Maduro wil per decreet economie bezweren

Koopjesjagers lopen zich warm. De socialistische president Nicolás Maduro wil winkels dwingen de prijzen te verlagen.

Het parlement van Venezuela stemt waarschijnlijk vandaag in met een decreet dat president Maduro, de loyale opvolger van de in maart overleden Hugo Chávez, de macht geeft per decreet wetten in te voeren. Het is een van de drastische stappen waarmee Maduro de economische problemen in Venezuela probeert te keren. De oplopende inflatie dreigt de socialisten stemmen te kosten in gemeenteverkiezingen op 8 december. In oktober lagen de prijzen 54 procent hoger dan een jaar eerder.

Maduro’s oplossing is even eenvoudig als onorthodox: winkeliers moeten hun prijzen verlagen, zelfs decimeren. Vorige week heeft hij een „economisch offensief” aangekondigd tegen „kapitalistische saboteurs” die het Venezolaanse volk beroven.

Elektronicazaken hielden afgelopen weekend al zo’n verplichte uitverkoop. De regering nationaliseerde de winkelketen Daka en arresteerde 28 filiaalhouders voor prijswoekering. Venezolanen stonden in lange rijen voor de winkels om plasma-tv’s, wasmachines en koelkasten te hamsteren.

President Maduro krijgt met het mogelijke decreet nog meer controle over een economie die volgens critici juist al kraakt onder een teveel aan staatscontrole. Venezuela zit na bijna vijftien jaar oliesocialisme vol unieke uitwassen. Maduro zet het beleid voort van Chávez, die vanaf 1999 een groot deel van de miljardeninkomsten uit olie – Venezuela heeft de grootste reserves ter wereld – investeerde in projecten voor de armen.

De armoede is sindsdien gehalveerd, maar de bijwerkingen van het model zijn groot. Om genoeg dollars te houden voor de hoge overheidsuitgaven, heeft de regering de import beperkt. Het land produceert zelf weinig, onder meer doordat Chávez ruim duizend bedrijven nationaliseerde.

Het gevolg is een tekort aan van alles. De centrale bank drukt tegelijkertijd nieuwe bolivar-biljetten: in het afgelopen jaar steeg de geldhoeveelheid met 70 procent. Maar er komen niet meer goederen. Door de grote vraag stijgen de prijzen verder – behalve dan van producten waarvan de verkoopprijs is bevroren, zoals boter en melk. Die zijn simpelweg niet te krijgen.

De gemiddelde Venezolaan lijdt geen honger. De onvoorspelbare importmachine levert nog genoeg eten, zij het met horten en stoten. Het kan zijn dat de buurtsuper geen toiletpapier heeft, maar wel Goudse kaas.

Door alle onzekerheid zoeken Venezolanen hun toevlucht in de dollar. Maar ook ‘groene sla’, de lokale bijnaam van de biljetten, is schaars. Alleen importbedrijven en burgers die naar het buitenland reizen mogen een kleine hoeveelheid dollars kopen van de staat, tegen een vastgepinde koers van 6,3 bolivar. Op de zwarte markt kost een dollar inmiddels 60 bolivar.

Het gat met de officiële wisselkoers wordt met de dag groter, meldt de Amerikaanse econoom Steve H. Hanke, bedenker van het „probleemmunten-project”. Een devaluatie van de bolivar is eigenlijk nodig. Maar dat zou politieke zelfmoord zijn voor Maduro.

Maar ook voor de zwakke bolivar heeft de voormalig buschauffeur een eenvoudige oplossing: afgelopen zaterdag blokkeerde hij zeven websites die de illegale koers van de dollar bijhouden, zoals dollartoday.com. Hij zei dat de sites de inflatie opdrijven en onderdeel zijn van „een stille economische oorlog” van de oppositie.

Het is onwaarschijnlijk dat Maduro zijn volmacht gaat gebruiken voor serieuze economische hervormingen. Toch is een economische crisis niet nabij. Venezuela is geen Spanje of Griekenland. Het land verdiende vorig jaar afgerond 94 miljard dollar aan de export van olie – ruim voldoende om de eveneens astronomische importen van bijna 60 miljard dollar te dekken. Met zulke inkomsten is een schuldencrisis onmogelijk. Hoe erg Maduro de economie ook ontwricht.