Wilders wast antisemitisch Front wit

De PVV stond altijd pal voor ‘de Joodse zaak’, maar nu ziet de partij een hoger belang: een front tegen multicultureel Europa, schrijft David Wertheim.

Illustratie Roel Venderbosch

Sommige commentatoren zien in de ontluikende liefde tussen Marine Le Pen en Geert Wilders een fundamentele ommezwaai bij het Front National. Marine Le Pen laat zich fotograferen met de Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties en benadrukt in haar uitspraken ook het belang en de ernst van de Holocaust.

Daarmee lijkt zij haar antisemitische veren te hebben afgeschud. Anderen zien een verandering bij Wilders, waarbij de PVV zich voegt in het kamp van extreem-rechts. Immers, Marines vader, Jean-Marie Le Pen, die bij herhaling de Holocaust een „detail” noemde, zetelt nog altijd namens het Front National in het Europees Parlement.

Toch is hun toenadering niet het gevolg van een fundamentele verandering. Hoezeer Wilders zich in het verleden heeft geprobeerd te distantiëren van het Front National, als na-tionalistische partijen waren beide altijd al aan elkaar verwant: ze bedrijven een politiek van uitsluiting die op nationalistische sentimenten is gebaseerd.

Gezamenlijk hekelen ze de multiculturele samenleving, verafschuwen massa-immigratie en willen de Europese gedachte om zeep helpen. In de aanloop naar de Europese verkiezingen hebben zij nu besloten op dit punt hun krachten te bundelen.

Het enige obstakel dat toenadering in de weg stond, was het antisemitisme binnen het Front National. Dit antisemitisme komt voort uit de nationalistische traditie binnen het Front; een traditie die ontstond in de negentiende eeuw en die gebaseerd is op animositeit ten opzichte van het Joodse volk.

Dit nationalisme – dat in heel Europa wortel schoot – beschouwde Joden per definitie als onbetrouwbaar. Als kosmopolieten, met hun dubbele loyaliteiten en hun internationalistische agenda, vormden Joden het levende voorbeeld van het verwateren van nationale deugden.

Dat maakte ze tot de natuurlijke vijand van iedere nationalist. Dit was zeker het geval in Frankrijk, het land van de beruchte affaire rondom de Joods-Franse officier Alfred Dreyfus (1859-1935), later aan de kaak gesteld door Émile Zola in diens open brief J’accuse.

De valse beschuldiging van spionage en hoogverraad tegen Dreyfus bevestigde nog eens het gevoel onder Fransen dat van Joden niet anders te verwachten was dan dat zij voor geldelijk gewin hun land in de steek lieten.

Omgedraaid beeld

In Nederland is die traditie altijd minder sterk geweest. Toen de PVV opkwam, kon ze zich daarom makkelijker een nationalisme eigen maken dat niet in die traditie wortelde.

Bovendien droeg de PVV, als een relatief nieuwe rechts-nationalistische partij, niet de ballast mee van een neonazistisch verleden.

Op basis daarvan heeft Wilders zijn nationalistische agenda gefundeerd op een volledig omgedraaid beeld van Joden. Identificatie met de Joodse zaak werd dan ook een kernpunt van de ideologie van de PVV.

Hij sloot daarmee aan bij de wijze waarop sinds de Tweede Wereldoorlog het imago van Joden in het Westen volledig is veranderd. In veel opzichten is niet langer het christendom, met zijn anti-judaïstische connotaties, een leidend moreel kompas, maar juist de herinnering aan de Holocaust.

Joden zijn niet langer dolende, maar dwingen respect af met hun eigen staat. De meeste burgers met een afwijkende culturele achtergrond zijn niet langer Joden, maar immigranten uit de Arabische wereld. Onder hen vormt antisemitisme een probleem.

Wilders’ nationalisme viel daarmee in goede aarde. Het is deze politiek die de PVV, ondanks haar nationalistisch geïnspireerde politiek van uitsluiting, de mogelijkheid verschafte toe te treden tot het centrum van de macht.

Het lijdt immers geen enkele twijfel dat noch de VVD noch het CDA ooit een intensieve samenwerking zou zijn aangegaan met de PVV als deze voor een keppeltjestaks had gepleit in plaats van een kopvoddentaks. Of wanneer de PVV de PvdA zou hebben weggezet als de Partij van de Joden in plaats van de Partij van de Arabieren. Wilders’ succes laat zien dat een nationalistische agenda tegenwoordig het beste te verkopen is als deze gelegitimeerd wordt door identificatie met Joden.

Marine Le Pens poging haar partij van neonazistische elementen te zuiveren, is dan ook geenszins een kentering in haar onderliggende nationalisme. Ook zij heeft nu begrepen dat de maatschappelijke perceptie zo is veranderd dat het grote publiek niet meer te winnen is voor nationalisme door naar Joden te wijzen als oorzaak van alle problemen. Maar haar veranderde toon dient nog altijd het nationalisme – net als bij Wilders.

Het is winst dat antisemitisme niet meer zo’n breed gedragen sentiment is dat men erop kapitaliseren kan. Maar dat is een maatschappelijke ontwikkeling, en noch de verdienste van Wilders noch van Le Pen. Het gevaar van een politiek van uitsluiting, die voortvloeit uit het door Wilders en Le Pen bejubelde nationalisme is ondanks hun positieve houding tegenover Joden allerminst verdwenen.