‘Beter betaalde toezichthouder houdt dan ook beter toezicht’

De overheid wil altijd extra toezicht als het fout gaat. Maar er moet veel meer veranderen.

Onderwijsgroep Amarantis, thuiszorgconcern Meavita, woningcorporatie Vestia, allemaal staan ze symbool voor hetzelfde: grote misstanden en een falend toezicht. Slechte toezichthouders in de semipublieke sector moeten daarom sneller worden ontslagen of aansprakelijk worden gesteld, schrijft minister Opstelten (Justitie, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer. Ook moeten hun taken preciezer worden omschreven.

In de semipublieke sector werken zo’n 2 miljoen mensen. De politieke roep om meer, beter en strenger toezicht is geen nieuwe boodschap, eerder een automatisme na elk incident. „De ambtenarij en de politiek denken altijd in extra toezicht”, zegt hoogleraar corporate governance Paul Frentrop van Nyenrode.

Maar helpt het ook? Vier misverstanden over toezichthouders.

Ze houden alles in de gaten

Frentrop: „De verwachtingen zijn te hoog. Overschat de rol van toezichthouders niet. De enige informatie die ze krijgen, komt van de mensen die ze juist in de gaten moeten houden. Je weet dus niet zoveel en je weet het altijd te laat. Als de directie iets verborgen wil houden, kom je het nooit te weten. Dat geldt ook voor extern toezicht. De Nederlandsche Bank wist ook niets van de rol van de Rabobank bij de Liborzaak.”

„Bijkomend probleem in de semipublieke sector is dat de opdracht van toezichthouders vaak onduidelijk is. Waar moet je op letten als je een ziekenhuis in de gaten houdt? Dat ze een bepaald aantal patiënten genezen? Dat ze een bepaald aantal mensen opnemen? Of dat ze een bepaald aantal artsen in dienst houden? De onduidelijke strategie is vaak de grootste handicap in de semipublieke sector.”

Ze doen het voor een habbekrats

„Vroeger wilden toezichthouders iets bijdragen aan de samenleving. Het ging om het maatschappelijk belang. Dan kan een minister niet gaan zeuren over sneller aansprakelijk stellen. Als je beter toezicht wilt, is het eerste waar ik aan denk: beter betalen. Maar dat is nog een groot taboe. Drieduizend euro per jaar en gratis reizen per openbaar vervoer in de tweede klas, daar trek je geen goede mensen mee. Terwijl je juist mensen met veel kennis en ervaring zoekt. Geef ze 50.000 euro, dat krijgt de gemiddelde toezichthouder bij een beursfonds ook. Voor een voetbalteam krijg je ook betere spelers als je meer betaalt.”

Ze moeten onafhankelijk zijn

„Je moet niet iemand hebben die onpartijdig is, die erboven zweeft. Toezichthouders moeten juist een belang hebben, dan letten ze veel beter op. Want dan hebben ze iets te verliezen. Neem corporaties. Stel daar bijvoorbeeld ook banken als toezichthouders aan. Of werknemers bij bedrijven. Natuurlijk moet er wel onafhankelijkheid zijn als het gaat over de vraag: op wie houd je toezicht? Niet dat de broer van de directeur hem in de gaten moet houden.”

Beter dan toezicht: gedragscodes

In het onderwijs, bij corporaties, in de zorg, bij banken, goede doelen, in de kinderopvang: overal zijn codes te vinden die goed bestuur moeten bevorderen. De codetrend is overgewaaid uit Engeland. De eerste Nederlandse: de code-Tabaksblatt voor beursgenoteerde ondernemingen in 2002. Frentrop: „Er is een hele code-industrie ontstaan. Maar codes worden maar om één reden gemaakt: om mensen die ze opstellen, te beschermen. Het is eigenbelang. Codes komen altijd uit de beroepsgroep zelf, ter voorkoming van wetgeving. Het doet geen pijn je aan codes te houden. Ik ken geen onderzoek waaruit blijkt dat codes effectief zijn.”