De advocaat doet het niet voor 210 euro

Vandaag praat de Tweede Kamer over de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand Het kabinet wil daarin snijden Als er inderdaad wordt gekort, stoppen veel asieladvocaten ermee

Op veel plekken in Nederland staakten advocaten afgelopen maandag, zoals hier bij de rechtbank in Amsterdam. Foto ANP

Redacteuren justitie

‘Marktplaatsaanbieding: hoger beroep voor Noord-Koreaanse.’ Via een internetforum voor asieladvocaten probeerde Igna Oomen onlangs enkele van haar cliënten aan een andere advocaat te helpen. Zelf doet ze geen hogerberoepszaken voor vreemdelingen meer.

In dit geval ging het om een Noord-Koreaanse vrouw die volgens de rechter wel in Zuid-Korea kan gaan wonen met haar tweeling van 12. Oomen ziet aanleiding genoeg om in hoger beroep te gaan, schrijft ze haar collega’s. Een ‘fatsoenlijke’ voorbereiding van de zaak zou tien uur kosten. ‘Oftewel, een bruto-omzet van 20 euro per uur. Dat kan ik mij niet veroorloven. Wie wil cliënte bijstaan?’

Asiel- en vreemdelingenadvocaten gaan last ondervinden van de bezuinigingen op gesubsidieerde rechtsbijstand, zoals het kabinet voorstelt. Vandaag spreekt de Tweede Kamer erover.

De administratieve kosten van deze advocaten worden niet meer vergoed, subsidies worden niet aan de inflatie aangepast. Nog veel méér effect heeft een maatregel die al is ingegaan, zonder dat het parlement daarover ooit heeft gesproken. Per oktober heeft staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) namelijk de vergoedingen verlaagd voor bezwaar- en beroepsprocedures die zonder zitting worden afgedaan. Vóór 1 oktober ontvingen advocaten 856 euro voor een bezwaar- of beroepsprocedure, ook zonder zitting. Nu is dat 210 euro.

Het is logisch, zegt Teeven

Dat nieuwe bedrag van 210 euro geldt voor alle bestuursrechtelijke zaken (voor zaken tussen burger en overheid). Achterliggende gedachte is dat advocaten niet nodeloos moeten doorprocederen. Ze moeten beter inschatten of hun zaak wel kans maakt. Bovendien redeneert Teeven: als een rechter een zaak kan afdoen zonder zitting, dus zonder de partijen te horen, dan heeft de zaak ook de advocaat weinig tijd gekost. En dus is volgens hem een lagere vergoeding logisch.

Alleen: in het asiel- en vreemdelingenrecht bestaat geen verband tussen het besluit van de hogerberoepsrechter om een zitting te houden en de tijd die een advocaat kwijt is aan een zaak. Een zitting is voor vreemdelingenzaken eerder uitzondering dan regel, legt asieladvocaat Marq Wijngaarden uit. „In het gewone bestuursrecht behandelt de rechter 85 procent van de hogerberoepzaken op zitting. In het vreemdelingenrecht is dat nog geen 4 procent.”

Igna Oomen zegt het zo: „Voor een besluit over de bouw van een dakkapel of het kappen van een boom worden burgers wél gehoord. Maar als het gaat om iets essentieels als de vraag of iemand in een land mag blijven, gebeurt dat niet.”

Advocatenkantoren Böhler en Hamerslag&VanHaren hebben inmiddels aan de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten laten weten dat ze geen hogerberoepszaken meer doen voor vreemdelingen. Het risico dat ze voor die zaken maar 210 euro krijgen, achten ze te groot. Want er zit gemiddeld zeker acht uur werk in een bezwaar of beroep. Geen zaak is identiek. Elke vreemdeling heeft zijn eigen geschiedenis met uiteenlopende redenen om al dan niet in Nederland te kunnen blijven.

Geen flutstukjes

Dan maar minder tijd aan zaken besteden en dus slechter werk afleveren, dat zien de advocaten van deze kantoren niet zitten. Wijngaarden: „Ik ga geen flutstukjes schrijven.” Oomen: „Voor de staatssecretaris ruimt dit lekker op. Voor de vreemdeling betekent het een groot probleem om zijn recht te halen.”

Als veel advocaten zaken weigeren wegens het risico van de lage vergoeding, zeggen de asieladvocaten, beperkt dat de toegang van burgers tot het recht. Veel vreemdelingen kunnen immers hun advocaat niet zelf betalen. Laat staan dat ze hun eigen verdediging kunnen voeren, met zulke complexe regels.

Als je hier kwaad over zou denken, zegt Wijngaarden, „kun je vermoeden dat deze regeling ontworpen is om de instroom van asielzoekers tegen te gaan”.

Kunnen de advocaten zélf niet met minder toe? De suggestie dat advocaten zat verdienen, vindt Oomen vervelend – dat geldt volgens haar niet voor advocaten die vooral pro-deowerk doen. „Ik verdien minder dan de wiskundeleraar van mijn zoon.”

Ironisch in dit systeem is dat de immigratiedienst IND mede bepaalt welke vergoeding vreemdelingenadvocaten krijgen. In de bezwaarfase moet een vreemdeling niet bij de rechter zijn, maar bij de dienst zelf. Doet de IND het bezwaar tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning zonder zitting af? Dan krijgt de advocaat de lage vergoeding van 210 euro. Komt er wel een hoorzitting, dan is de vergoeding meteen vier keer zo hoog.

De IND lijkt zich er niet van bewust dat vreemdelingen wel het wettelijke récht hebben om gehoord te worden. Dat zegt Barbara Wegelin, die veel vreemdelingenzaken doet voor Everaert Advocaten. De dienst belt haar geregeld voor een bezwaarzaak, vertelt ze: „Mevrouw, zeggen ze dan, stelt u prijs op een hoorzitting? Ja, natuurlijk! Maar daar gaat het helemaal niet om. Mijn cliënten hebben er gewoon recht op.” Afzien van die hoorplicht kan wettelijk alleen als de cliënt heeft verklaard géén gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of als geen twijfel mogelijk is over welke partij gelijk heeft.

Bij twijfel, ga k.o.!

De IND deed dit voorjaar een proef om behandeltijden van bezwaarzaken in te korten. Conclusie was dat ‘het wegen van een zaak, het zoeken naar zekerheid en uiteindelijk het doorhakken van een knoop (te) veel tijd kost’. Aanbeveling nummer 1: ‘Bij twijfel, ga k.o.!’ Die afkorting staat voor kennelijk ongegrond, en dat is jargon voor: organiseer liever géén hoorzitting.

De angst termijnen te overschrijden is bij de IND groter dan de wil om een zaak inhoudelijk goed te behandelen, zegt Barbara Wegelin: „Want als je vervolgens in beroep gaat, geeft de advocaat van de IND soms gewoon toe dat het onzorgvuldig was om de cliënt niet te horen.”

Er blijven vast advocaten die wél in bezwaar of beroep gaan voor vreemdelingen. Wegelin: „Er zijn ongetwijfeld advocaten die het morele en juridische belang van cliënten minder serieus nemen dan gerenommeerde advocaten.” Oomen: „Iemand die zo’n beroep voor 210 euro aanneemt, is óf veel sneller en slimmer dan ik, óf hij biedt niet de kwaliteit die hij belooft, want dan zou hij verlies draaien.”