‘Ook bij mij kun je vragen hebben’

Laurens ten Dam. „Bij de Rabobankploeg was er een ambtenarenmentaliteit ontstaan. Mensen kregen toch wel betaald.” Foto Chris Keulen

‘Ik kan me wel voorstellen dat Michael Rasmussen geen spijt betuigt over zijn dopinggebruik. In zijn ogen deed iedereen het, dus waarom zou je dan als enige spijt hebben? Ik ben niet boos op dopinggebruikers. Wel vind ik het jammer dat hij zo veel aandacht krijgt, maar is dat zijn schuld of van de pers? Ik vind het onnodig dat er telkens oude dopingzaken worden opgerakeld.

„Nu is er weer sensatie over Piet de Vos, onze buschauffeur bij Belkin. Die heeft volgens Rasmussen epo in zijn onderbroek verstopt bij een controle. Als dat waar is, had Piet het begin dit jaar moeten zeggen, toen iedereen een vragenlijst moest invullen over zijn eventuele dopingverleden. Dan was hij een half jaar geschorst geweest en had hij daarna weer aan de slag gekund. Al kan zo’n straf natuurlijk best emotioneel zijn. Dan moet Piet aan zijn zoontje vertellen wat hij verkeerd heeft gedaan. Zo’n chauffeur doet ook gewoon zijn werk.

„Ik ben vooral blij dat ik in het boek Laurens ten Dam, geschreven door Robin van der Kloor, mijn verhaal heb kunnen vertellen. Mensen zeggen: dat kan niet, dat je zo hard de Alpe d’Huez op rijdt. Nu kunnen ze lezen wat ik daar allemaal voor doe. Dat ik als training vier keer achter elkaar met bijna dertig kilometer per uur de Loorberg op rijd, bijvoorbeeld. Ik denk zelf ook, als ik een acrobaat zie: dat kan niet. Maar ik weet uit eigen ervaring hoeveel je kunt bereiken door te trainen.

„Ik vond het belangrijk om open te zijn over mijn bloedpaspoort. Daarom heb ik mijn wachtwoord aan Robin gegeven. Hij heeft vervolgens mijn waarden voorgelegd aan dopingexpert Harm Kuipers. Die zegt dat hij sommige schommelingen in mijn bloedwaarden verdacht vindt, maar die kan ik allemaal verklaren. Het maakt voor de waarden nogal wat uit of je bijvoorbeeld net heel hard hebt getraind, waardoor je veel vocht hebt verloren. Of als je net uit een vliegtuig bent gestapt. Die paar schommelingen komen doordat ik precies op zo’n moment werd gecontroleerd. Voor de rest laten mijn waarden over jaren niets vreemds zien.

„Het wielrennen is schoner geworden, maar je kunt niet uitsluiten dat renners nog steeds foute dingen doen. Als ik Alejandro Valverde zie fietsen, weet ik dat hij foute dingen heeft gedaan. Maar hij heeft ook meer talent dan ik. Ik heb weleens met hem getraind in de Sierra Nevada, dan zit je echt met open mond te kijken. Hij zit zo goed, zo natuurlijk op zijn fiets.

„Ook dit jaar had je weer de discussie over Spaanse renners die in de derde week van een grote ronde ineens harder gaan rijden. Ik kan me wel voorstellen dat Valverde dat kan, en dat zeg ik niet om politiek correct te zijn. Mijn trainer Eugene Janssen vertrouwt het dan weer niet. Maar ik draai het ook weleens om: zelf rijd ik in de Tour de stenen uit de straat, waar ik in de Vuelta niet meer vooruitkom. Zelf weet ik dat dat aan mijn trainingsopbouw ligt, maar ik kan me voorstellen dat mensen ook daarbij hun vraagtekens kunnen hebben.

„Je merkt dat er bij Belkin echt wat is veranderd ten opzichte van de Raboploeg. Het belangrijkste is misschien wel dat er minder geld is. Bij Rabobank wisten ze zeventien jaar lang dat het geld er toch wel zou komen. Daardoor was er een ambtenarenmentaliteit ontstaan: mensen hoefden niet extra hun best te doen, ze werden toch wel betaald. Dat is eruit geschud bij Belkin. Het is allemaal niet zo zeker. Dat is voor iedereen een wake-upcall geweest.

„Voor mij persoonlijk gold dat mijn contract dit jaar afliep. Ik wilde wel bij Belkin blijven, maar tijdens de Tour waren we er financieel nog niet uitgekomen. Toen ben ik in gesprek gegaan met andere ploegen. Het meest serieus was Sojasun, een kleine Franse ploeg. Ze wilden me kopman maken, ik zou veel betaald krijgen en ik mocht een eigen verzorger en een knecht meenemen. Maar hun uiteindelijke bod viel erg tegen, en later bleek dat de sponsor ermee ophield.”

„Mijn gebrek aan overwinningen is mijn grote zwakte. Ik heb als prof twee koersen gewonnen. Ik ben geen killer, ik fiets voor mijn plezier. Het komt ook doordat klimmen mijn specialiteit is. In een bergetappe wint echt alleen de sterkste. Of je zit in een ontsnapping, en dan wint Rui Costa. En ik heb ook geen sprint in huis.

„Dit jaar heb ik natuurlijk genoten van de Tour, van de beklimmingen naar Ax 3 Domaines en de Mont Ventoux. Maar als ik aan mijn jaar terugdenk, komt ook mijn trainingsrit in mei naar boven: zeven uur door de Alpen in de sneeuw. Als ik in het dal kwam, was het ineens twintig graden. Toen heb ik mijn muts en mijn arm- en beenstukken maar aan mijn fiets geknoopt. En wat ik ook niet zal vergeten, is dat ik een keer helemaal stuk van een trainingsrit bij mijn vrouw en zoontje terugkwam op de camping. Thessa was even druk, dus stond ik, nog voordat ik had gedoucht, een poepluier te verschonen. Ook dat is het leven van een wielrenner.”