Walnotendeeg

In de herfst lag onze voortuin bezaaid met walnoten. Ik herinner me dat er regelmatig, in de schemering, mensen de tuin in slopen om die noten te rapen. Ik werd daar als kind heel ongemakkelijk van: van die schichtige volwassenen in keurige regenjassen die onze noten pikten. Ook mijn moeder wist zich geen houding te

In de herfst lag onze voortuin bezaaid met walnoten. Ik herinner me dat er regelmatig, in de schemering, mensen de tuin in slopen om die noten te rapen. Ik werd daar als kind heel ongemakkelijk van: van die schichtige volwassenen in keurige regenjassen die onze noten pikten. Ook mijn moeder wist zich geen houding te geven. Soms liep ze naar buiten en overhandigde een zak noten aan de wildraper, als die tenminste niet bij het geluid van de opengaande voordeur het hazenpad had gekozen. „Belt u volgende keer maar gewoon even aan”, zei ze dan. „We hebben genoeg.”

Nu denk ik: we hadden een deel van die noten gewoon langs de weg moeten zetten. Steeds vaker zie ik tijdens wandel- of fietstochten zo’n sympathiek tafeltje staan met wat zakken appels of wat eieren. Soms gratis, soms met een bordje en een potje om geld in te doen. Een luttel bedrag, meestal. Zo’n bedrag waarvan je denkt: áls een of andere onverlaat het dan een keer pikt, is het ook niet het einde van de wereld.

Van de walnoten die ik van de week van iemand kreeg maakte ik deze knolselderijtaart met walnotendeeg.

Meng daartoe bloem, griesmeel en een theelepel zout en snij daarin de boter fijn.

Wrijf de boter door het meel, voeg een scheutje koud water toe en kneed tot een compact deeg. Voeg er 50 gram fijngehakte walnoten aan toe. Hou een stukje deeg apart en rol de rest uit.

Leg het in een goed ingevette en bebloemde quichevorm en boetseer het stugge deeg tot het regelmatig over de bakvorm verdeeld is. Doe de vorm in een plastic zak en zet ’m in de koelkast.

Snij de schil van de knolselderij, snij ’m vervolgens in plakken en daarna in kleine dobbelsteentjes.

Knijp er wat citroensap over. Snij de ui fijn en fruit ’m in olijfolie. Wie dat lekker vindt, kan ook wat spek meebakken.

Roer er een geperste teen knoflook door en voeg de knolselderij toe. Doe de fijngehakte salie erbij. Bak een minuut of 10-15 tot de selderij glazig begint te worden. Zet het vuur uit en roer de yoghurt plus de rest van de noten erdoor. Breng op smaak met zout en peper.

Leg bakpapier op de deegbodem en vul ’m met bakbonen.

Zet 25 minuten in de oven (180 graden). Verwijder de bonen, doe de vulling erin en maak van het restje deeg een mooi ruitpatroon bovenop. Zet de taart nog een half uur terug in de oven.

Knolselderijtaart (4-5 pers) 150 gr bloem 150 gr griesmeel 175 gr koude boter 75 gr gepelde walnoten 1 knolselderij 1 citroen 1 flinke ui knoflook 7 blaadjes salie 2 el dikke yoghurt