Een Passiepaspoort op de basisschool

Kinderen zijn geen machines die zo hoog mogelijk moeten scoren. Roland Pelle en Jos Boerema vragen aandacht voor hun creatieve en sportieve talenten.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Alle basisscholen in Nederland staan sinds deze week op één website: scholenopdekaart.nl. Rapporten van de Onderwijsinspectie, de ‘uitstroom’ naar voortgezet onderwijs, Cito-scores: alles komt op de site te staan. Ouders kunnen dan vergelijken en bewust(er) een school voor hun kinderen kiezen.

Het past in een algemene drift van ouders, van leraren, van politici naar ‘steeds hoger’. Bij deze drang naar goede en meetbare leerresultaten – vooral voor vakken als rekenen, lezen, spelling – zijn we iets essentieels uit het oog verloren. Kinderen worden omgerekend tot ‘nummers’. De schoolleiding streeft naar hoge cijfers voor de school als geheel. De rol van de leerkracht is uitgehold tot die van leerrobot die, aan de hand van voorgeprogrammeerde leerstof, leerlingen klaarstoomt voor toetsen. Met als doel: de lessen zodanig te laten reproduceren dat er hoge cijfers uitkomen.

De balans in het onderwijs is hierdoor ernstig verstoord geraakt. Kinderen zijn zo veel meer dan hun scores. Talenten op sociaal, motorisch, creatief en expressief gebied sneeuwen onder. Hetzelfde geldt voor hun motivatie. Die is nodig om een doel te bereiken, en ook die moeten kinderen leren ontwikkelen.

Motivatie komt deels van binnenuit, en deels van buitenaf. Het is niet nodig te vermelden dat motivatie vooral gedijt wanneer die aansluit bij de mogelijkheden, belangstelling en keuzes van kinderen zelf. Een kind ontwikkelt zich het best en het snelst wanneer het de wil heeft om iets te leren.

Het gaat erom dat we het kind binnen het onderwijs centraal stellen en alles doen om het zich in zijn/haar eigen tempo en richting te laten ontwikkelen. Een kind moeten ‘leren leren’ en wíllen leren. Met vallen en opstaan. De waarde van toetsen, zoals de Cito-toets, mag daarbij niet gelden als de maat van alle dingen, zoals de volgende stap, in het voortgezet onderwijs. Scores bij toetsen zijn een momentopname. Vóór en na die toetsen moet een kind zich blijven ontwikkelen – en niet alleen op kennisgebied.

Talenten

Daarom pleiten wij voor de invoering van een PassiePaspoort. Het kan de vorm krijgen van een ‘dossier’ en informatiepakket op internet dat voor elk kind individueel kan worden geopend en bijgehouden. Het paspoort is bedoeld om bij kinderen vanaf groep 5 à 6 te gaan vaststellen wat hun passies, interesses en talenten zijn.

Het PassiePaspoort is voor leerlingen, leerkrachten en ouders samen. Waar de leerkracht onder schooltijd de leerling lesgeeft en observeert, zijn het daarbuiten de ouders die weten waarmee hun kind bezig is, wat het kind blij maakt, waarvan het houdt, wat het graag doet.

Ze brengen de passies, talenten en interesses van kinderen met elkaar in kaart, volgen hun ontwikkeling daarin en ondersteunen die waar nodig door middel van lessen in zelfstandig werken en creativiteit. De mate waarin dit nodig is, wordt mede bepaald door informatie uit het PassiePaspoort.

Ieder kind moet, binnen zijn mogelijkheden, kunnen lezen, schrijven en rekenen en passende bagage meekrijgen voor algemene ontwikkeling (‘wereld-oriëntatie’).

Maar er valt zo veel meer te leren: sport, muziek, koken, knutselen, bouwen, wandelen, varen, de natuur verkennen, dieren verzorgen.

Een opleiding op vmbo-niveau hoeft niemand als ‘te laag’ te ervaren, wanneer uit het PassiePaspoort blijkt dat die aansluit bij de talenten van kinderen. Wie dat op tijd ziet, kan een kind ver laten komen – door de juiste schoolkeuze, pakketkeuze en uiteindelijk beroepskeuze.