnen verlopen als ze niet was gestorven in Bergen-Belsen. Nu het boek weg is, heb ik spijtheimwee: misschien staat Maggie voor Margaret Thatcher en mis ik een waanzinnig interessante what-if-geschiedenis.

Wel was ik De man van veel aan het lezen, de roman die Karin Amatmoekrim schreef over de periode die de Surinaamse volksheld Anton de Kom (1898-1945) tegen zijn zin doorbracht in een Haagse psychiatrische inrichting. In de openingsscène zien vrouw en kinderen van De Kom toe hoe hij in 1939 door broeders met met opgestroopte mouwen wordt meegevoerd naar het gekkenhuis. Hij denkt dat ze hem om politieke redenen komen halen. In werkelijkheid heeft zijn familie gebeld, wat de scène dramatische kracht geeft: precies wat een goede roman vermag.

Maar ja, de werkelijkheid is nog niet dood. De drie in Suriname levende kinderen – Ad de Kom (87 jaar), Cees de Kom (85 jaar) en Judith de Kom (82 jaar) – hebben in Paramaribo een verklaring uitgeven: ‘Onwaardig en kwetsend zoals onze vader Anton de Kom en moeder Petronelle de Kom-Borsboom worden beschreven. Wij distantiëren ons nadrukkelijk en volledig van de inhoud van dit boek.’ Dagblad De ware tijd verzamelde inmiddels een reeks kritische reacties, de een (van Cynthia McLeod) genuanceerder dan de andere. Amatmoekrim heeft laten weten verdrietig te zijn dat mensen zich blind staren op de ‘zwaktes’ van De Kom zoals die in het boek worden beschreven.

Maar goed, Anne Frank dus, van wie deze week het Verzameld Werk (een titel waar ze zelf waarschijnlijk giechelig over gedaan zou hebben) verscheen. Een mooi boek met een zakelijke achtergrond: in 2015 is Anne Frank 70 jaar dood en loopt het auteursrecht af. Dus kan dan iedereen die dat wil haar dagboek uitgeven. Wat de beginvraag betreft: zelf kwam ik uit op een jaar of dertig. Mijn exemplaar kreeg ik bij het afscheid van de lagere school (‘De bal is rond’ schreef de meester voorin), maar vaker dan één keer las ik het dagboek niet.

Indrukwekkender dan de ellende van de onderduik (gluten bestonden nog niet, er was gewoon geen brood) zijn de bitse momenten van Anne. Politiek: ‘Hongarije is door Duitse troepen bezet, daar zijn nog een miljoen joden, die zullen er nu ook wel aangaan.’ Privé: ‘Moeder is verdrietig, daar zij nog van mij houdt, ik ben helemaal niet verdrietig, daar zij voor mij afgedaan heeft.’ Veel méér dan in het lijden, de kruin van de kastanjeboom of de verliefdheid op die suffe Peter schuilt in die illusieloze observaties de schrijfster die aan Anne Frank verloren is gegaan toen op 4 augustus 1944 de familie Frank werd gearresteerd. Drie dagen later werd trouwens Anton de Kom opgepakt in Den Haag. Het zou zomaar door dezelfde agent gedaan kunnen zijn – misschien zit daar nog eens een roman in. (Dit laatste is een grapje.)