Dijsselbloem verkent gevoelige aanpassingen in pensioenen

Oppositiepartijen blokkeerden eerder het pensioenplan van het kabinet. Nu zoeken ze samen naar een uitweg.

Oppositiepartijen en de coalitie zoeken komende week naar een akkoord om minder te bezuinigen op de algemene pensioenopbouw. Daarbij bespreken zij varianten waarbij wel bezuinigd wordt op de belastingvrije pensioenopbouw en het versoberen van het nabestaandenpensioen.

Bij de eerste optie zouden mensen voor het deel van hun inkomen dat boven 70.000 of 80.000 euro ligt, niet meer fiscaal gunstig pensioen kunnen opbouwen. Het aanvankelijke plan was die grens bij 100.000 euro te leggen. Nu is er geen grens.

Een andere optie is het versoberen van het nabestaandenpensioen, bijvoorbeeld door de opbouw daarvan deels niet meer van belastingheffing vrij te stellen. Beide opties liggen bij de onderhandelende partijen gevoelig. VVD, CDA en D66 zijn geen voorstanders van het lager ‘aftoppen’, de ChristenUnie en het SGP willen niet aan het nabestaandenpensioen tornen.

Eerder sprak minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) met coalitiepartijen VVD en PvdA, en oppositiepartijen CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en de SGP over de vastgelopen pensioenhervormingen van het kabinet. De oppositiepartijen hebben die hervorming – een van de grootste bezuinigingen van het kabinet Rutte II – in de Eerste Kamer geblokkeerd. Nu zoekt Dijsselbloem naar een uitweg.

In de onderhandelingen moet de minister drie problemen oplossen: hoe geeft hij De Nederlandsche Bank genoeg macht om pensioenfondsen te dwingen hun premies te verlagen? Gaan de premies niet omlaag, dan zullen oppositiepartijen de pensioenhervorming niet steunen. Twee: hoe organiseer je enige mate van pensioenzekerheid voor flexwerkers? Dat is voor D66 en de PvdA belangrijk, en ook voor het sociaal akkoord. Het derde probleem is het gevoeligste: de coalitie wilde het zogenoemde ‘opbouwpercentage’ fors verlagen. Dat is het maximale aandeel van het salaris dat jaarlijks belastingvrij in de opbouw van het pensioen kan worden gestoken. Nu is dat nog 2,15 procent, het regeerakkoord wilde dat met 0,4 procentpunt verlagen.

De oppositiepartijen vinden dat met deze verlaging de pensioenvoorziening in gevaar komt, omdat mensen zo te weinig pensioen kunnen opbouwen. Ze willen dat die (deels) wordt teruggedraaid. Daarom wordt nu gezocht naar andere besparingen.