Zeeland weet niet hoe de jeugdzorg straks moet

Zeeland heeft de plannen voor jeugdzorg niet op orde. „Een kind kan toch niet zomaar weg uit een pleeggezin?”

In Zeeland is het afwachten of de jeugdzorg na 2015 betrouwbaar blijft. „Continuïteit van zorg is niet geborgd”, schrijft de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd in het rapport dat ze deze week presenteerde. Van de 41 jeugdzorgregio’s – samenwerkingsverbanden van gemeenten – scoort de Zeeuwse het slechtst. Het is zeer de vraag of „tijdig afspraken kunnen worden gemaakt over de continuïteit van de zorg en de infrastructuur”.

De dertien Zeeuwse gemeenten hebben ingestemd met een afspraak voor slechts één jaar. Zeeuwse jeugdinstellingen maken nu 80 miljoen euro omzet. Afgesproken is dat de gemeenten daarvan in 2015 88 procent garanderen. De gemeenten hechten vooral aan het behoud van specialistische zorg in inrichtingen. „We zitten hier in de periferie van het land, dus die zorg willen we als solidaire gemeenten overeind houden”, zegt Jo-Annes de Bat, wethouder in Goes.

Wat er na 2015 gebeurt, is onduidelijk. Nederlandse gemeenten moeten van 2015 tot 2018 op de jeugdzorg 450 miljoen euro bezuinigen. Zeeland kampt nu al met een tekort, van 8 miljoen euro. Dit kan betekenen dat jeugdhulpverleners van het Zeeuwse Juvent in één jaar mogelijk 25 procent of meer moeten bezuinigen.

„Dan kan ik de zorg niet meer garanderen”, zegt bestuurder Hein Abbing van Juvent. „Dat er moet worden bezuinigd, begrijp ik. Maar het is niet realistisch die bezuiniging in één jaar te realiseren. Je hebt afspraken met pleeggezinnen die je moet nakomen. Ik kan toch niet tegen een kind zeggen dat het ineens weg moet uit een gezin?”

De provincie Zeeland, nu nog verantwoordelijk voor de jeugdzorg, waarschuwde onlangs ook al voor een te abrupte overgang in 2015. „Je kunt als gemeente wel zeggen dat je gaat bezuinigen, maar wanneer een kind nu in een veilige omgeving is geplaatst, kun je daar niet zomaar mee stoppen”, zei gedeputeerde George van Heukelom in de Provinciale Zeeuwse Courant.

De Zeeuwse gemeenten willen niet te ver vooruitkijken, omdat ze niet weten hoeveel geld ze krijgen van het Rijk, zegt wethouder Marin de Zwarte van Vlissingen. „We gaan met de aanbieders van zorg in gesprek. Maar zolang wij geen zekerheid hebben over onze inkomsten, kun je van ons niet verwachten dat wij anderen die zekerheid wél geven.”

Kan zijn, stelt Juvent-bestuurder Abbing, maar zonder langjarige afspraken wordt de jeugdzorg duurder. Nu bedienen ruim 400 Juvent-medewerkers en pleegouders 1.500 jongeren. En straks? „Als ik in één jaar plots minder zorg kan verlenen, moet ik naar de kantonrechter om medewerkers met een ontslagvergoeding weg te sturen. Als we de afspraken voor meerdere jaren maken, kunnen die medewerkers uitstromen naar een nieuwe baan. Dat is veel minder duur.”

Wethouder De Bat uit Goes: „We gaan met elkaar in overleg.”