Xi’s routekaart voor China

Vaag wordt het al genoemd, het communiqué dat het Derde Plenum van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China vannacht publiceerde. Maar dat valt nog te bezien. Van de uitkomst van dit beraad van de 370 belangrijkste functionarissen was meer verwacht, maar de geschiedenis wijst uit dat de mistige taal vaak pas later van concrete maatregelen wordt vergezeld. Het overschatten van de uitkomsten van deze bijeenkomsten is weliswaar een risico, maar een groter gevaar is juist onderschatting. Er is al op gewezen dat twee historische bijeenkomsten, in 1978 en 1993, in hun eigen tijd lang niet zo revolutionair oogden als zij later bleken te zijn. De opkomst van China is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de ideologische impulsen van destijds. Het resultaat is het moderne China, dat nu al de tweede economie ter wereld is.

Het huidige Plenum moet worden gezien als de presentatie van een economische routekaart voor het beleid van de pas aangetreden president Xi Jinping en premier Li Keqiang. De zittingsduur van tien jaar die zij voor de boeg hebben geeft hun de tijd om de hervormingen door te voeren die China hard nodig heeft. Concreet genoemd wordt de mogelijkheid van boeren om hun land te verkopen, hetgeen de overgang van platteland naar stad vereenvoudigt. Daarnaast is er sprake van een herformulering van de rol van de markt in de economie, die is opgewaardeerd van ‘basaal’ naar ‘beslissend’.

Beide uitkomsten geven ruime aan een scala van latere maatregelen, die hard nodig zijn. Het gelijktrekken van de rechten van gevestigde stedelingen en nieuwkomers, bijvoorbeeld. Of het benadrukken van het ondubbelzinnige eigendomsrecht van het land waar de boerenbevolking nog woont en werkt. De ‘beslissende’ rol van de markt kan worden gelezen als aanzet tot het terugbrengen van de invloed van de enorme staatsbedrijven, die vaak inefficiënt en vervuilend zijn en een te groot deel van de kredietverlening opslokken.

Maar ook in bredere zin heeft China meer markt nodig. De economie balanceert op dit moment gevaarlijk tussen de gewenste stabiele groei en dreigende overinvesteringen, een zeepbel op de vastgoedmarkt en ontoelaatbare vervuiling van lucht, grond en water. En naarmate China zijn positie als lagelonenland ontgroeit, zal het zowel een hoger technologische niveau moeten bereiken als de binnenlandse consumptie moeten aanwakkeren. De economische en maatschappelijke behoeften van de stormachtig groeiende middenklasse volgen de modernisering van de economie intussen op de voet.

En dat leidt weer tot de vraag of Xi erin zal slagen de komende tien jaar te bewijzen dat het autoritaire kapitalisme een bestendig model is. Het antwoord zal pas over jaren duidelijk zijn, als de mist is opgetrokken.