Musicals met en zonder Joodse gotspe

Joel Grey in ‘Cabaret’, 1972 (BBC Imagine)

De musical is mijn favoriete filmgenre, maar tot de Nederlandse theatermusical heb ik me nooit erg aangetrokken gevoeld. Aanwijzingen voor een verklaring zijn te vinden in Michael Kantors schitterende documentaire, die de rubriek Imagine (BBC 1) gisteren uitzond: Broadway Musicals: A Jewish Legacy.

Alleen al om de scène waarin Charles Strouse, de 85-jarige componist van de musical Annie, met heldere stem aan de piano zijn eigen hit Tomorrow zingt, had ik die documentaire voor geen goud willen missen.

De stelling van Kantor luidt dat de Broadwaymusical een vrijwel exclusieve Joodse aangelegenheid is. Noem maar eens een auteur van een klassieke theatermusical die goj was. De uitzondering vormde Cole Porter, maar eigenlijk was zijn enige dramasucces Kiss Me Kate. In de film wordt verteld over de gangbare grap onder Porters vakgenoten dat zijn voorvaderen door de inquisitie onder dwang gekerstend moesten zijn.

Componisten en tekstschrijvers lieten zich inspireren door de traditie van het Jiddische theater. Kantor komt met talloze goed gedocumenteerde illustraties op de proppen. In The Producers, oorspronkelijk een film van Mel Brooks over de opzettelijk wansmakelijke musical Springtime for Hitler, wordt eer bewezen aan Boris Tomashefsky, de pionier van het Jiddische theater in Amerika. Aan de Village People herinnerende archetypen voeren vervolgens een Joodse volksdans uit à la Fiddler on the Roof. Dat was in 1964 de eerste musical met een openlijk Joods onderwerp. Meestal gebruikten de librettisten andere minderheden om het verhaal te vertellen van de buitenstaander die moeilijkheden moet overwinnen: Portoricanen in West Side Story, een Londens bloemenmeisje in My Fair Lady, slaven in vele variaties. Maar in Porgy and Bess zou Gershwins religiekritische It Ain't Necessarily So direct verwijzen naar een gebed uit de Thora. De klarinet (instrument van Woody Allen en Harpo Marx) waarmee Rhapsody in Blue begint is een klezmercitaat.

De mooiste en brutaalste verwijzing naar antisemitisme is het lied dat Joel Grey in Cabaret zong voor een als bruid verklede gorilla: „Als u haar door mijn ogen zou kunnen zien, dan zag ze er helemaal niet Joods uit”. Dat sarcasme werd slecht begrepen. Maar het is precies het soort gotspe dat in veel Nederlandse musicals ontbreekt: hier flopte de musicalversie van The Producers binnen een week.