Da Vinci kon dit dus óók

De Mona Lisa zien zonder naar het Louvre te gaan? Dat kan in Rotterdam op een expositie van Da Vinci-replica’s Maar de grootste trekpleister zijn de nagebouwde uitvindingen

Redacteur Kunst

Op de tentoonstelling Leonardo da Vinci – Painter at the Court of Milan die in 2012 werd gehouden in de National Gallery in Londen, waren negen van de vijftien van Leonardo overgeleverde schilderijen te zien. Een bijzondere gelegenheid dus, want kostbare kunstwerken als deze schilderijen uit de Renaissance reizen meestal niet.

Nu zijn in Rotterdam toch alle vijftien schilderijen van Da Vinci te zien; zelfs de Mona Lisa, die nooit meer het Louvre uitkomt. Het zijn alleen geen originelen, maar replica’s, van de Mona Lisa zelfs tientallen uitvergrotingen, in de kleuren die het schilderij nu heeft en in de volgens de makers van de tentoonstelling originele tinten. Ze beweren zelfs dat ze kunnen bewijzen dat de Mona Lisa op het schilderij vroeger wel wenkbrauwen en wimpers had.

De replica’s zijn matig

Exposities van reproducties zijn een trend. Of dat komt doordat de replica’s nu zoveel beter zijn of doordat men minder waarde hecht aan authenticiteit: feit is dat ook aan het werk van Rembrandt, Van Gogh en Vermeer al zulke tentoonstellingen zijn gewijd. De kwaliteit van de reproducties op deze tentoonstelling lijkt niet veel beter dan die van de posters die je in de winkel kunt kopen.

Voor een deel kan dat aan de context liggen: je weet dat ze niet echt zijn, en het voormalig postkantoor van Rotterdam, waar deze tentoonstelling wordt gehouden, heeft niet zo’n gewijde sfeer als een museum.

Da Vinci: The Genius is een expositie die al jaren over de wereld reist. Het genie van Da Vinci is niet iets wat je op de tentoonstelling zelf mag ontdekken. Het wordt erin gehamerd.

Grote trekpleister zijn dan ook niet de schilderijen van de Italiaanse meester – zou ‘de slimste mens ooit’ zich daartoe hebben beperkt? – maar zijn machines. Leonardo da Vinci was niet alleen een schilder, maar ook een uitvinder, al beperkten veel van zijn uitvindingen zich tot papier. Er schijnt tijdens zijn leven wel een aantal machines te zijn gebouwd volgens zijn instructies, maar die zijn niet bewaard gebleven.

De machines stelen de show

Toch vullen duikpakken, klokken, tanks, katapulten, vliegmachines en een spiegelkamer de zalen van het postkantoor. Deze machines worden nooit in musea tentoongesteld, want ook dit zijn geen originelen. Van tekeningen uit Leonardo’s schetsboeken – soms niet meer dan vage aanduidingen – zijn op deze tentoonstelling grote modellen te zien, door ‘Italiaanse ambachtslieden’ gemaakt met materiaal dat ook in de zestiende eeuw al bestond. Interessant zijn vooral de kleine machines die niet echt een doel dienen, behalve dan bewegen. Het is een genot om aan de slingers te draaien en de tandwielen in beweging te zien komen, touwen door katrollen te zien glijden en hamertjes te zien slaan. Hout en metaal glimmen op hun eigen wijze.

Op de tentoonstelling staat ook een houten model van een fiets. Die fiets is gebaseerd op een schets, gevonden in de Codex Atlanticus, maar het staat nu wel vast dat die schets een vervalsing is. Dat wordt op een tekstbord op de tentoonstelling ook verteld. Da Vinci heeft nooit een fiets bedacht, althans hij heeft er geen getekend die is overgeleverd.

Dat die houten fiets er toch staat, verheft de hele tentoonstelling tot een bizar soort kunstwerk. Da Vinci’s genialiteit is een geheel eigen leven gaan leiden.