‘Rumsfeld zit op zijn eigen planeet’

Errol Morris onderwierp Donald Rumsfeld, de Amerikaanse minister van Defensie tijdens de oorlog in Irak, aan een interview van 33 uur. „Hij is volledig in zijn eigen mythe gaan geloven.”

Donald Rumsfeld in de documentaire The Unknown Known van Errol Morris

De gevierde documentairemaker Errol Morris houdt van het lange interview met één hoofdpersoon. Zo maakte hij zijn film The Fog of War met Robert McNamara, de Amerikaanse minister van Defensie tijdens de oorlog in Vietnam, waarvoor hij in 2004 een Oscar ontving. In zijn nieuwe film The Unknown Known, te zien op IDFA, past hij dit procedé toe op Donald Rumsfeld, die hetzelfde ambt als zijn voorganger McNamara bekleedde tijdens de oorlog in Irak.

Wat trekt u aan in het lange interview?

„Ik heb zoveel films gezien waarin tien, twaalf mensen aan het woord komen over een onderwerp. Dat is de standaardmanier van werken. Soms levert dat een prima resultaat op, maar vaak is dat ook heel saai. Mijn belangstelling gaat ook niet uit naar wat andere mensen van Donald Rumsfeld vinden. Dat weet ik wel zo ongeveer. Ik wil weten wat Donald Rumsfeld over zichzelf denkt. De beste manier om daarachter te komen is door met met hem zelf te praten. Ik heb 33 uur met Rumsfeld gesproken. Door zo lang te praten ben ik iets op het spoor gekomen over hem, wat heel diep zit en waar ik anders niet achter had kunnen komen. Ik kan gemakkelijk honderd mensen aan het woord laten die Rumsfeld vanwege de oorlog in Irak als een oorlogsmisdadiger beschouwen. Maar op die manier kom ik niets te weten over de redenen waarom hij heeft gedaan wat hij deed en hoe hij zijn beslissingen voor zichzelf rechtvaardigt. Met deze film kom ik daar wel dichterbij.”

Wat is dan die diepere waarheid?

„Dat Rumsfeld absoluut geen zelfkennis heeft, of enig inzicht in zichzelf. Voor mij is het niet duidelijk of hij de wereld om zich heen wel echt waarneemt, of dat hij helemaal opgaat in de wereld die hij zelf heeft gecreëerd. Dat heeft misschien iets met zijn leeftijd te maken, hij is 81. Maar eerlijk gezegd denk ik dat hij altijd al in zijn eigen wereld heeft geleefd.”

Hoe was het om zo lang in een kamer te zijn met een man die u duidelijk niet mag en voor wie u weinig respect heeft?

„Donald Rumsfeld is een totaal ander soort man dan Robert McNamara. Van Mcnamara ben ik gaan houden tijdens het maken van de film. Hij wist dat de oorlog in Vietnam een vergissing was geweest, en hij ging daar ook onder gebukt. Dat was schrijnend. McNamara werd verscheurd door zijn eigen overtuigingen en opvattingen, en wat hij zag als zijn plicht als minister onder president Johnson. Vietnam was de oorlog van Johnson, niet die van McNamara. Bij Rumsfeld is daar helemaal geen sprake van. Hij heeft nergens spijt van en voelt zich nergens schuldig over. Ik verwacht ook niet dat dat zelfonderzoek ooit bij hem zal komen. Hij kan alleen belangstelling opbrengen voor zichzelf en voor niets anders.”

Is uw beeld van hem door de film veranderd?

„Hij boezemt me nu nóg meer angst in. Hij speelt een rol voor de camera, dat is duidelijk. Maar zit er ook nog iets achter dat rollenspel? Dat durf ik nog steeds niet te zeggen. Hij speelt zijn rol al zo lang, het lijkt alsof de man achter de rol volledig is verdwenen. Ironisch genoeg zegt Rumsfeld zelf in de film dat een dictator als Saddam Hoessein in zijn eigen propagandamachine is gaan geloven en zichzelf als een mythe ging beschouwen. Maar hoe zit dat met Rumsfeld zelf?”

Rumsfeld constateert in de film tevreden dat president Obama nauwelijks maatregelen heeft teruggedraaid van de regering-Bush in de strijd tegen terrorisme.

„De situatie waarin we ons bevinden is volkomen absurd. De vijanden van Amerika zijn ons jarenlang voorgesteld als onvoorstelbaar grote criminelen, als de grote satan zelf. Vervolgens zie je hoe Saddam Hoessein uit zijn hol in de grond is gevist, of hoe Osama bin Laden zich schuilhield in zijn huis in Pakistan. Dan vraag ik me af: is dat de reden om de grootste militaire mogendheid in de wereldgeschiedenis te mobiliseren? Zijn we helemaal knettergek geworden?”

Maar ook met bescheiden middelen kunnen terroristen een hoop ellende aanrichten. Dat bleek wel op 11 september 2001.

„De grote mediagebeurtenis die werkelijk een nieuw tijdperk heeft ingeluid, was volgens mij niet zozeer 11 september, ook al zijn de beelden daarvan de hele wereld over gegaan. De werkelijk nieuwe mediagebeurtenis, waren de beelden van de misstanden in de gevangenis van Abu Ghraib in 2003. Dankzij digitale camera’s en internet gingen die beelden in een heel snel tempo de hele wereld over. Voor het eerst in de geschiedenis had de staat niet meer de mogelijkheid om die beelden weg te moffelen. Hoe graag ze dat ook zouden willen, de autoriteiten kunnen geen beelden meer vernietigen, omdat die beelden meteen worden gekopieerd en verspreid. Het is moeilijker dan ooit om informatie te controleren. Dat geeft me wel een zekere hoop voor de toekomst.”

Volgens sommige recensenten blijft Rumsfeld zo ongrijpbaar dat hij in de film meer het verhaal stuurt dan u.

„Ik denk dat ik de touwtjes stevig genoeg in handen heb gehouden. Ik kon de vragen de stellen, de eindmontage doen. Maar mijn aanpak is wel subtiel, ik geef de kijker de ruimte om zelf conclusies te trekken. Ik ben geen Michael Moore, en dat wil ik ook helemaal niet zijn. Ik ga niet te werk met mijn moker. Ik zeg niet dat mijn aanpak perfect was. Misschien had ik Rumsfeld nog meer het vuur na aan de schenen moeten leggen, hem nog meer moeten tegenspreken. Ik heb hem steeds met feiten en met de werkelijkheid geconfronteerd. Heel vaak reageerde hij daarop met alleen een heel lang en wollig verhaal. Wat moet je daarmee? Dat heb ik er maar uitgesneden, dat is het enige wat je kunt doen. Dit was de moeilijkste film die ik ooit heb gemonteerd. Maar ik ben trots op het resultaat.”