Koning Theodosius in Moskou

Het staatsbezoek van onze koning aan Rusland werd afgesloten met een diner. Minister van Buitenlandse Zaken Timmermans zat daarbij tegenover president Poetin, die naast de koning was gezeten. NRC wist te melden dat de minister die avond heeft ‘bijgedragen’ aan een ‘sfeerverbetering’ tussen beide landen. Die informatie kwam vermoedelijk van de minister. Want hoewel het tot de code behoort dergelijke details zonder bron te vermelden, is er een andere code die zegt dat degene die in zo’n passage on background spreekt, in dit geval Timmermans, eveneens de bron is van de off the record-informatie. Nicely done.

Omdat Timmermans en de koning beiden dicht bij Poetin zaten, meldt de correspondent, ‘is er volgens ingewijden een gerede kans dat de politieke gesprekken en ceremoniële gesprekken in de praktijk door elkaar zijn gaan lopen.’ Het door elkaar lopen van politieke en ceremoniële gesprekken, het klinkt als het mengen van vlees en zuivel in een koshere keuken. Ik had wel iets meer willen weten over de gevaren van zo’n vervlechting, maar ook dat behoort tot het ragfijne spel der internationale betrekkingen: het functionele raadsel, slechts oplosbaar met de sleutel der geopolitieke grammatica. Maar ergens, voor iemand, waren die woorden vast het sein tot actie.

‘Zeg, wat ik hier lees. Er is toch niet eh…?’

Een van mijn favoriete personages in Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust is Markies de Norpois, diplomaat, politicus en kennis van Marcels ouders. Norpois grossiert in dit soort cryptische, suggestieve beeldspraak, door Proust haarfijn ge(an)noteerd.

‘Een alarmkreet klonk op uit Montecitorio.’ (Het Italiaanse parlement). ‘Het eeuwige dubbelspel dat bij de manieren van het Ballplatz hoort.’ (Regeringspaleis in Wenen)

‘De honden blaffen, maar de caravaan trekt voorbij.’ (Later nog geciteerd door CDA-grondlegger Steenkamp)

Of: 'Laat men er op de Quai d'Orsay goed van doordrongen zijn en het voortaan in alle geografische handboeken opnemen, die op dit punt nog onvolledig zijn, en laat men bij het eindexamen elke kandidaat afwijzen die het nog niet weet: weliswaar leiden alle wegen naar Rome, maar de weg van Parijs naar Londen gaat over St. Petersburg.’

‘Een vondst die hem volgens sommigen kwalificeerde voor een zetel in de Academie Française,’ meldt Proust, ‘terwijl hij nochtans slechts was toegelaten tot de Academie des Sciences Morales.’

Dan wijdt Norpois langdurig uit over de opzienbarende wijze waarop het staatshoofd ‘Theodosius’ de verhouding van zijn land tot Frankrijk typeerde met het woord ‘affiniteit’. ‘Het is maar een woord, zo u wilt, maar zie hoe het ingeslagen is, hoe de hele Europese pers het overgenomen heeft (…) welk een nieuwe toon het voortgebracht heeft.’

Het doet denken aan hoe we afgelopen maanden haast dagelijks lazen over de getroubleerde ‘vriendschap’ tussen Nederland en Rusland. Uiteraard werd onze nationale expat-Rus Derk Sauer veelvuldig om zijn mening gevraagd. . En voor het eerst was er iemand die niet meeging in het Norpoïaanse taalspel, maar het eens tegen het licht hield. Die ‘vriendschap’ tussen Nederland en Rusland, bestaat die eigenlijk wel, vroeg Sauer zich af in een tv-programma. ‘Je geeft samen een feest om je vriendschap te vieren. Je huurt een zaal, de band staat klaar, en dan geef jij een speech waarin je tegen die vriend zegt dat hij eigenlijk een oen is. Doe je dat, als vrienden? Nee toch?’

De spijker op de kop. Wij zíjn niet bevriend met Rusland.

Beeldspraak kan iets verhelderen, maar ook verbloemen. Er is wel een doel, maar geen bron, en de metafoor maskeert dat. Alleen buitenstaanders leggen zoiets bloot. Journalisten bijvoorbeeld, zoals Proust. En Sauer. Al gingen ze later iets anders doen.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).