...gelukkig zijn er meer films uit Uitzinnig en verfrissend Zware kost met humor

Actiekomedie

The World’s End

Regie: Edgar Wright. Met: Simon Pegg, Nick Frost. In: 21 bioscopen.

De moeder van de Britse regisseur Edgar Wright was dol op complottheorieën: niet alleen vermoedde ze gangsterpraktijken in haar slaperige stadje, ook geloofde ze heilig in buitenaardse wezens. Wright vroeg haar ooit haar kwade vermoedens op te schrijven. Het resultaat bestond uit vijftig A4’tjes getiteld Spooky Doings en heeft de komedie Hot Fuzz geïnspireerd, waarin een lief dorp een psychotisch moordnest blijkt. En nu leidde het schijnbaar tot The World’s End: een reüniefilm over vijf veertigers die terugkeren naar Newton Haven om daar de ‘Gouden Mijl’ af te leggen, een zuipmarathon langs twaalf pubs.

De leider, Gary King (Simon Pegg), is een alcoholisch wrak, de vrienden zijn uitgebluste huisvaders, en hun oude dorp is onherkenbaar. Alle pubs ogen hetzelfde, de sinistere autochtonen hebben afschroefbare hoofden en blauw bloed. Robots? Body snatchers? De ‘pub crawl’ verandert allengs in een straalbezopen stormbaan.

The World’s End is Wrights derde film met het duo Simon Pegg en Nick Frost als moderne Don Quichot en Sancho Panza, na zombiekomedie Shaun of the Dead (2004) en Hot Fuzz (2007). Ditmaal zijn de helden minder onbekommerde losers: Gary Kings zinloze gevecht tegen de jaren is net zo treurig als de berusting van zijn vrienden. Die somberheid zal Wrights levensfase weerspiegelen: een wonderkind op weg naar de veertig. Toch is ook The World’s End weer zo’n uitzinnige en verfrissende komedie en zoveel puntiger dan het vergelijkbare Amerikaanse This is the End, dat je hem wel moet omarmen.

Drama

Blackbird

Regie: Jason Buxton. Met: Connor Jessup, Alexia Fast, Alex Ozerov. In: 6 bioscopen.

Dreigen was vroeger zoveel eenvoudiger. „Je gaat eraan, klootzak.” „O ja? Kom maar op dan.” En dat was het dan. Internet maakt zoiets heel riskant. Elk terloops dreigement is geregistreerd en forensisch bewijs. Zeker in Noord-Amerika, met zijn bloedbaden op scholen, kan een adolescent beter tot tien tellen voor hij zijn rancune, woede en testosteron de vrije loop laat.

Dat ontdekt Sean (Connor Jessup) in de Canadese speelfilm Blackbird. Hij is een stuurse goth die met zijn piercings en leren jas nogal opvalt op het Canadese platteland. Het ijshockeyteam terroriseert hem wanneer hij een band krijgt met de mooie, opportunistische Deanne. Als de gebutste Sean een wraakscenario op internet zet, belandt hij in de cel – want zijn vader verzamelt jachtgeweren. Waarna iedereen hem Columbine noemt en het treiteren pas echt begint.

Blackbird is een genuanceerde zedenschets, gedraaid volgens de sobere regels uit de Dardenne-school: nauwelijks muziek, veel wandelen door lange gangen met een stalkende camera in de rug. Het werkt omdat debuterend regisseur Jason Buxton, net als de gebroeders Dardenne, erop vertrouwt dat mensen kunnen veranderen en verrassen.

Zo blijft Sean met veerkracht, wrange humor en nuchterheid een held die weigert een zielepoot te zijn. Iedereen begrijpt hem verkeerd, treitert en liegt; ook mooie Deanne, die hem koestert als privémonster, maar hem in het openbaar niet wil kennen. „Gemakkelijk is niet mijn ding”, grijnst Sean. Hij maakt deze zware kost licht verteerbaar.