De aanpak van Rabo is ‘spijkerhard’, zegt Opstelten

De minister van Justitie verdedigde gisteren in een fel kamerdebat de schikking die is getroffen met de Rabobank over de Libor-fraude.

De verwijten aan het adres van minister Opstelten (Justitie, VVD) waren niet mals. Door af te zien van een strafzaak na de fraude bij de Rabobank, gaf Opstelten volgens de PVV „voeding aan maatschappelijke verontwaardiging”. Volgens de PvdA rijst het beeld „dat de grootste boeven zijn afgekocht met bonussen”. Ook Opsteltens eigen partij, de VVD, was tussen de regels door kritisch. „Wij vinden dat degenen die fouten hebben gemaakt, gestraft moeten worden.”

Tijdens het Kamerdebat over de Libor-fraude bij de Rabobank zorgde de schikking met het Openbaar Ministerie van eerder deze maand voor de meeste ergernis. Want was de strafvervolging niet te gemakkelijk voor 70 miljoen euro afgekocht, zodat de bank en de huidige medewerkers niet langs de rechter moesten? Of moest Nederland tegen zijn zin in schikken omdat er internationaal een ‘transactie’ was bereikt van in totaal 774 miljoen euro?

Geen sprake van, aldus Opstelten. De fraude bij de Rabobank was „bij uitstek geschikt voor een transactie”. Alleen op deze manier kan je internationaal, snel en stevig optreden, vindt hij. „De schikking met het OM maakte deel uit van een global settlement”. En het was een misverstand te denken dat over zo’n schikking onderhandeld kon worden. „Dit is spijkerhard optreden door OM”, zei Opstelten over de schikking waar hij „voor de volle 100 procent” mee heeft ingestemd.

Natuurlijk was een gang naar de strafrechter mogelijk. Dat zou de behoefte aan vergelding beter bevredigen. Maar dat zou volgens Opstelten jaren duren. En, wat hij niet zei: dan was het nog maar de vraag of de hoofdrolspelers achter slot en grendel zouden verdwijnen.

Maar kwamen de fraudeurs op deze manier niet te gemakkelijk weg? Want geen huidige Rabo-medewerker kan na de schikking nog veroordeeld worden. Dat lijkt te botsen met de aansporing van minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) die het OM opriep „buitengewoon serieus” te kijken of strafrechtelijke vervolging van de fraudeurs mogelijk was. Maar diegene die nu nog in dienst van de Rabobank zijn, hebben volgens Dijsselbloem geen fraude gepleegd. „Dan moet je meer denken aan een leidinggevende die het niet wist maar het had moeten weten.”

De mensen die eerder bij de Rabobank vertrokken zijn, kunnen nog wel worden veroordeeld. Maar mag een minister het OM wel onder druk zetten, zo vroeg D66 zich af. Dat was volgens Dijsselbloem niet aan de orde. „Met alle respect voor het OM, maar bij zo’n grote maatschappelijke kwestie zou het ongeloofwaardig zijn als ik daar als politicus mijn mening niet over mag geven.”

Niet voor het eerst bij een financieel schandaal moest Dijsselbloem constateren dat wetgeving en toezicht tekortschieten. De minister gaat stug door met het maken van strikter beleid, maar het blijft een langdurig proces. Kunnen er nog meer schandalen volgen, wilde de Tweede Kamer weten. „Gezien de recente geschiedenis is het veilig deze vraag met ja te beantwoorden”.