Welke hindernissen nekken ons herstel?

Groei of krimp? Morgen weet u het. Maar er is meer dan de vraag of dé Nederlandse economie in het derde kwartaal uit haar derde recessie in vijf jaar is geklommen. Alleen...dé Nederlandse economie bestaat niet. De economie bestaat uit zeker vijf componenten met verrassend verschillende posities en perspectieven. Ze versterken elkaar niet, ze zitten mekaar eerder in de weg.

De eerste component is het exporterende, doorgaans grotere (en deels multinationaal georganiseerde) bedrijfsleven. Tegen de achtergrond van de crisis past hen maar één kwalificatie: hier gaat het fan-tás-tisch. De winstgevendheid is meer dan behoorlijk, de vermogensposities zijn ijzersterk, de kas is overvloedig gevuld. De beursgraadmeter AEX, waarin deze categorie bedrijven is opgenomen, staat mede daarom pp een post-kredietcrisis piek.

De tweede component is het (kleinere) bedrijfsleven dat werkt voor de binnenlandse markt. Ondernemers die leveren aan de exportsector komen vooruit. Maar wie het moet hebben van consumenten (detailhandel, huizenmarkt, horeca) lijdt onder krimpende koopkracht en internetconcurrenten. Al jaren. Zijn vermogen verdampt, zijn bedrijfspand verliest waarde, bankkrediet wordt molensteen.

De derde component is de overheid en de daaraan gelieerde gezondheidszorg. Het Rijk wil krimpen, reduceert banen, schrapt investeringen en fungeert als rem op herstel. De zorg was decennia een betrouwbare banenmachine. Dat is door geforceerde kostenbesparingen voorbij. In het eerste en tweede kwartaal van dit jaar daalde het aantal banen in een historische teruggang.

De vierde component is de financiële wereld. De overvloed van bankkrediet en particuliere schuld (woninghypotheken) was tot 2008 een aanjager van groei. Nu is schuld verdacht. Banken en verzekeraars proberen hun winsten (en daarmee hun kapitaal) te verhogen door krediet te rantsoeneren, nieuwe stroppen te mijden en personeel de deur te wijzen. Banken worden met extra publieke heffingen (bijdrage aan kosten nationalisatie SNS Reaal), met boetes (Rabobank) en extra belastingen aangeslagen voor fouten en falen in ’t recente verleden. Ook een rem.

De vijfde component bent u. De consument. U spaarde de afgelopen jaren alsof uw leven én uw toekomst (pensioenen krimpen, huizenprijzen dalen, werkloosheid groeit) ervan af hingen. Zoals DNB-president Klaas Knot, die twee maanden geleden groeiherstel voorspelde, graag zegt: de consument houdt de hand niet op de knip, hij heeft gewoon minder in de knip. U doet vanzelfsprekend het beste voor uzelf, maar dat is niet per se ook een aanjager van groei. U bent ook een rem.

Optimisten als Knot rekenen op herstellend vertrouwen van producenten. De raming van de internationale economische denktank OESO wees deze week op verbetering op onze belangrijke exportmarkten.

Maar dat is te weinig voor bestendige groei, al zal dat op op laag niveau liggen. Twee hindernissen spelen ons parten: inkomen en investeringen. Ondanks de hoge winstgevendheid dalen de investeringen van het bedrijfsleven. Waarom? De economische beleidsmakers van Knot tot Economische Zaken weten het niet. Sparen grote(re) ondernemingen hun winsten en hun geld op, omdat ze bang zijn dat banken hun kredieten intrekken? Staken ze met investeren in Nederland en Europa omdat hun fabrieken hier op halve kracht produceren en groeivooruitzichten belabberd zijn? En wachten ze liever op kansen in China, India, Afrika of Zuid-Amerika? Of voelen ze zoveel druk van beleggers die inkomen (dividend, aandeleninkopen) verkiezen boven risico’s van investeringen en groei? Raadselachtig.

Hindernis twee: inkomen. Werkgevers besef: loonmatiging was de oplossing van de vorige crisis. Vakbonden bij exporterende grote(re) bedrijven: stel die hogere looneisen.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.