Fucking bitch van een storm

Vijf dagen na de tyfoon is Tacloban een hel De lijken liggen overal, vrachtwagens staan verticaal tegen gebouwen gekwakt Zonder te stelen is het onmogelijk om te overleven

Inwoners van Tacloban struinen de straten af op zoek naar bruikbare spullen. De politie staat het meenemen van spullen uit andermans huizen toe, zolang het vreedzaam gebeurt. Foto AFP

Correspondent Zuidoost-Azië

Toen het water rees, greep Shella Esperas (32) het prikkeldraad met blote handen en trok ze zichzelf omhoog. Haar broer Garus (32) en moeder Neresa (63) deden hetzelfde. De snijwonden deerden niet. Via het hek bereikten ze de tweede verdieping van het huis van de buren. Even keek ze om. Haar huis, eigenlijk de hele wijk was verdwenen. Esperas zag niets dan water.

De dood is in Tacloban. Vijf dagen na tyfoon Haiyan, in de Filippijnen Yolanda genoemd, liggen de lijken overal. Aan de rand van de stad rust een lichaam eerbiedig op een bankje van een bushok. Alleen de tenen steken onder de lakens waar het lijk in is gewikkeld vandaan. Er liggen doden bloot onder een brug, half onder het puin, bedolven onder autobanden of met gespreide armen en benen aan de kant van de weg.

Menselijke kadavers

De lijken zijn zwart en opgezwollen, de handen en voeten aangevreten. Menselijke kadavers liggen tussen dode varkens, honden, paarden en koeien. Tijd om stil te staan bij de doden hebben de bewoners niet. Ze lopen vlak langs hun overleden buurman, vriend of kennis. Op weg naar een voedselpunt om uren in de rij te staan voor een paar blikken eten. Of met al hun bezit in een tas gepakt weg van Tacloban. Als het moet leggen ze de honderd kilometer van Tacloban naar de veilige stad Ormoc af te voet.

Shella Esperas pulkt aan haar wonden. Samen met de buren die de vloedgolf overleefden, woont ze op een kaalgeslagen stuk land. Van schroothout hebben ze een afdak getimmerd. Uit een van de weinige hoger gelegen huizen hebben ze wat potten, pannen en een gasstel gehaald. „Zelf zijn we alles kwijtgeraakt. En mijn wonden zijn ontstoken. Wie komt ons medicijnen brengen?”, zegt Esperas.

Edna Layn (29) wiegt baby Aby in haar armen. De twee staan in een fabriekshal. Het dak is bijna geheel weggeslagen. Dertig meter lager spelen twee kinderen. Een meisje trekt met een touw een jongen op een driewieler door een plas. De achterwielen ontbreken, maar de twee kirren van plezier. Layn kijkt ernaar. „Ik heb elf kinderen. Met mijn man en ik meegeteld zijn wij met dertien. Dank God voor mij dat wij allemaal nog leven. We hebben twee zakken rijst en dat is genoeg voor een paar dagen”, zegt Layn.

De vrouw wrijft over de dunne zwarte haren van haar baby, die nieuwsgierig naar de ravage om zich heen kijkt. Layn: „Om Aby maak ik mij zorgen. Ik geef borstvoeding, maar sinds de tyfoon produceer ik nauwelijks melk. Poeder hebben wij niet. Aan het einde van deze week ben ik door de luiers heen. Ik hoop dat iemand ons op tijd bereikt en helpt”.

Struinen

Tacloban is een hel. Windstoten hebben daken van golfplaat opgetild en als strikjes om telefoonpalen gekruld. Vrachtwagens staan verticaal tegen gebouwen gekwakt. In een paar wijken staat een laag vuil en borrelend water. Op een stuk ijzer spuiten Roland Afomasa (18) en Role Ronomeron (19) teksten met een spuitbus. Y-O-L-A-N-D-A, spelt Afomasa. „Zij heeft dit gedaan. Fucking bitch van een storm”, zegt Ronomeron. De jongens struinen door de straten van Tacloban, op zoek naar spullen die handig kunnen zijn. „Wij moeten blijven vechten. Anders halen we het niet. Dit is het moment om een man te zijn”, zegt Afomasa. De jeugdpuistjes staan op zijn wangen.

Zonder te stelen, is het onmogelijk om te overleven. De politie zegt toe te staan dat mensen vreedzaam eten, kookgerei en kleding uit andermans huizen halen. Alleen als ze grote hoeveelheden meedragen, neemt de politie goederen in beslag.

Agenten en militairen in camouflagepakken crossen in trucks door de stad in een poging gezag uit te stralen. Bij een opslagloods wordt, onder bewaking, de voorraad rijst gratis uitgedeeld. Zwijgzaam en kalm vormen honderden mensen een lange rij. Eenmaal aan de beurt krijgen de wachtenden een paar scheppen rijst in een meegebrachte zak gekwakt.

Plunderingen

Bij de uitvalswegen bemannen soldaten controleposten. Er gaan geruchten dat bewoners van nabijgelegen dorpen de stad in trekken omdat ze gehoord hebben dat de haven vol voedselpakketten ligt. In Tacloban is tussen 20.00 uur en 05.00 uur een avondklok ingesteld. Waar de bewoners ’s nachts moeten verblijven, weet niemand.

Bij een politiepost blaast agent Jorge Fabid even uit. Hij komt zelf uit Tacloban maar vertelt dat er de laatste dagen versterking is gekomen uit hoofdstad Manilla en Mindanao, het zuidelijke eiland van de Filippijnen. Dat heeft voor meer rust in de stad gezorgd, maar plunderingen tegen gaan blijft moeilijk, zegt Fabid. „Wat moet ik doen? Ik kan niet op hen schieten. Het zijn slachtoffers. Net als ik. Mijn huis is ingestort en mijn hele familie moet de komende dagen leven van een schamele zak rijst.” De tranen springen in zijn ogen. „Hoe moeten wij hier ooit uitkomen?”

Doorgeladen geweren

Hoe moeilijk het is de chaos in bedwang te houden, blijkt rond de middag in Tunga, een uur rijden buiten Tacloban. Opeens breekt de paniek uit. Haastig halen vrouwen de plastic lakens binnen waar de laatste rijstoogst op ligt te drogen. Een meisje valt flauw midden op de hoofdweg en wordt door twee mannen een huis in gesleept. New People’s Army, een communistische rebellenbeweging, zou het dorp omsingeld hebben. De politie gooit omgewaaide bomen en balken op de weg als versperring.

Uit het politiebureau stromen agenten. Met doorgeladen geweren en revolvers zoeken ze dekking achter een bushokje. Met hun zwarte kisten, strakke shirtjes en kogelriemen ogen ze imponerend, maar hun gegil verraadt angst. Er zijn mannen vermoord en vrouwen verkracht, zegt een man op een brommer.

Na twintig minuten slaat de sfeer om. Een agent steekt een sigaret op. Auto’s kunnen weer doorrijden. Een commandant zegt dat de rebellen zijn teruggekeerd naar de heuvels nadat zij een voedseldistributiepunt hebben overvallen. De rebellen strijden normaliter op het eiland Leyte tegen de Filippijnse regering. Vandaag wilden ze hun maag vullen.