De dokter wil alleen maar je geld

Toneelgroep Wunderbaum werkte tussen de daklozen in Los Angeles samen met de Amerikaanse groep LAPD aan een stuk over zorg, van Obamacare tot buurtzorg.

Acteurs van Wunderbaum en LAPD samen in de voorstelling Hospital Foto Steve Gunther

John Malpede is Amerikaan, kunstenaar, blank, hoogopgeleid. Medisch gezien was er voor hem lang geen vuiltje aan de lucht. Tot hij drie keer aan zijn netvlies moest worden geopereerd. De eerste keer bleek hij niet verzekerd. De keer daarna weigerde een arts de operatie; zijn verzekering was ontoereikend. Uiteindelijk betaalde Malpede jarenlang 900 dollar per maand aan zijn zorgverzekering, wegens een ‘pre-existing condition’. De Rotterdamse acteursgroep Wunderbaum speelt zaterdag en zondag Malpedes ‘medische levensverhaal’ in de voorstelling Hospital, samen met de Amerikaanse theatergroep LAPD, waarvan Malpede de artistieke leiding heeft.

„Obama beweegt met Obamacare richting een beter, door de overheid gereguleerd zorgstelsel in de Verenigde Staten”, zegt acteur Walter Bart van Wunderbaum. „Nederland gaat juist de tegenovergestelde kant op: minder geld, minder overheidsbemoeienis. Het leek ons mooi om die twee bewegingen naast elkaar te leggen in een voorstelling.”

LAPD (Los Angeles Poverty Department) is gevestigd op Skid Row in LA, de grootste daklozengemeenschap in de Verenigde Staten. Sinds 1985 maakt Malpede daar theater met en voor daklozen en andere omwonenden. Vijf weken lang werkten Walter Bart, Wine Dierickx, Marleen Scholten en Maartje Remmers op zijn uitnodiging in Skid Row. Ze logeerden aangenaam in Silver Lake, tussen de palmbomen, waar Tom Waits en Moby wonen, en fietsten dagelijks naar de immense daklozengemeenschap, waar overdag een vismarkt is, en ’s avonds de sanitaire voorzieningen zacht gezegd niet optimaal zijn. Bart: „Een heftige, fantastische ervaring.”

Karaoke

De acteurs werden op Skid Row rondgeleid door Kevin Michael Key, een afgekickte ex-advocaat die ook in de voorstelling speelt. Dierickx: „Elke woensdag is er in de buurtkerk karaoke, daar zijn wij ook bij geweest. Dat gaf een heel dubbel gevoel; aan de ene kant is het van een grote schoonheid wat daar gebeurt. Aan de andere kant zie je er veel schrijnende gevallen, zoals crackverslaafden.”

Naast Key spelen in de voorstelling Linda Harris, die een zenuwziekte heeft, en oorlogsveteraan Walter Fears (Bart: „de dropouts van de American Dream”). Beiden wonen op Skid Row. Toch kozen de acteurs ervoor om niet hun dramatische geschiedenissen centraal te stellen. Dierickx: „Iedereen op Skid Row heeft een schokkend levensverhaal. Maar verhalen over dakloosheid en drugsverslaving staan ver van ons af, en van ons publiek. We wilden juist meer een ‘average’ verhaal vertellen, over de werdegang van een doorsnee burger. Zodat de toeschouwer voelt: dit kan mij ook overkomen.”

Hun medespelers onderschreven dat. Bart: „Zij willen helemaal niet per se dat elke voorstelling over henzelf en hun ellende gaat.” Ook Malpede bekijkt zijn eigen levensverhaal met veel humor en relativeringsvermogen, zagen de acteurs. „Trots en waardigheid is voor hen van groot belang. Toen wij in het stuk iets over het tekort aan openbare toiletten wilden zeggen, hebben zij dat geschrapt. Ze willen juist heel graag benadrukken wat er wel goed gaat. En het gaat relatief goed; er is hulpverlening, er zijn voorzieningen, activiteiten. Heel anders dan in de jaren tachtig, toen was het de hel op aarde. Een recente voorstelling van LAPD heette The biggest recovery community on earth. Daarmee willen ze maar zeggen: mensen komen er doorgaans beter uit dan dat ze erin kwamen.”

Sociale misstanden

Over ideologische drijfveren, artistieke motivatie en bijvoorbeeld speelstijl werd wel veel gediscussieerd. Bart: „Hun theater heeft een bijna activistische noodzaak: zij hebben grote behoefte om sociale misstanden aan te klagen en te veranderen, en op te komen voor rechten van bevolkingsgroepen. En dat soms op een bijna agressieve manier.” Dierickx: „Wij kunnen er nog op vertrouwen dat we worden verzorgd als het misgaat. Daardoor konden we met meer afstand naar het onderwerp kijken, en er artistiek mee aan de haal gaan. Maar zij moeten dagelijks dealen met een heel onrechtvaardig systeem. Voor hen is het bittere ernst. Daar krijg je heel ander theater van.”

Walter Bart: „Het opvallendste verschil tussen ons vond ik denk ik nog wel het wantrouwen. Zij denken echt dat dokters alleen op hun geld uitzijn, of zelfs ongevraagd proeven op ze zullen uitvoeren. Joh, als dat je realiteit is... Ik geloof echt nog wel dat de medische stand in principe het beste met me voorheeft. Maar nu ons zorgsysteem verandert, en er meer macht bij bijvoorbeeld de verzekeraars komt te liggen, zie je hier ook vaker scepsis en paranoia ontstaan.”

Voor een Nederlands publiek ligt de relevantie van Hospital vooral in de waarschuwing. Dierickx: „Wat John is overkomen is een schrikbeeld. Daar moeten we in Nederland zeker niet naar toe.” Hoe het wel moet? De voorstelling eindigt met een positieve noot over het Nederlandse initiatief buurtzorg; toegankelijke en betaalbare zorg aan huis voor ouderen en zieken. Een (aanvankelijk) kleinschalig, realistisch, ‘bottom up’-initiatief. Bart: „Bij een terugtredende overheid zijn dit soort initiatieven het antwoord.”

Dit thema diept Wunderbaum dit weekeinde met deskundigen verder uit tijdens de ‘zorghappening’ Who Cares in Rotterdam. „Wat kunnen wij doen? Wij werken niet in de zorg. Maar via de kunst kennis delen, informatie verzamelen en uitdragen, mensen verbinden en inspireren, dat kunnen wij wel.”

Hospital en zorghappening Who Cares, 16 en 17/11 Rotterdamse Schouwburg. Tournee Hospital in 2014. Inl: wunderbaum.nl