Na de supertyfoon zorgen nu ook rebellen voor paniek

Guerrilla-oorlog bemoeilijkt de hulpoperatie op Leyte.

Opeens breekt paniek uit, in het dorp Tunga op het Filippijnse eiland Leyte. Haastig halen vrouwen de plastic zeilen binnen waarop de laatste rijstoogst ligt te drogen. Een meisje valt flauw midden op de hoofdweg, en wordt door twee mannen een huis in gesleept. Het New People’s Army (NPA), de communistische rebellenbeweging die al decennia strijdt met de Filippijnse regering, zou het dorp omsingeld hebben.

Op een uur rijden ligt Tacloban, waar de lijken vijf dagen na tyfoon Haiyan nog open en bloot langs de weg liggen. Zwart en opgezwollen, de handen en voeten aangevreten. Maar ook hier in Tunga leidt de natuurramp tot chaos.

De politie gooit omgewaaide bomen en balken op de weg als versperring. Uit het politiebureau stromen agenten. Met doorgeladen geweren en revolvers zoeken ze dekking achter een bushokje. Met hun zwarte kisten, strakke shirtjes en kogelriemen ogen ze imponerend, maar hun gegil verraadt angst. Er zijn mannen vermoord en vrouwen verkracht, zegt een man op een brommer.

Na twintig minuten slaat de sfeer om. Een agent steekt een sigaret op. Auto’s kunnen weer doorrijden. Een commandant zegt dat de rebellen zijn teruggekeerd naar de heuvels, nadat zij een distributiepunt voor voedsel hadden overvallen.

De rebellen strijden normaliter op het eiland Leyte tegen de regering. Sinds 1969 voert de NPA, waarvan de leider Sison in Nederland woont, in grote delen van de Filippijnen een guerrillaoorlog. De schattingen van het aantal doden dat daarbij is gevallen, lopen van 40.000 tot 120.000.

Maar nu gebruiken de rebellen hun wapens om hun maag te vullen. Ook elders op Leyte verstoorden ze de hulpverlening. Dinsdag schoot het leger twee rebellen dood omdat ze volgens de regering een aanslag op een hulpkonvooi wilden plegen. Gisteren kon een massabegrafenis niet plaatsvinden, nadat paniek was uitgebroken omdat er rebellen zouden aankomen, op zoek naar voedsel.

Nog steeds lukt het de autoriteiten niet voldoende hulp te krijgen naar de 11,5 miljoen mensen die door de tyfoon zijn geraakt, van wie een half miljoen is ontheemd. Pellets vol voedsel en tenten blijven steken op de vliegvelden van Manila en Cebu. Of ze komen niet weg van het vliegveld van Tacloban, door een gebrek aan benzine. Vandaag arriveerde een Amerikaans vliegdekschip voor de kust van het getroffen eiland Samar. Het meest recente dodental ligt op 2.357, maar verwacht wordt dat het verder oploopt.