Madrid bezaaid met kleine vuilnisbelten

Over de stoep van het gebouw waar ik een kantoortje huur, loopt een onzichtbare grens. Voorheen was die me niet opgevallen, maar nu de stratenvegers van Madrid sinds een week staken, wordt hij zichtbaar. Het is de grens tot waar Gonzalo, de portier van ons gebouw, schoonmaakt. Vanaf de gevel tot aan de bomen: een strook van ongeveer twee meter. Daar veegt en dweilt hij. Verder durft hij niet.

„Ik vind het er ook vies uitzien”, vertelt Gonzalo, terwijl hij in zijn blauwe overall op zijn bezem leunt. Een halve meter verderop liggen rond lantaarnpalen en bomen hoopjes zwerfvuil. Even verderop is vannacht opnieuw een volle prullenbak op het trottoir leeggestort. „Maar ik ga het niet opruimen, hè. Als ze me zien, krijg ik me toch een pak slaag.”

‘Ze’, dat zijn de piqueteros. Wachten van de vakbond die door de stad rondrijden om te kijken of de staking nergens ‘gesaboteerd’ wordt. Hun intimiderende optreden maakt dat weinig Madrilenen zelf even hun stoep aanvegen. De piqueteros zijn het waarschijnlijk ook die ’s nachts prullenbakken en kliko’s omkieperen. Ook vlogen hier en daar al inzamelbakken voor oud papier en glas in brand.

De Spaanse hoofdstad blijkt ook in vuilniscrisistijd geen participatiesamenleving. Nu rond de recyclepunten niet meer wordt geveegd, verworden deze tot kleine vuilnisbelten. Inwoners van Madrid maken van de gelegenheid misbruik door ook grofvuil er bij te dumpen. Klusjesmannen zetten hun bouwafval erbij. Winkeliers hun verpakkingsmaterialen.

Al bijna vanaf de eerste stakingsdag heeft de hoofdstad hierdoor de aanblik van een zwijnenstal. Het straatbeeld is weliswaar niet zo verloederd als dat van Palermo of Napels, waar de vuilniscrises chronisch zijn. Maar juist in een stad die normaal redelijk goed schoon gehouden wordt, valt de viezigheid extra op.

De staking is gericht tegen het ontslag van bijna een vijfde van de circa zesduizend stratenvegers en medewerkers van de plantsoendienst. En tegen de loonskorting van 43 procent en flexibelere werktijden die de overblijvers zouden moeten slikken. „Als je ineens teruggaat van 1.100 naar 600, dan zou ik ook woest zijn. Die mensen kunnen straks niet meer leven”, zegt Gonzalo, die eerder bij de plantsoenendienst werkte.

In een land waar een kwart van de beroepsbevolking geen (wit) werk heeft en veel mensen recent loon inleverden, kan de staking daarom op begrip rekenen. Ook omdat het schoonhouden van de stad is uitbesteed aan grote bedrijven uit vooral de bouwsector. Sinds het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel zoveel economische schade aanrichtte, zijn die niet erg populair.

De bouwers komen tegenwoordig veel in het nieuws, omdat ze jarenlang illegaal de partijkassen van politici hebben gespekt. In ruil voor overheidscontracten en opdat bestuurders maar veel infrastructuur bestelden. Ook Madrid ging zich voor de crisis aan allerlei ambitieuze bouwprojecten te buiten. De Spaanse hoofdstad gaat nu gebukt onder een schuldenlast van 7 miljard euro (ruim 2.000 euro per inwoner).

Nu het geld op is, zoals overal in Spanje, hebben de schoonmaakbedrijven een nieuw contract gesloten met het stadsbestuur waarbij zij fors in prijs zijn gezakt. Maar deze daling, klagen de werknemers, wordt volledig op hen afgewenteld. Zoals ook veel burgers vinden dat zij de rekening voor de crisis gepresenteerd krijgen, terwijl grote bedrijven, banken en politici vrijuit gaan. Portier Gonzalo denkt dat het wel tot Kerst kan duren voordat vakbonden en ondernemers een akkoord bereiken. „Als de ratten hier door de straat lopen.”