Wie manipuleert er hier nou zijn munt?

Valutapolitiek, zo stelde het Amerikaanse Congres gisteren, moet een grotere rol spelen in de handelsonderhandelingen die de VS voeren met de landen rond de Stille Oceaan. De eis komt twee weken na de Amerikaanse kritiek op vooral de Duitse (en Nederlandse) overschotten op de handels- en betalingsbalans, in het halfjaarlijkse rapport over valutapolitiek van het ministerie van Financiën in Washington.

De VS zijn, kortom, beducht dat andere landen oneerlijk spel spelen met hun valuta’s, en die proberen onder te waarderen ten opzichte van de dollar. Maar wacht eens even: hoe zou een imaginair, soortgelijk rapport van de Europese Commissie over het Amerikaanse beleid er eigenlijk uitzien? Wel, zo’n beetje als volgt:

De economische groei van de VS zal dit jaar vermoedelijk 1,6 procent bedragen, tegen een krimp van 0,4 procent voor de eurozone. De inflatie in de VS is vergelijkbaar met die in de eurozone, op rond de 1,5 procent. De rente in de VS is iets hoger voor de korte termijn, en een vol procentpunt hoger, als treasuries worden vergeleken met Duitse staatsobligaties. Het Amerikaanse begrotingstekort, nu rond de 5 procent, komt snel naar beneden en de staatsschuld is hoog, maar niet veel hoger dan die in de eurozone.

Vraag: bij een sneller groeiende Amerikaanse economie, een hogere rente en voor de rest vergelijkbare eigenschappen, wat doet de Amerikaanse munt in godsnaam op een koers van 1,34 dollar per euro? Dat lijkt veel te goedkoop.

Zoals bekend begon de euro-dollarkoers in 1999 op 1,17, en ging hij in de jaren van de dotcom-hype naar 0,84 dollar per euro. De dollar was ijzersterk op een moment dat de VS hard een middel tegen oververhitting nodig hadden. Pas later zou de dollar verzwakken. In de aanloop naar de financiële crisis van september 2008 – die toen feitelijk al een jaar aan de gang was – verzwakte de dollar naar 1,58 per euro, en bleef zwak. In 2009 werd al weer een uiterst zwak peil bereikt van 1,46 dollar per euro. Toen was de economie van het hele Westen ingeklapt, maar de eurozone moest het doen met een ijzersterke munt, terwijl de Amerikanen de luxe genoten van een ultrazwakke dollar. En die is eigenlijk niet veel sterker geworden. Zelfs nu, met vrijwel alle indicatoren in het voordeel van de dollar, is de koers 1,34, tegen een gemiddelde sinds 1999 van 1,19.

Maar de eurozone heeft wél een overschot op de betalingsbalans van 2,3 procent, tegen een tekort van 2,7 procent van de VS. Zeker, maar dat Amerikaanse tekort kan, zeker ook door de schalierevolutie daar, snel slinken. En dan is er het Amerikaanse monetaire beleid, waar de centrale bank op grote schaal dollars aanmaakt om met steunaankopen van staatsleningen ter waarde van 85 miljard dollar per maand de rente kunstmatig laag te houden.

Wat zou de conclusie zijn van ons fictieve Brusselse rapport over de Amerikaanse valutapolitiek? Allereerst de constatering dat de dollar sinds 1999 veelal een wisselkoers ten opzichte van de euro had die de VS het beste uitkwam. Dat kan toeval zijn. Maar er is nu ook sprake van manipulatie, waarbij de centrale bank indirect de dollarkoers drukt. En de economische en monetaire verhoudingen tussen de VS en Europa zijn per saldo in het voordeel van de dollar, maar die munt is met een koers van 1,34 dollar per euro eigenlijk veel te zwak. Een koers van (ver) onder de 1,20 zou de verhoudingen beter weergeven.

Nu zijn er geen objectieve en theoretisch te berekenen ‘evenwichtskoersen’ tussen valuta’s, ondanks vele zoektochten naar deze heilige graal. Maar misschien is de hele verkeerde indruk rond de euro-dollarkoers van nu wel ontstaan doordat de Amerikanen dit soort agressieve rapporten wél schrijven, en Brussel niet.

En de brutalen, zo weten we, hebben de halve wereld.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.