Actievoerder, romanticus, strateeg?

De PvdA-leider bleek een bijna profetisch strateeg tijdens de verkiezingscampagne van 2012. Maar hoe kan zo’n strateeg zulke lelijke fouten maken in het vervolg op diezelfde verkiezingscampagne?

Diederik Samsom in zijn straatcoach uniform in Amsterdam Slotervaart in september 2011

‘Je moet aan het einde van de tunnel gaan staan en schreeuwen: Hier moet je naar toe, hier is het licht.’ Wie zich in de politiek zo’n rol aanmeet, verdient een biografie. Al helemaal als hij zich heeft opgewerkt tot een van de toonaangevende politici. En ook nog eens als hij zich in een rusteloze, zoekende en instabiele periode aanmeldt. Alleen al daarom is het boek over PvdA-leider Diederik Samsom, geschreven door Derk Stokmans, politiek redacteur voor deze krant, meer dan welkom. Wie is de man die zulke grootse plannen met Nederland heeft? De politicus die bijna uit het niets kwam opzetten, een imposante campagne voerde en een jaar geleden bijna premier werd?

Stokmans heeft een goed boek geschreven, een verplicht nummer voor iedereen die wil weten hoe het op en rond het Binnenhof toegaat. Hoe verkiezingscampagnes worden opgezet. Wat zich binnen fracties afspeelt. Wat in de befaamde wandelgangen van de Tweede Kamer gefluisterd wordt. Wat er in de minstens zo beruchte achterkamertjes ‘uitgeruild’ wordt. Het is een van de eerste, serieuze boeken die met gevoel voor details en anekdotes het verhaal over de verkiezingscampagne en de kabinetsformatie van 2012 doet.

Maar tot Samsom heeft Stokmans niet echt weten door te dringen. Zijn – bewonderend – portret tekent een ‘romanticus voor de democratie’, iemand die met grote woorden, gepolijste verhalen en grootse gebaren politiek bedrijft en zich laat onderdompelen. Iemand die, mismoedig, een tijdje het Binnenhof achter zich laat om zich ‘uit te leven’ als straatcoach in Amsterdam: zo’n man is hij.

Gaandeweg kom je onder de indruk van Samsoms passie, gedrevenheid, energie en deskundigheid. Maar zijn gelijkhebberigheid, drammerigheid en arrogantie gaan ergeren. Overal kleurt het van de jongensboekenromantiek. Aan het einde blijft het beeld hangen van de jonge actievoerder-met-krulletjes die op volle zee, pratend tegen de wind in, zijn maten van Greenpeace in hetzelfde bootje aanvuurt vol te houden in de strijd tegen kernafval en voor windmolens.

Stokmans’ portret is meer beschrijvend dan verklarend. Als journalist heeft hij veel met Samsom gesproken, al voor hij een bekende Nederlander werd. Maar het blijft te veel aan de buitenkant steken. Soms lijkt hij betoverd door al die mooie woorden. En soms vraagt hij zich, wat wrevelig, af of hij zich in de luren laat leggen door de snake oil salesman, de kwakzalver met gladde tong uit de Lucky Luke-strips.

Het portret is niet af. Wie is Diederik Samsom nou eigenlijk? Waar staat hij echt voor? Is hij nog steeds de verkapte milieuactivist of heeft hij zich bekeerd tot politiek bruggenbouwer? Staat hij als bijna-Groen Linkser links of veel meer in het centrum van de politiek? Is zijn geloof in polarisatie als politiek strijdmiddel echt voorbij?

Omdat zijn drijfveren niet helder worden, houdt Samsoms optreden iets onverklaarbaars. Hoe kan iemand die met verve tegen het Lenteakkoord is zich een tijdje later wel het vuur uit de sloffen lopen voor een Oranjecoalitie? Hoe laat zich verklaren dat iemand die zich als nieuwbakken leider van de PvdA ‘sorryloos links’ presenteert zonder kennelijk veel scrupules de beschermheer van een coalitie met de VVD wordt? Wat heeft hij tegen Alexander Pechtold (D66)?

Samsom rijst uit het boek op als een goed, bijna profetisch strateeg. Hoe hij de stemming aanvoelt, is knap. Hoe hij bijtijds de vastlopende campagne van de PvdA met zijn ‘eerlijke verhaal’ nieuw leven in blaast – door Stokmans prachtig beschreven – is indrukwekkend. En hoe hij Emile Roemer laat verbleken en Mark Rutte [‘nu begint u weer’] in het nauw drijft – eveneens met smaak verteld – is al een klassieker.

Maar hoe kan zo’n strateeg zulke lelijke fouten maken in het vervolg op diezelfde verkiezingscampagne? Door het al te grove Grote Uitruilen tijdens de kabinetsformatie. Door de Eerste Kamer over het hoofd te zien. Door gevoeligheden in zijn eigen partij te onderschatten. Door de oppositie te bruuskeren.

Is het de romanticus die de strateeg in de weg zit? Of werkt Samsoms methode wellicht niet? Is Nederland toch te veel het land van de kleine, realistische stappen om zich voor langere tijd over te geven aan adembenemende, romantische vergezichten? Of is het verhaal te mooi om waar te zijn? Dat zal het vervolg moeten leren.

Stokmans portret van Diederik Samsom – de ‘opkomst’ heet het – is onvermijdelijk onaf. Het is te vroeg om zelfs maar een eerste balans op te maken. Wie dat nadeel op de koop toeneemt, krijgt een mooi portret van iemand bij wie de jongensboekenromantiek er van afdruipt. Plus een intrigerende blik achter de schermen van de politiek.

Jan Schinkelshoek is oud-journalist en oud-politicus. Hij was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en lid van de Tweede Kamer voor het CDA.