De laatste uren van de Nederlanders aan boord

Vandaag opent in Amsterdam een expositie over de Titanic-ramp

Er is veel aandacht voor de drie overleden Nederlanders Eén verhaal lijkt op dat van Leonardo DiCaprio (als Jack) uit de speelfilm

Foto Amsterdam Expo

Verslaggever

Om 18.15 uur stuurde jonkheer Johan George Reuchlin zijn laatste telegram aan zijn gezin. Hij was als directeur van de Holland-Amerika Lijn uitgenodigd om met de Titanic naar New York te varen. In berichten aan zijn zoons schreef hij dat de kamers op het gloednieuwe schip drie keer zo groot waren als de salon thuis in de Rotterdamse Calandstraat.

Maar toen het laatste telegram aankwam, had het trieste bericht de familie al bereikt: de 37-jarige Reuchlin had de ramp niet overleefd. In de nacht van 14 op 15 april 1912, om 02.05 uur, zakte het onzinkbaar geachte schip weg in de Atlantische Oceaan na een aanvaring met een ijsberg.

Reuchlin was een van de drie Nederlanders aan boord. Geen van hen overleefde de ramp. Voor hun verhalen is aandacht in de tentoonstelling Titanic: The Artifact Exhibition, die 101 jaar na de ramp in Amsterdam Expo is neergestreken en vandaag opent. De reizende tentoonstelling deed sinds 1994 onder meer New York, Los Angeles, Londen en Parijs aan en trok ruim 25 miljoen bezoekers.

De kok reisde tweede klas

Opgedoken objecten worden tentoongesteld, zoals een verzameling ongeschonden gratineerschalen, een tasje van zilver vlechtwerk, klinknagels, scheerborstels en porselein. Cafés, hutten en een gang uit het schip zijn nagebouwd. Er worden filmbeelden vertoond van duikoperaties naar het in 1985 gelokaliseerde wrak. En er is een vitrine met een kookboek van ene Hennie Bolhuis. Een hervormd opgevoede kok uit het Groningse Wittewierum.

Hij werkte in het à la carte-restaurant van de Titanic en reisde tweede klas, vertelt mevrouw Han Slager-Bolhuis. Hennie was haar oudoom. Dat het boek bewaard is gebleven, komt omdat de kok zijn koffer voor vertrek had achtergelaten in de haven van Southampton. Slager-Bolhuis beschrijft haar oudoom als een ambitieuze avonturier. Hij moet goed in zijn vak zijn geweest: hij had al in Parijs, Londen en Monte Carlo gewerkt toen hij aan boord ging. In zijn koffer zaten brieven aan geliefden.

Dat hij was omgekomen, hoorde zijn familie drie maanden na het ongeluk. Bolhuis was 27 jaar. De familie sprak zelden over het ongeluk.

En de stoker reisde derde klas

Over Reuchlin is meer te zien. Zo wordt een brief getoond aan zijn vrouw, die overlevenden aanschreef in de hoop meer te weten te komen over de laatste uren van haar man. De briefschrijver meent haar man – kortgeknipte haren, donkere ogen en een strakke snor die net voorbij zijn mondhoeken komt – te hebben gezien en probeert haar vragen te beantwoorden: was hij goed gekleed? Droeg hij zijn bril? Wat had hij, zoon van een van de oprichters van de Holland-Amerika Lijn, te zeggen over de situatie? Waarop de man schrijft dat de jonkheer voor zover hij weet goed gekleed was, maar dat hij hem niet als specialist had herkend.

De derde Nederlander had Jack (Leonardo DiCaprio) uit de speelfilm Titanic (1997) kunnen zijn geweest: hij zat in de derde klas. Van hem is niets bewaard gebleven. Wessel van der Brugge heette hij, 27, een in Delfshaven geboren stoker die uit een familie van matrozen, schippers en dokwerkers kwam. Ruim vier maanden na de ramp hoorden zijn nabestaanden pas dat hij was omgekomen. Zij kregen nog wat geld mee van de White Star Line, de maatschappij van de Titanic: £1,40. Zijn loon voor vijf dagen werk.