Naming enshaming helpt

Er wordt nog steeds regenwoud gekapt voor aanleg van palmolieplantages Het WNF presenteert vandaag een lijst met fabrikanten die verkeerde olie verwerken

foto thinkstock

Koekjes, brood, chocolade, ijs, cornflakes, shampoo. De lijst met producten die palmolie bevatten lijkt oneindig. Het is de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld.

Maar die palmolie is lang niet altijd duurzaam geproduceerd.

De uitbreiding van palmolieplantages in Zuid-Oost Azië en andere tropische gebieden leidt tot grootschalige ontbossing. Tussen 1990 en 2010 is volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) daardoor meer dan 3 miljard hectare regenwoud verloren gegaan.

En dat terwijl er volgens de organisatie voldoende geschikte landbouwgrond in de tropen aanwezig is om plantages duurzaam uit te breiden, zonder dat daar regenwouden voor omgehakt en platgebrand moeten worden.

Het WNF onderzocht voor de derde keer welke supermarktketens en levensmiddelengiganten verkeerde palmolie gebruiken in hun producten. Vandaag publiceren zij de resultaten aan de hand van de Palmolie Scorecard. „Zo probeer je duidelijk te maken dat er wereldwijd een hoop partijen zijn die hun verantwoordelijkheid niet nemen”, zegt WNF-directeur Johan van de Gronden.

Waarom gebruiken bedrijven nog slechte palmolie?

„De juiste palmolie inkopen is echt een kwestie van verantwoord handelen. Het aanbod van gecertificeerde palmolie is veel hoger dan de vraag. Slechts 52 procent van de aangeboden duurzame palmolie werd dit jaar daadwerkelijk verkocht. Gecertificeerde palmolie is niet veel duurder dan de olie zonder keurmerk. Het scheelt nog geen cent op een reep chocolade. Voor een deel is het inkopen van verkeerde palmolie dan ook laksheid. ”

Burger King komt er in Nederland het slechtst vanaf. Verwacht u dat consumenten voortaan elders een hamburger halen?

„Ik geloof écht dat naming en shaming in zo’n geval helpt. Wanneer je Burger King vergelijkt met McDonald’s, komt laatstgenoemde er in ons onderzoek veel beter vanaf. Als concurrent kun je dan toch niet achterblijven? Burger King wil vast niet bekend staan als een bedrijf dat bijdraagt aan ontbossing. Wanneer consumenten op de hoek een burger kunnen krijgen die wél duurzaam is, dan gaat Burger King daar last van krijgen. Voor een consument speelt duurzaamheid namelijk ook mee. En dan bedoel ik echt niet alleen de leden van Natuur en Milieu, GroenLinks of grachtengordelbewoners. Wanneer prijsverschillen bij producten klein zijn, willen mensen het product dat in orde is.”

Waar moeten consumenten in de supermarkt op letten als ze goede producten willen kopen?

„Palmolie is voor de consument onzichtbaar. Het etiket van een product vermeldt alleen plantaardige olie. Er staat geen palmoliekeurmerk op producten, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij het MSC-keurmerk voor vis. Retailers moeten ervoor zorgen dat hun producten voldoen. Dat er duurzame palmolie is gebruikt. Zo doet Albert Heijn het al jaren behoorlijk goed. En ook Jumbo heeft de afgelopen jaren veel voortgang geboekt.”

Waarom kijken jullie alleen naar de grote levensmiddelenproducten en supermarkten?

„Met de grote bedrijven probeer je een verandering in gang te zetten. De producten van kleinere fabrikanten komen naast die van grote merken in de supermarkt te liggen. Wanneer supermarkten strenge eisen stellen aan hun leveranciers, moeten ook de kleinere merken wel meedoen en zorgen dat ze aan die normen voldoen.”

Hoe doet Nederland het?

„In 2009 publiceerde het WNF voor het eerst een ranglijst. Sindsdien is palmolie wereldwijd duurzamer geworden. Ook ons land is behoorlijk vooruitgegaan. Nederland doet het internationaal relatief goed, maar dat komt vooral door koplopers Unilever en FrieslandCampina, die veel palmolie gebruiken en erg goed scoren.

Uiterlijk eind 2015 moet alle voor de Nederlandse markt bestemde palmolie duurzaam zijn. Die deadline is echter in gevaar, omdat bedrijven internationaal nog te weinig doen. Een enkel bedrijf neemt zijn verantwoordelijkheid nog steeds niet. In Nederland is daarvoor de Taskforce duurzame palmolie opgericht. Er is genoeg aanbod om de hele markt in Europa, de Verenigde Staten en een deel van Australië van gecertificeerde palmolie te voorzien. Als zelfrespecterend Europees bedrijf kun je dus ook echt niet meer zeggen dat je niet aan de eisen kunt voldoen.”