Europa heeft meer Duitslanden nodig

Duitsland is de krachtbron van Europa, maar kan meer doen om de economische balans met de zuidelijke lidstaten te verbeteren, vindt Brussel.

De Europese Commissie stelt een „diepgaand onderzoek” in naar het overschot op de Duitse handelsbalans. Zij wil weten of Duitsland meer kan doen om de hele Europese economie in balans te brengen, aldus voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, die het onderzoek gisteren aankondigde.

1 Waarom stelt de Europese Commissie dit onderzoek in?

Het tekort op de ‘lopende rekening’ van landen van de Europese Unie mag niet groter zijn dan 4 procent en het overschot niet groter dan 6 procent. Duitsland zit hier nu al jaren boven, evenals Luxemburg en Nederland. Volgens de Commissie gaat het niet om een tijdelijke, eenmalige piek. Dat rechtvaardigt volgens haar een onderzoek.

2 Wat is er slecht aan het Duitse overschot?

Een overschot is op zich geen slechte zaak. Het betekent dat de Duitse exportmachine uitstekend werkt. Barroso prees Duitsland gisteren dan ook uitgebreid. Andere landen zouden er een voorbeeld aan moeten nemen. „Ik zou graag vele Duitslanden in Europa zien”, zei Barroso, die benadrukte dat de Duitse concurrentiekracht niet in de beklaagdenbank staat. Toch is het overschot ook een probleem: het maakt de euro sterk en dat belemmert het herstel van overige EU-landen. Die zouden juist baat hebben bij een zwakkere euro. Ze moeten nu extra hard bezuinigen, bovenop het al bestaande bezuinigingen. Je kunt aan Duitsland vragen om het wat rustiger aan te doen, maar dat zou heel raar zijn, benadrukte Barroso. Maar andere Europese lidstaten zouden zeer geholpen zijn met wat meer consumptiedrift in Duitsland zelf.

3 Wat kan de Europese Commissie met de uitkomst?

Het onderzoek zal in februari of maart 2014 worden afgerond. Voor het kunnen doen van aanbevelingen moet de Commissie aantonen dat het overschot daadwerkelijk de Europese economie schaadt – volgens economen geen eenvoudige klus. Landen met aanhoudende tekorten riskeren boetes, maar dat een overschot ook tot boetes leidt, lijkt onwaarschijnlijk.

4 Wat vindt de Duitse regering van dit onderzoek?

Kritiek op het Duitse exportoverschot stuit bij het ministerie van Financiën in Berlijn op verontwaardiging. „Pure quatsch”, zegt een hoge regeringsfunctionaris. Het is niet Duitsland dat te veel exporteert, maar het zijn de andere landen die te weinig exporteren, die de problemen veroorzaken. Bovendien kan de regering niet optreden tegen het exportsucces van Duitse ondernemers.

5 Hoe zijn de reacties in ‘tekortlanden’ als Italië en Spanje?

Dat Duitsland te maken krijgt met Brusselse bemoeienis, kan in Zuid-Europa op enig leedvermaak rekenen. „Ook het braafste jongetje van de klas kan te veel zijn best doen”, stelde de Duitse correspondent van het Spaanse tv-journaal. In Zuid-Europa schuurt het al langer dat Duitsland profiteert van de malaise in de zwakkere landen. Duitse staatsobligaties dienen als veilige haven voor beleggers en spaarders die wegvluchten uit de periferie. En terwijl zuidelijke ondernemers de euro als te duur zien – wat hun export schaadt – zijn Duitse bedrijven er juist blij mee. Het nut van het onderzoek wordt echter betwijfeld. „Grote Duitse bedrijven zijn steeds meer gericht op afzetmarkten buiten Europa”, schrijft de Italiaanse krant Il Sole 24 Ore. De commentator van het Portugese dagblad Diário Económico stelt dat het „geen zin heeft de Duitsers te vragen niet Duits te zijn”. Verstandiger zou zijn hen aan te sporen tot een echte bankenunie en meer economische integratie.

Mmv Stéphane Alonso (Brussel), Frank Vermeulen (Berlijn) en Merijn de Waal (Madrid).