Operatie nalatenschap is nu begonnen

President van de Verenigde Staten zijn is lastig. Nog lastiger is het om ex-president te zijn. Het zijn de jaren dat de geschiedenis een second opinion krijgt: was hij wel echt zo slecht? Viel hij achteraf niet enorm tegen? Sommige ex-presidenten zijn erin geslaagd populairder te worden dan ze in het Witte Huis ooit waren, denk aan Bill Clinton of Ronald Reagan. Anderen hebben hun nalatenschap minder goed geregeld: Jimmy Carter (89), nu evangelisch voorganger in Georgia, dient vooral als clou van flauwe grappen.

George W. Bush was lange tijd onzichtbaar, nadat hij in 2009 aftrad als president. Hij gaf nauwelijks interviews, kwam niet opdagen op de Republikeinse Conventie, schreef een boek, schilderde – typerend gedrag van een president die afzwaait met het historisch lage populariteitscijfer van 34 procent. Maar dit jaar is Operatie Nalatenschap begonnen. In Dallas is de George W. Bush Library geopend. Het is een archief en bibliotheek, waar de correspondentie en boekencollectie van Bush bewaard worden. Dat is vooral voor onderzoekers van belang.

Daarnaast is een groot Bush-museum ingericht, inclusief souvenirwinkel. Hier moet de Bush-erfenis worden veiliggesteld. Het museum wordt deels betaald met federaal geld – iedere ex-president sinds Franklin D. Roosevelt kreeg een Library. Ook de Bush Foundation, gelieerd aan de familie, bracht geld binnen, ongeveer de helft van het budget. Het doel van het museum is niet om Bush te idealiseren, zegt woordvoerder John Rollins, terwijl hij door de gangen loopt. „We willen de human factor laten zien. Achter iedere beslissing, hoe impopulair ook, vond een integere, menselijke afweging plaats. We willen onderwijzen. Mensen moeten meer van Bush begrijpen als ze hier geweest zijn.”

Een pronkstuk van het museum is een precies nagebouwd Oval Office, waar vrijwilligers met badges klaarstaan om geen detail aan de aandacht van de bezoekers te laten ontsnappen. Vrijwilliger Natalie wijst op een schilderij van Abraham Lincoln aan de muur. „De traditie is dat iedere president een schilderij ophangt van een oud-president die hij bewondert. Toen Bush voor Lincoln koos, vroegen veel mensen verbaasd: waarom kies je niet voor een portret van je vader? George zei: „Nee, Daddy Bush hangt al in mijn hart.” Ze vertelt de anekdote, woord voor woord, minstens twintig keer per uur aan bezoekers.

Zo wil Bush dus herinnerd worden: als een mens, een gelovig mens. De muren hangen vol citaten van de op latere leeftijd wedergeboren Bush: „Het geloof verandert levens. Het heeft mijn leven veranderd.” De Bush Library wil niet zozeer zijn omstreden beslissingen goedpraten, maar er vooral op wijzen dat hij ook maar een mens was. In een Situation Room wordt nagebootst hoe Bush onder grote druk zijn besluiten nam in crisistijd. De bezoekers, zo’n twintig man, mogen meedoen, alsof we Bush zijn.

We moeten het eerst eens worden over de crisis: wordt het orkaan Katrina, de kredietcrisis, Afghanistan? We kiezen voor de Irakoorlog. Op ons scherm worden we gebriefd door de VN, de Witte Huis-staf en het Congres, onderbroken door Breaking News met nieuw onheil uit Irak. Zo wordt ons duidelijk: Bush stond onder onmenselijke druk. Een subtiel excuus om te verklaren waarom het achteraf niet klopte met die massavernietigingswapens.

Na tien minuten moeten we kiezen uit drie scenario’s: we doen niks, we gaan nogmaals naar de VN, of we vallen Irak aan. Aanvallen, beslist mijn groep in grote meerderheid, geheel in lijn met Bush. Want de bezoekers, 220.000 sinds mei, zijn in grote meerderheid mensen met Bush-nostalgie. „Als ik hier loop, ga ik weer terugverlangen naar de Bush-jaren”, zegt Mel Green, die met zijn evangelische gemeente uit Fort Worth is gekomen. „Hij maakte fouten, maar hij was een man van Jezus. Zo’n leider zou ik weer willen hebben.”