Vuile energie hebben we nog héél erg lang nodig

In 2035 zijn fossiele brandstoffen nog steeds onze belangrijkste energiebron, schrijft het IEA Dat komt vooral door Aziatische landen Tegen die tijd is het weer 3,6 graden warmer

Mijnwerkers in een steenkolenmijn in Huaibei, China. India en China zijn de belangrijkste afnemers van fossiele brandstof in 2035. Foto Reuters

Redacteur Economie

Fossiele brandstoffen blijven de komende decennia de belangrijkste energiebronnen. In 2035 komt wereldwijd nog altijd 76 procent van de energie uit fossiele brandstoffen: olie, gas en vooral steenkool. Nu is dat nog 82 procent, de resterende 18 procent komt uit duurzame bronnen en kerncentrales.

Dat zegt het Internationale Energieagentschap (IEA), de energiedenktank van rijke landen, in de dinsdag verschenen World Energy Outlook 2013. Duurzame energie neemt toe, maar de groei kan de energiehonger van de opkomende economieën nauwelijks bijbenen, aldus het rapport, dat ruim 700 pagina’s telt.

Tussen 2011 en 2035 zal wereldwijd de vraag naar energie met eenderde toenemen. Daaraan kan voor iets minder dan 50 procent worden voldaan met duurzame energie en kernenergie, die beide voor een lage CO2-uitstoot zorgen. Maar het grootste deel moet uit olie, gas en steenkool komen, met als gevolg dat de uitstoot van schadelijke broeikasgassen verder toeneemt en de opwarming van de aarde versnelt. Het IEA voorspelt dat de CO2-uitstoot tot 2035 met minstens 20 procent stijgt. „Als we zo blijven doorgaan, halen we het internationale doel van maximaal 2 graden opwarming bij lange na niet”, zei IEA-directeur Maria van der Hoeven deze week. Het energieagentschap noemt opwarming met 3,6 graden Celsius reëler.

Duur gas in Europa

Het IAE-rapport gaat behalve over klimaat over leveringszekerheid van energie en economische ontwikkelingen. Wat dat betreft kwam Van der Hoeven met slecht nieuws voor Europa en Japan. Daar is de gasprijs te hoog. De energie-intensieve industrie in Japan en Europa (bijvoorbeeld leveranciers van chemische producten en staal), verliest terrein op de concurrentie. In de Verenigde Staten is gas door de overvloed van schaliegas inmiddels drie keer goedkoper dan gemiddeld in Europa. Het Amerikaanse gas kost zelfs maar eenvijfde van wat de Japanse industrie voor gas moet betalen.

Die verschillen zullen de komende jaren iets minder worden, maar Europa zal toch minstens twee keer zo duur blijven. Volgens de IEA zullen Europa en Japan daardoor een belangrijk deel van hun export verliezen, aan de VS maar ook aan Aziatische landen. Die hebben weliswaar (nog) geen goedkoop schaliegas, maar ze maken wel steeds meer (gesubsidieerde) energie-intensieve producten.

Vorig jaar richtte de IEA de schijnwerper op de schaliegasrevolutie in de Verenigde Staten en voorspelde dat het land op termijn in zijn eigen energiebehoefte zou gaan voorzien. Dit jaar begint het rapport met de constatering dat de energiesector op zijn kop staat: grote importeurs, zoals de Verenigde Staten, worden exporteurs. Traditionele exporteurs, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, gaan zelf steeds meer energie gebruiken. Overigens voorspelt het IEA dat het Midden-Oosten op termijn met olie en gas een belangrijke speler zal blijven.

Energieverbruik opjagen

Maar het zwaartepunt van de energievraag verschuift definitief naar de opkomende economieën, voorspelt het IAE. Die landen zullen het energieverbruik van de wereld met eenderde opjagen.

Voorlopig speelt China daarbij de hoofdrol, maar volgens een van de scenario’s zal India in 2020 de rol van ‘groeimotor’ overnemen. De handel in energie zal zich dan niet meer rond de Atlantische Oceaan concentreren, maar rond de Stille Oceaan.

Daar zal dan straks ook het grootste deel van de duurzame energie worden opgewekt. ‘De grootste toename van energie uit wind en zonnepanelen zal uit China komen’, schrijft de IEA. ‘De groei zal groter zijn dan die in Europa, de VS en Japan bij elkaar’.