Die bootjes hebben we nu wel gezien

De ‘Arctic 30’ heeft Greenpeace weer op de kaart gezet. Ruzie met de Russen leidt tot meer donateurs.

Voorbijganger bekijkt portretfoto’s van de ‘Arctic 30’ op een campagneposter van Greenpeace, Parijs, 31 oktober. Midden links de Nederlandse Faiza Oulahsen. Foto AFP/Pierre Andrieu

Greenpeace heeft weer een gezicht. Het is geen zeehond, maar wel bijna net zo aaibaar. Vanaf billboards op stations kijkt ze treinreizigers recht in de ogen. Van achter tralies. Faiza Oulahsen (26) is een van de dertig bemanningsleden van de ijsbreker Arctic Sunrise die in een Russische cel zitten op verdenking van hooliganisme en piraterij. Talkshows staan al voor haar in de rij. En met haar staat ook Greenpeace plotseling weer volop in de belangstelling.

Hoe anders was dat een jaar geleden.

Eind vorig jaar voer de Arctic Sunrise óók naar de Petsjorazee. Activisten, onder wie de directeur van Greenpeace International, beklommen toen ook het Russische olieboorplatform Prirazlomnaja. Ze werden natgespoten, de kustwacht kwam er bij, en na een paar dagen discussie trokken ze zich terug. Nederlandse media besteedden er nauwelijks aandacht aan.

Op de Petsjorazee werd het probleem zichtbaar waar Greenpeace al jaren mee kampt. Journalisten denken: dat met die bootjes, dat hebben we wel gezien. Met de media-aandacht nam ook het aantal donateurs af. Had de organisatie in de jaren negentig nog ruim 800.000 donateurs, inmiddels is dat bijna gehalveerd. Cynisch gezegd: deze ruzie met de Russen is precies wat Greenpeace nodig had. Elke week zijn er nieuwe mediamomenten. Afgelopen weekend was koning Willem-Alexander in Rusland, in elk verslag werd Greenpeace genoemd. Kranten publiceren brieven van de gevangen bemanningsleden. Wereldwijd stuurden bijna twee miljoen mensen protestbrieven naar de Russische ambassade. En Greenpeace trekt met een kooi door Nederland: sympathisanten kunnen zich net als Faiza Oulahsen achter de tralies laten fotograferen.

Wat betekent deze zaak voor Greenpeace?

Aan het antwoord op die vraag gaat een andere vraag vooraf: hoe stond de milieuorganisatie er eigenlijk voor? En hoe paste die zich in de loop der jaren aan aan nieuwe omstandigheden?

De detentie van de dertig bemanningsleden maakt bij hun collega’s van alles los, vertelt Sylvia Borren, directeur van Greenpeace Nederland. Hoop, wanhoop, spanning, creativiteit. Want behalve om collega’s gaat het ook om vrienden. Van de honderd fte’s die Greenpeace Nederland heeft, zitten er nu 75 op de zaak. „Voor 2014 heb ik twee beleidsplannen. Eén voor als ze vrij zijn, en één voor als ze nog vastzitten.”

Nog nooit was de aandacht voor Greenpeace zo groot, zegt Borren. Al is het niet voor het eerst dat de organisatie in een mediastorm belandt. De zaak van de The Arctic 30, zoals Greenpeace ze noemt – een naam die associaties oproept met de onschuldig veroordeelde Birmingham Six of Guildford Four – verdient nu al een plek in de top 3 van bepalende momenten in de geschiedenis van de milieuorganisatie.

Nummer 1 is de aanslag op de Rainbow Warrior in 1985 in Auckland, door de Franse geheime dienst. Fotograaf Fernando Pereira werd gedood en is nog steeds de enige Greenpeacemedewerker die bij een actie om het leven kwam. Borren: „We verloren onze naïveteit. We hebben geleerd dat er krachten en machten zijn die keihard terugslaan als je te dichtbij komt.”

Na de aanslag kwam er van alle kanten steun. Mensen brachten emmertjes met geld naar de haven van Auckland. In Nederland organiseerde Veronica een twaalf uur durende benefietuitzending: ‘Help mee. Houd Greenpeace op zee’. Het aantal donateurs nam toe.

De organisatie groeide en werd professioneler. Greenpeace kreeg vanzelfsprekend sympathie en werd het onderwerp van heel wat schoolspreekbeurten. Greenpeace werd van iedereen. Maar niet iedereen was daar blij mee. Onder activisten van het eerste uur ontstond ook wel discussie: werd de organisatie niet té groot?

De tweede mediastorm was de blunder met de Brent Spar in 1995. Greenpeace claimde ten onrechte dat er nog 5.000 ton ruwe olie in het af te zinken olieopslagplatform zat en riep op tot een boycot van Shell. Het trauma werkt door tot vandaag. Nieuwe medewerkers krijgen sinds 2007 een boekje met ‘taaltips’. Onder het kopje ‘controleer, controleer, controleer’ lezen zij: „Alle teksten die Greenpreace schrijft moeten 100 procent correct zijn, qua taal én inhoud”. En: „Drukke agenda’s zijn geen reden om ongecontroleerde teksten te publiceren: we weten allemaal wat foute cijfers voor gevolgen kunnen hebben”.

Greenpeace is in veertig jaar weinig veranderd. Het is de wereld eromheen die veranderd is. De milieuproblematiek is abstracter geworden, moeilijker uit te leggen. Om aandacht te vragen voor de gevaren van klimaatverandering of ontbossing, zijn meer woorden nodig dan ‘red de walvis’ of ‘stop doodknuppelen van zeehonden’.

Greenpeace kampt met dezelfde problemen als politieke partijen, vakbonden, omroepen. Dat wil zeggen: een krimpende markt en concurrenten die hetzelfde proberen. Aanhangers zijn minder trouw en sneller verveeld. Zap.

Sympathie is niet meer vanzelfsprekend. Bij de Tweede Kamer ligt een plan waardoor Greenpeace moet vrezen voor de ANBI-status – die maakt dat je donaties kunt aftrekken voor de belasting. Journalisten reageren nogal eens verveeld op de aankondiging van weer een actie. Borren: „Bel ons maar als je een keer géén actie voert, krijgen we soms te horen”.

En dat terwijl publiciteit voor Greenpeace nog steeds van levensbelang is. „Daar zijn ze zich zeer van bewust”, zegt Hein-Anton van der Heijden, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar de milieubeweging. „In het verleden bliezen ze wel eens acties af als er te weinig journalisten op af kwamen.” Sander van Egmond, oud-campagneleider voor Greenpeace en nu onderzoeker aan de Universiteit Utrecht: „Bij een campagne zoek je dynamiek. Zonder reactie werkt het niet. Als je met een spandoek staat, en je tegenstander komt een kopje thee brengen, dan is de actie mislukt. Maar hoe de Russen nu reageren, is buitensporig.”

Greenpeace hield natuurlijk rekening met verschillende scenario’s, vertelt directeur Sylvia Borren. Er wordt nu gewerkt „langs zeven verschillende lijnen”, zegt ze. Voor de schermen, achter de schermen. Greenpeace is zeer actief op sociale media. Twitteraars worden onmiddellijk van repliek gediend.

Niemand weet hoe het zal aflopen. Maar net als bij de Rainbow Warrior geldt: slecht nieuws is ook goed nieuws. „Het klopt dat er toen een impuls was voor Greenpeace”, zegt Borren. „Je ziet nu hetzelfde: collega’s van andere organisatie bieden hulp aan, mensen bellen spontaan op. De reacties zijn hartverwarmend.”

En er komen weer donateurs bij?

„Dat verwacht ik zeker, ja.”