Een monument om te vergeten

Rotterdam heeft net zijn Monument voor de Gastarbeider onthuld. Maar het is volgens beeldhouwer Hans van Houwelingen maar een slap alternatief voor het monument dat hij had voorgesteld. Dit beeld herdenkt het verleden niet, maar probeert het te vergeten.

Afgelopen zondag 10 november 2013 werd het Monument voor de Gastarbeider onthuld in het Afrikaanderpark in Rotterdam-Zuid. Het initiatief daartoe werd al in 2007 genomen door de Turkse Sociaal Democratische Federatie, aangestuurd door de Partij van de Arbeid bij monde van raadslid Zeki Baran. Het idee was een monument op te richten dat de rol van de eerste generatie gastarbeiders in de wederopbouw van Rotterdam erkenning geeft.

Nu de kunst op de vingers wordt getikt voor haar elitaire houding en zich nadrukkelijk publiek moet verantwoorden, zijn monumenten weer in zwang. In een monument slaan populistische politiek en geëngageerde kunst de handen ineen om publiek te bereiken. De vraag daarbij is in hoeverre het monument recht doet aan zijn onderwerp of dat het ten prooi valt aan de agenda van zijn politieke en artistieke scheppers – vrijwel nooit is een monument wat het zegt te zijn. Ook hier is de vraag of het Monument voor de Gastarbeider is wat het zegt te zijn. Mijn betrokkenheid gedurende twee jaar bij dit monument, samen met schrijver Mohammed Benzakour, biedt de gelegenheid dit nader te beschouwen.

Geschiedenis wordt altijd uitgelegd ten gunste van het heden. Het huidige Rotterdam ruimt niet graag een plek in zijn geschiedenis in voor gastarbeiders. Liever ziet men de wederopbouw als een nationalistische verdienste van de hardwerkende Nederlander. Een globaliserende moderne stedelijke ontwikkeling waarin gastarbeiders pionierden, past niet in dat beeld. Wel heeft Rotterdam het migrantenprobleem hoog op de agenda staan, waarin migranten categorisch los van hun wortels in de samenleving worden gezien. Al te graag wordt migratie voorgesteld als een uit de hand gelopen linkse politiek en wordt verzwegen dat de liberalen destijds de gastarbeiders permanent in Nederland wilden houden omdat de investering in hun opleiding anders te weinig zou renderen, en dat de christen-democraten voor hun gezinshereniging zorgden.

Naum Gabo

Als woedend antwoord op de steun die de PvdA gaf aan het Monument voor de Gastarbeider stelde Leefbaar Rotterdam in 2008 dan ook voor een Monument voor de Verjaagde Rotterdammer te realiseren, dat de vlucht van de autochtone Rotterdammer voor de migrant moest symboliseren. In een videodebat over de kwestie in 2011 bleken Zeki Baran en voormalig fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, Ronald Sørensen, het verrassend eens over de uit Rotterdam-Zuid verjaagde Rotterdammers en het feit dat arbeiders voor een betaalde baan geen monument verdienen, ook niet als zij gast zijn. Maar als de ene partij dan toch een monument wilde, dan verdiende de andere partij er ook een, daarover waren de heren het eens. Ik denk niet dat Leefbaar Rotterdam werkelijk een monument voor de verjaagde Rotterdammer wil oprichten maar het tekent de krappe ruimte die het Monument voor de Gastarbeider in Rotterdam krijgt. Wat en hoeveel mag het monument betekenen?

Mohammed Benzakour en ik hebben deze vraag als uitgangspunt genomen toen ons in 2009 werd gevraagd een ontwerp te maken voor dit monument. Ons voorstel was om de in deplorabele staat verkerende abstracte sculptuur van Naum Gabo, die sinds 1957 bij de Bijenkorf op de Coolsingel staat, te laten restaureren door professionele gastarbeiders, waarna de staat het benoemt tot Nationaal Gastarbeidermonument. Feitelijk veranderde er niets aan het beeld, het zou worden gerestaureerd. Er zouden wel afspraken gemaakt worden over het denken, de betekenis van het beeld, waar het immers bij een monument om gaat.

De sculptuur van Gabo is als bouwvolume om stedenbouwkundige reden voor de Bijenkorf geplaatst. Het wordt aan de wederopbouw gelinkt maar heeft, anders dan het beeld De verwoeste stad van de Rus Ossip Zadkine (1890-1967) voor het volk nooit een specifieke betekenis gekregen. Gabo zei over zijn beeld: „Ik geef het publiek het recht tot oordelen, dat betekent het recht tot zichzelf te zeggen: is mijn verhouding tot het werk bevredigend, brengt het mij nader tot de wereld.”

Een model van zijn Bijenkorf-constructie heeft Gabo destijds opgedragen aan ‘de onbekende politieke gevangene’. Volgens ons zou zijn sculptuur in Rotterdam de geschiedenis van de gastarbeiders in de wederopbouw kunnen herbergen.

Afsluiten

De opdrachtgevers zagen het wel zitten om hun vaders geëerd te zien op de Coolsingel. Omdat de restauratie naar een context van hedendaagse kunst werd geloodst, werd uit die hoek de zes ton aan kosten gegarandeerd. Ook de eigenaar van het beeld, tevens eigenaar van het gebouw van de Bijenkorf, werkte graag mee. Echter Sculpture International Rotterdam, die namens de gemeente Rotterdam de collectie internationale beelden beheert, claimde het recht op het denken over het beeld. Het bleek een wespennest waarin gemeente en SIR besloten dat het verhaal van de gastarbeiders in de wederopbouw niet aan deze sculptuur mocht kleven. Die prijs was te hoog en de stad besloot het belangrijke beeld verder te laten roesten.

Het Monument voor de Gastarbeider moet een toontje lager zingen, is door Hans van Bentem gemaakt en staat nu in het Afrikaanderpark in Rotterdam-Zuid, gehuld in een multicultureel rookgordijn. In de diverse aankondigingen van de onthulling staat de opmerkelijke zin: „Met dit monument sluiten we tegelijkertijd een deel van onze gezamenlijke geschiedenis af. De kinderen en kleinkinderen maken inmiddels volwaardig deel uit van de Nederlandse samenleving.”

Je zou denken dat dit monument juist moet beginnen een plek voor gastarbeiders in de geschiedenis van de wederopbouw zichtbaar te maken. Het zou die geschiedenis moeten opeisen, en een verleden van in- en uitsluiting voelbaar moeten maken. Dit monument zou juist volstrekt niet multicultureel moeten zijn.

Maar het werd een monument om van het verleden af te zijn – niet om een geschiedenis te tonen, aan te kaarten of te herinneren maar juist om te vergeten. De gastarbeiders kregen wel een monument maar geen geschiedenis. Rotterdam heeft wat het wil, steen erop en nooit meer naar het graf.

Mede namens Mohammed Benzakour