Ogen dicht en stemmen – Alphen is de politiek moe

Wat ze morgen in Alphen gaan stemmen? Geen idee. De nieuwe taken voor de gemeente spelen geen rol. Het zooitje aan de Lage Zijde wel. Er is onvrede, over lokale én landelijke politiek.

„We zijn Alphen-moe”, zegt Margriet Noll. Haar man Rob knikt. „We zijn klaar met Alphen.”

Ze lopen langs het fietspad, op weg naar de stad voor de boodschappen. Bij de laatste Kamerverkiezingen hebben ze op 50Plus gestemd, voor het andere geluid. Ach, wat is er van terechtgekomen? Niks.

Wat ze in Alphen vooral dwarszit, waar de Nollen zo moe van zijn, is de slepende vernieuwing van het centrum aan de Lage Zijde, de buurt bij het Thorbeckeplein. Daar lopen de winkeliers weg, zijn bewoners uitgekocht of verhuisd. En wat is er van geworden? Niks. De markt is weg. Het groen is weg. De huizen staan leeg of worden antikraak bewoond. „Het lijkt goddorie wel oorlog.”

Waar moet je in godsnaam op stemmen, zegt Margriet Noll.

Het Zuid-Hollandse Alphen maakt zich op voor de verkiezingsdag, morgen. Dat is een paar maanden eerder dan de meeste andere gemeenten in Nederland, omdat Alphen verwikkeld is in een herindeling met buurgemeenten Rijnwoude en Boskoop. Deze krant ging er afgelopen weekeinde de stemming peilen. We kozen de Ambachtenbuurt (vooral huizen uit de jaren tachtig) en de buurt rond de Emmalaan (jaren twintig) omdat hier bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 de PVV een relatief grote aanhang had (tot over de 20 procent) en die partij niet meedoet aan de raadsverkiezingen. Waar gaan die stemmen morgen naartoe?

Vijftig mensen werd gevraagd of ze gingen stemmen en zo ja, op welke partij. Van hen hadden 22 geen zin of tijd om iets te zeggen. Sommigen zeiden dat ze toch niet zouden gaan stemmen, de man meegerekend die zijn buldog uitliet, „verkiezingen?” zei en doorliep, en de man die leunde op de handgrepen van het steekkarretje waar een reuzenpalm op stond en zei: „Ik lig net in scheiding. Ik heb er nog niet bij nagedacht.”

Van de 28 die wel de tijd namen, wisten welgeteld zes waarop zij willen stemmen. De rest had geen idee. Zoals meneer Vet van de Jan Nieuwenhuijzenstraat zei: „Ik doe mijn ogen dicht en zet een krabbel.”

Je hebt zwevende kiezers en je hebt ontevreden kiezers. In deze buurten waren de mensen die nog niet wisten aan wie ze hun stem zouden geven, voornamelijk ontevreden kiezers. Overigens was er maar één bij die bij de Kamerverkiezingen van 2012 „een proteststem” op de PVV had uitgebracht. Morgen gaat ze RijnGouweLokaal stemmen.

Maar de anderen bleken even teleurgesteld te zijn door de lokale of de landelijke politiek. Mees van Rijswijk, een vitale zeventiger, zwaait de deur open van zijn portiekflat, alsof hij bezoek verwacht. Ja, hij gaat stemmen. „Nieuw Elan”, zegt Van Rijswijk. Een andere lokale partij. Uit protest. Van Rijswijk is namelijk diep ontevreden over „de dooie boel” in de Lage Zijde. „De politiek heeft miljoenen verspild.” Lia de Bruijn, 53 jaar en vakkenvuller bij supermarkt Hoogvliet, gaat meestal wel stemmen, in 2012 nog op de VVD, maar „het kan nu alles zijn want ze beloven van alles”. Hoe goed het haar zelf ook gaat – „ik heb geen problemen” – de toestand aan de Lage Zijde drukt ook haar vertrouwen in de lokale politiek. Zestiger Piet van der Vlies, een man die eerst denkt en dan pas praat, neemt een denkpauze en noemt de Lage Zijde vervolgens „een zooitje”. Maar wat te doen? Politici die nu daadkrachtig een plan van aanpak presenteren, blijken voorheen verantwoordelijk te zijn geweest voor beleid dat de Lage Zijde naar de gallemieze hielp. „Ik twijfel wat te stemmen”, besluit Van der Vlies.

Morgen betaaldag

Niet alleen de Lage Zijde is een heikel punt. Er staan meer rekeningen open, en morgen is betaaldag. De partij die het meest genoemd wordt: de PvdA. Revelatie van de verkiezingsrace van 2012, met een eerlijke Samsom in topvorm. Maar ja, zegt Mees van Rijswijk, „hij is zo tegengevallen. De VVD regeert. Alleenstaande moeders en oude weduwes hebben moeite om rond te komen.” Martinus Deuster – 83 jaar, dat zou je niet zeggen – heeft „spijt” van zijn PvdA-stem in 2012. „Ze hebben zoveel prijsgegeven aan de sociale kant. Ik stemde altijd PvdA. Altijd.” Nu schat hij de kans slechts „fifty-fifty”.

PvdA-bashing is dus weer gangbaar, maar nog gangbaarder is het neersabelen van de landelijke politiek in het algemeen. Niet alleen uit opstandigheid, maar ook uit bezorgdheid. Tamara Overklift Vaupel Kleyn (53): „Wat maken partijen intern toch een heibel. Houd je nu eens bezig met het regeren van het land en de gemeente! Bekommer je om de ouderen, doe iets tegen verborgen armoede!” Dat is het grootste probleem van dit land, zeggen de meesten. Oprukkende armoede. „De voedselbanken worden steeds belangrijker, lees ik in de krant”, zegt Wim Lalleman (58).

En dan zijn er de eigen sores. Pensioenen die achteruit hollen, werkloosheid die dreigt. Veertiger Judith Ruigrok is gastouder, haar zoon verstandelijk gehandicapt. „De besparingen op de kinderopvang en gehandicaptenzorg zijn echt problematisch.” Margriet en Rob Noll willen „niet eens alles optellen. We gaan hard achteruit.”