‘We houden van close harmony en koorzang’

De Belgische band verklaart de liefde voor vreemde noten en samenzang.

Hooverphonic heeft een nieuwe cd,Reflection. V.l.n.r.: Alex Callier, Noémi Wolf en Raymond Geerts Foto Andreas Terlaak

Ambient, dance, psychedelica, popliedjes, orkestraties à la John Barry – een handvol genres die de Belgische band Hooverphonic in achttien jaar doorlopen heeft. Nu, op de nieuwe cd Reflection, worden alle voorgaande stijlen samengebald in een weelderig geluid, waarin surfgitaren knerpen, strijkers vibreren, elektronica zweeft. Maar anders dan op voorgaande cd’s, is het de menselijke stem die vooral de aandacht eist, in de persoon van de frêle Noémie Wolfs. Wolfs – vijfde zangeres van de band – heeft een meisjesachtig geluid dat wordt omgeven door vele zangstemmen, aanzwellend, afnemend, in groepjes of individueel, als de gestileerde versie van kwetterende schoolmeisjes.

Bassist/voorman Alex Callier, gitarist Raymond Geerts en Wolfs beschrijven gretig hun nieuwe liefdes: ‘akkoordvreemde’ noten en het gebruik van halvetoonsafstanden (chromatiek). Callier: „Je werkwijze als band krijgt na verloop van tijd een blauwdruk. Onze liedjes zijn melodieus, maar er zit een harmonische spanning in. Ik ben verzot op chromatiek, daarom hou ik van John Barry.”

Hij barst los in de halve tonen van het nummer Goldfinger, zoals gezongen door Shirley Bassey. „Bij ons zitten ook altijd een paar akkoordvreemde tonen in de zang. Dat maakt het moeilijk om te zingen.” Hij gebaart naar zangeres Noémie Wolfs. „Bijvoorbeeld, je pakt een do-akkoord, maar je begint op de zevende toon. Dat is mooi op piano, maar om de eerste noot van de zanglijn daar te laten beginnen, is vreemd. Het komt voor in ons liedje The Night Before.”

Wolfs knikt. „Op het eerste gezicht lijkt het simpel. Maar de nuances zijn klein en daardoor ingewikkeld.”

Callier: „We doen het niet om raar te doen. We hopen dat het ergens toe leidt. Dat die noten en bizarre wendingen onderbewust iets teweegbrengen.” Gebarend alsof hij in een pan roert, zegt hij: „En dan de arrangementen: die moeten gevarieerd zijn. Je wilt steeds nieuwe smaken.”

Op de nieuwe plaat en tijdens de optredens staan stemmen op de voorgrond. „Straks treden we op met negen muzikanten. Veel koorzang, achtergrondvocalen, en de stem van Noémie, ‘close harmony’. Bij eerdere optredens hadden we veel strijkers, maar nu nemen stemmen die rol over. Het wordt een beetje ouderwets, denk aan The Mamas & The Papas.”

De muzikanten van Hooverphonic zijn 25 jaar oud (Wolfs), 42 (Callier) en 53 (Geerts). Is er sprake van een generatiekloof onderling? „Meerdere”, zegt Geerts. Wolfs: „Ik leer veel van hen. Over oudere muziek, enzo.” Callier: „Zij heeft het jonge enthousiasme, wij zijn al uitgefeest.” Wolfs: „Ja, die wilde dagen heb ik gemist.” Callier: „Nou, het ergste wat we ooit hebben gedaan, is nat wc-papier gooien naar voorbijgangers.”

‘Reflection’ van Hooverphonic is nu uit.