Tv-series

Regelmatig beland ik tegenwoordig in gesprekken bij het onderwerp ‘tv-series’. Een even dankbaar als ondankbaar onderwerp, want er zijn zoveel series dat het niet meer bij te houden valt. Dankbaar wordt het als je samen naar dezelfde serie blijkt te kijken; dan wissel je kijkervaringen uit op voet van gelijkheid.

Interpretaties vliegen over de tafel, de nieuwste plotwending wordt doorgenomen, de hoofdrolspelers krijgen hun beoordeling. Ook geeft het je zodoende de kans om de gaten in je geheugen te vullen. Mij overkomt het nogal eens dat ik betekenisvolle gebeurtenissen in voorgaande afleveringen half vergeten ben. Dan zit je een beetje verbaasd naar een nieuwe aflevering te kijken. Hoe zat het ook weer? Wie deed het met wie en waarom was X. ook alweer vermoord?

Deze week begon de VPRO aan het laatste seizoen van het uitstekende Breaking Bad, een serie die ik vanaf het begin trouw heb gevolgd. De laatste aflevering van het vorige seizoen werd enkele maanden geleden uitgezonden. Bij de hervatting zag ik opeens de vrouw van de hoofdrolspeler op bezoek gaan bij een zwaargewonde man in het ziekenhuis, haar werkgever. Ze voelde zich schuldig aan zijn toestand. Maar waarom? Ik had het niet onthouden en kon het dan ook even niet meer volgen – tot een kenner me enkele dagen later volledig bijpraatte.

Op zulke momenten besef je dat het eigenlijk zonde van je tijd is om ernaar te kijken, maar dat wist je diep van binnen al tevoren – alleen, er is toch die bekende boog die niet altijd gespannen hoeft te zijn? Bovendien, ook de inhoud van hoogstaande romans en films vergeet ik vrij snel. Plus de uitslagen en het wedstrijdverloop van die voetbal- en tenniswedstrijden waar ik op gezette tijden naar kijk. Het lijkt wel alsof mijn geheugen alleen nog maar zaken opneemt als ik bereid ben tegelijkertijd evenveel overboord te zetten.

Ook daarom vond ik het nuttig mezelf wat betreft tv-series te rantsoeneren. Twee per seizoen leek me meer dan genoeg. In mijn geval betekende dat Mad Men en het al genoemde Breaking Bad. Het leek allemaal prima geregeld, te meer omdat beide series op hun laatste benen lopen; daardoor zouden volgend jaar voor mij zeeën van vrije tijd beginnen.

Toen brak mijn verjaardag aan en werden alle vooruitzichten op hun kop gezet. Mijn kinderen schonken mij een dvd-box met Homeland, een serie over een Amerikaanse marinier die spion zou zijn geworden voor Al-Qaeda. Het was een gegeven paard dat ik wel in de bek móést kijken – en algauw met plezier, want het is een fascinerend verhaal dat in het eerste seizoen veel te raden laat. Maar wie er eenmaal aan begint, is verloren: het tweede seizoen ligt al op me te wachten.

Zal het daarbij blijven? Ik ben van plan voet bij stuk te houden, al valt het niet mee. Want het ondankbare van het onderwerp ‘tv-series’ in gesprekken is, dat je steeds het gevoel krijgt dat je naar het verkeerde feestje bent geweest. De ander volgt series die jij volkomen ten onrechte over het hoofd hebt gezien.

„Heb je wel eens naar The Wire gekeken? Nee? Maar jongen toch. Dat is de beste serie die ooit gemaakt is.”

„Jij volgt Borgen zeker ook? Wat zeg je me nou? En je hebt zoveel belangstelling voor politiek?”

Mijn kinderen hielden erg van Dexter, een seriemoordenaar die andere moordenaars vermoordt. Het moet zeer gruwelijk zijn. Ik denk dat ik mijn volgende verjaardag maar oversla.