Wilders en Le Pen moeten hun samenwerking nog vormgeven

Wilders en Le Pen trokken veel media. Of samenwerking hun meer politieke invloed oplevert, bleef in het midden.

Toen de cameraploegen vertrokken waren, gaapte er geen geringe kloof tussen de grote woorden (‘historisch’) en de feitelijke afspraken die Geert Wilders en Marine Le Pen gisteren maakten.

Dat de leiders van het Front National en de PVV in Europa willen samenwerken, was sinds dit voorjaar bekend. Daar had Le Pen Den Haag niet voor hoeven bezoeken. Maar van aanvullende afspraken, die een samenwerking van Wilders en Le Pen politieke kracht zouden geven, bleek gisteren niets.

Om een gezamenlijke fractie in het Europees Parlement te vormen, moeten Wilders en Le Pen partijen uit vijf andere EU-lidstaten bereid vinden zich bij hun anti-Europese pact aan te sluiten.

Gisteren bleek alleen dat zowel Le Pen als Wilders daarvoor partijen uitsluit: Wilders wil niet met de British National Party; Le Pen niet met het Hongaarse Jobbik. Maar een plan om die vijf andere partijen aan zich te binden, werd niet bekendgemaakt.

Vooraf was er ook speculatie dat Le Pen als voorwaarde aan samenwerking met de PVV zou stellen dat Wilders er lijsttrekker bij de Europese verkiezingen van zou worden. Ook op dit punt bereikten de twee leiders niets: Wilders maakte dinsdag bekend dat hij hooguit lijstduwer wil worden. Vaststaat dat hij de lijst van zijn partij niet gaat aanvoeren, zei Wilders.

De ‘historische’ samenwerking van de twee partijen blijft voorlopig dus zonder concreet resultaat.

De echte risico’s moeten nog worden genomen. Zo is het voor Wilders nu vrijwel onvermijdelijk samen te gaan werken met de Oostenrijkse FPÖ. De sceptische reactie van Israëllobbyist CIDI op zijn pact met Le Pen, gisteren in Nieuwsuur, maakte al duidelijk hoe gevaarlijk dit voor hem is. Weinig PVV'ers die worden gemotiveerd door steun aan Israël zullen het openlijke – en actuele – antisemitisme in de FPÖ kunnen waarderen.