Meeste doden? Meeste hulp

Alle media-aandacht gaat naar Tacloban Dat is de hoofdstad van het Filippijnse eiland Leyte, waar de tyfoon de meeste slachtoffers maakte De havenstad Ormoc dreigt te worden vergeten

Slachtoffers van de tyfoon wachten buiten het vliegveld van Tacloban. FOTO AFP

correspondent zuidoost-Azië

Ormoc heeft een probleem. De havenstad aan de westkust van het Filippijnse eiland Leyte heeft geen stroom, maar dat is het niet. Kaarsen zorgen voor een beetje licht in de markt die is opgezet in de busterminal waarvan alleen nog een geraamte overeind staat. De generator van het Pongos Hotel wordt door de bevolking gebruikt om mobieltjes op te laden. Op lange tafels liggen de telefoons aan accu’s. Jongeren staan schaterlachend voor de hoteldeur.

De goede sfeer is schijn. Opgeladen telefoons zijn een manier om te overleven. Met een telefoon kun je rondbellen om te kijken wie nog eten heeft. Want dat is inmiddels realiteit in Ormoc: het voedsel raakt op.

Zet een internationale nieuwszender aan of werp een blik op Twitter en het lijkt alsof de tyfoon, die vier dagen geleden het uitgestrekte eilandengebied in het hart van de Filippijnen trof, vooral één stad raakte: Tacloban, ook op Leyte. Het was de melding van een Filippijnse functionaris dat er in de stad tienduizend mensen waren omgekomen die de wereld wakker schudde. Na dat bericht kwam het gros van de buitenlandse journalisten in actie en begon de internationale noodhulpmachine op volle toeren te draaien. Tienduizend doden is een ramp van de buitencategorie. Tacloban is het gezicht van de ramp geworden.

De situatie in Tacloban is ook schrijnend, vertellen slachtoffers die na een lange autorit in Ormoc zijn aangekomen. „Niks is heel. Overal doden, alles is geplunderd. Er is geen bank, winkel of schip dat niet opengebroken en geplunderd is. Het is een hel”, zegt een man.

Dat de chaos in Tacloban compleet is, betekent niet dat de situaties in andere delen van het rampgebied minder schrijnend zijn.

De straten van Ormoc zijn bedekt met een mengsel van zand, water, plastic afval, en bladeren. De bomen staan als eetstokjes in de grond, door de tyfoon gestript van takken. Straathonden struinen door de donkere straten. Elektriciteitskabels bungelen op de grond als lianen in de jungle. En de bewoners van Ormoc kijken of geïmproviseerde stalletjes eten bieden. De toonbanken zijn los van een paar waterflesjes en bakjes instant noodles onaangenaam leeg.

Overgeslagen

In de haven staat Ram Kampahe met een bouwhelm op in een blauw overhemd naast een hoop verwrongen staal en gietplaat dat tot vorige week waarschijnlijk een loods was. Kampahe coördineert voor de gemeente de aankomst van de hulpgoederen. Het probleem is dat hij nauwelijks iets te doen heeft. „Alles wat richting dit eiland komt, gaat linea recta naar Tacloban. Wij worden overgeslagen. Ik snap dat er in Ormoc dertig doden zijn gevallen en in Tacloban wellicht duizenden. Maar het gaat ook over de overlevenden. Wij hebben hier ook tweehonderdduizend mensen die net zoveel honger hebben als bewoners van Tacloban”, zegt Kampahe.

In een woonwijk naast de haven brandt alleen licht in het huis dat dienst doet als hoofdkantoor van het lokale Rode Kruis. Daar staat Nerthel Remulta. Hij is eigenlijk laborant, maar wordt nu door het Rode Kruis ingezet om eten uit te delen. In ieder pakket zitten vijf kilo rijst en vier blikken. Daar moet een familie van zes personen het drie dagen op uithouden, vertelt Remulta. „Maar er is veel te weinig”, zegt hij. „Tot nu toe hebben wij zeshonderd voedselpakketten binnengekregen.” In het gebied wonen ongeveer tweehonderdduizend mensen.

Er zijn redenen waarom het Rode Kruis niet in de vraag kan voorzien. Het land is in korte tijd geteisterd door drie tyfonen, een zware aardbeving, een epidemie. Ook laaide onlangs in het zuiden het geweld tussen regeringstroepen en moslimrebellen op. Als gevolg zijn de voorraden van het Rode Kruis ernstig geslonken.

Voor Remulta maakt het weinig uit. Hij hoopt dat zo snel mogelijk een paar volle schepen richting Ormoc varen. Even later meldt zijn baas dat één schip onderweg is. Over twee dagen zal de boot aankomen, waarschijnlijk midden in de nacht. Om te voorkomen dat grote hordes hongerige mensen het schip bestormen.