Scholen willen andere opzet onderwijstoezicht

Ruim de helft van de middelbare scholen vindt dat het toezicht op het onderwijs anders georganiseerd moet worden. Dat blijkt uit een peiling van adviesbureau DUO-Onderwijsonderzoek onder duizend directieleden, teamleiders en docenten. Van hen vindt 60 procent dat de Inspectie van het Onderwijs de school te veel afrekent op toetsresultaten.

Gevraagd naar een algemeen oordeel, zegt 41 procent de werkwijze van de inspectie niet goed, maar ook niet slecht te vinden. 29 procent is tevreden, een kwart ontevreden.

Docenten hebben meer kritiek dan schoolleiders. Ze vinden dat de controle minder gericht moet zijn op cijfers en meer op de leerlingen. Ook zou meer moeten worden gekeken naar de dagelijkse gang van zaken op school. Van sommige docenten mag de inspectie vaker langs komen; ze vinden het beter als elke school contact houdt met een vaste inspecteur, die regelmatig gesprekken heeft met de school.

Een woordvoerder van de onderwijsinspectie herkent de kritiek „deels” uit eigen tevredenheidsonderzoeken. „En we doen er ook wat mee.” Zijn dienst is in gesprek met staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD), die binnenkort in een brief aan de Kamer zijn visie op het onderwijstoezicht uiteenzet. De inspectie zal blijven focussen op resultaten, zegt de woordvoerder. „Dat moet wel. Maar we gaan ook kijken of we een breder oordeel kunnen vellen, zeker voor de grote groep scholen die goede resultaten haalt.”