Latino’s blinken uit – in moordlust

In de hele wereld is de criminaliteit gedaald. Ook door economische vooruitgang. Waardoor steeg de misdaad dan in Latijns-Amerika?

Twee kleuterjuffen in Caracas, Venezuela, werden afgelopen weekend toegevoegd aan een schrijnende nieuwe statistiek over Latijns-Amerika. De 28-jarige Ismar Mendoza Vargas en de 35-jarige Yolimar del Carmen Acosta werden vermoord. Net als jaarlijks 100.000 andere inwoners van het werelddeel. De leraressen, vriendinnen, stonden ’s avonds op straat toen ze werden doodgeschoten door een onbekende dader.

De wereld is veiliger geworden, met Latijns-Amerika als grote uitzondering. In tien jaar tijd zijn ruim een miljoen mensen vermoord, een stijging van 11 procent vanaf het jaar 2000. En dat terwijl in Afrika het aantal moorden halveerde.

Hoe kan het dat inmiddels acht van de tien gevaarlijkste landen ter wereld in Latijns-Amerika of het Caraïbisch gebied liggen? Honduras staat op nummer één met 87 moorden per 100.000 inwoners per jaar. Ter vergelijking: in Nederland is dat 1.

De Verenigde Naties roepen de vraag op in een gisteren verschenen rapport, waarin ze nieuwe statistieken over moord en misdaad aangrijpen om te discussiëren over de onderliggende oorzaken. Het is een probleem dat presidenten van Mexico tot Argentinië bezighoudt.

Paradox

Latijns-Amerika toont een paradox, stellen de VN. Terwijl de economie groeide – sinds de millenniumwisseling met gemiddeld ruim 4 procent per jaar – is het geweld toegenomen. Er waren nog nooit zoveel berovingen: vorig jaar alleen al werd één op de drie Latijns-Amerikanen bestolen, niet zelden onder bedreiging van een mes of een pistool.

Veiligheid volgt niet vanzelf op economische vooruitgang – zoveel is duidelijk. Miljoenen Latijns-Amerikanen zijn de armoede ontstegen, hebben gestudeerd of werk gevonden. Jongeren hebben meer kansen. Toch komen er meer delinquenten.

De VN wijzen op ongelijkheid. In de meeste landen van Latijns-Amerika is de kloof tussen arm en rijk kleiner is geworden, maar het blijft de regio met de grootste inkomensverschillen ter wereld. Het voedt geweld tegen de rijken, die zich terugtrekken in ommuurde wijken met privébeveiligers. Guatemala telt bijvoorbeeld 120.000 beveiligers, zes keer meer dan het aantal politieagenten.

Vrede en ontwikkeling

Het geweld houdt de verdere ontwikkeling van Latijns-Amerika tegen, zeggen de VN. „Zonder ontwikkeling kan er geen vrede zijn, en zonder vrede op langere termijn ook geen ontwikkeling”, zei onderzoeker Helen Clark gisteren bij de presentatie van het rapport in New York. In Paraguay bijvoorbeeld zijn de kosten van geweld gelijk aan 9 procent van de nationale economie.

Het gebruik van het woord ‘vrede’ is opvallend. Colombia is het enige land op het continent waar officieel een oorlog heerst, tussen de regering en de linkse guerrillastrijders van de FARC. Maar in hele delen van Latijns-Amerika woedt in de onderwereld de drugsoorlog, de strijd om controle over de productie en het vervoer van cocaïne, xtc en marihuana.

Gek genoeg speelt de drugsoorlog volgens de VN geen doorslaggevende rol in de toename van het geweld in Latijns-Amerika. Zeker, het is een oorzaak, zei onderzoeker Rafael Fernández de Castro gisteren, maar „de regionale, nationale en lokale dynamiek is veel gevarieerder dan dat”.

Hoe kan het anders dat de landen met een soortgelijke onderwereld toch verschillen in de mate van geweld? Neem de buurlanden Honduras en Nicaragua. Beide liggen langs de route van cocaïne van productielanden in Zuid-Amerika, zoals Colombia, naar de grote afnemer, de Verenigde Staten. Het moordcijfer in Honduras is de eerder genoemde 87 per 100.000 inwoners, in Nicaragua is dat veel lager: 11 per 100.000.

Aanpak onderwereld bepalend

De manier waarop regeringen de onderwereld proberen aan te pakken, concluderen de VN, is bepalend voor het ontstaan van geweld. Criminelen zijn tenslotte overal; de netwerken van drugskartels reiken tot Canada, de Rotterdamse haven en verder. Maar niet overal sijpelt de onderwereld door in de bovenwereld.

De VN volgen de omstreden visie dat met harde hand optreden juist averechts werkt. Sterke repressie door de politie gaat vaak samen met een escalatie van het geweld, stelt het rapport. IJzerenvuistbeleid, in Latijns-Amerika aangeduid als ‘mano dura, resulteert vaak in mensenrechtenschendingen. In onder andere Mexico en Brazilië wordt de politie verdacht van martelingen en verdwijningen.

Soms zijn agenten en criminelen één en dezelfde persoon. Zo denkt ruim de helft van de inwoners van Honduras, Guatemala, Bolivia, de Dominicaanse Republiek en Venezuela dat de politie betrokken is bij de onderwereld. In die landen heeft slecht zo’n 20 procent van de burgers vertrouwen in de politie.

El Salvador kan een voorbeeld zijn van hoe het wel moet. Lang trad de politie hard op tegen leden van criminele bendes, de zogeheten maras, bekend om hun gezichten vol tatoeages. De gevangenissen raakten vol en het geweld escaleerde. Sinds vorig jaar is er een vredespact tussen de regering en de maras. Het moordcijfer is onmiddellijk gedaald.

Uruguay komt met een andere oplossing. Deze maand stemt de Senaat waarschijnlijk in met de legalisering van marihuana, een liberalisering die nog verder gaat dan het beleid in Nederland. De staat wordt verantwoordelijk voor de productie van softdrugs, zodat de drugsbendes een grote inkomstenbron verliezen.

Andere Latijns-Amerikaanse leiders hebben al interesse getoond in het experiment in Uruguay, waar wiet straks te koop zal zijn in apotheken. De regio is één groot laboratorium voor misdaadbestrijding. Statistieken zoals die van de VN zijn een kille reflectie van welk beleid levens redt en welk beleid levens kost.