Keurig en asociaal tegelijk in de eurozone

Veel heibel was er de afgelopen weken in Duitsland over de beschuldiging van de Amerikanen, dat het land zijn verantwoordelijkheid in de wereld en de eurozone ontloopt door een veel te groot overschot op de lopende rekening van betalingsbalans, van 5,9 procent van het bbp.

Een en ander stond in een halfjaarlijks rapport van de het Amerikaanse ministerie van Financiën, de treasury, aan het Congres. Dat is niet nieuw. Duitsland figureert al veel langer in die rapporten, waar Nederland overigens in één adem met Duitsland wordt genoemd. Want het overschot op de betalingsbalans van Nederland is verhoudingsgewijs nog veel groter: volgens de databank van het IMF bedraagt het 10,9 procent van het bbp in zowel 2012 als 2013. Dat is krankzinnig hoog.

In Duitsland werd nogal normatief gereageerd op de Amerikaanse klacht. Had het land tien jaar geleden zijn loonkosten gedrukt en maakte het producten die over de hele wereld gewild waren, was het wéér niet goed. Berlijn werd gestraft voor goed gedrag. Heb geen kritiek. Doe als wij!

Dat kan natuurlijk niet: in dat geval zou de hele wereld een overschot moeten hebben van 4.200 miljard dollar met de rest van het heelal. In plaats daarvan staat tegenover elk overschot noodzakelijkerwijs een tekort.

Rationeel valt er wel wat te zeggen voor het Amerikaanse standpunt. De eurozone heeft in de eerste tien jaar van zijn bestaan enorme onevenwichtigheden opgelopen: toenemende overschotten op de betalingsbalans in het noorden, stijgende tekorten in het zuiden. Nu de zuidelijke landen pijnlijke bezuinigingen doorvoeren en concurrerender worden, lopen de betalingsbalanstekorten daar terug. Maar de overschotten in het noorden blijven groot en groeien. Daardoor heeft de eurozone als geheel, die altijd in balans was met de rest van de wereld, nu een betalingsbalansoverschot. Het herstel van de interne balans en de economie wordt dus afgewenteld op de internationale gemeenschap. En dan vooral op de VS.

Er is een reden voor deze ontwikkeling: ondermaatse binnenlandse vraag. Als Duitsland minder zou sparen en meer zou consumeren en investeren, dan zou zijn betalingsbalansoverschot met het buitenland teruglopen. En wellicht gebeurt dat vanzelf ook wel: de looneisen zijn hoog.

Terwijl Duitsland krakeelde hield Nederland zich de afgelopen tijd muisstil. Dat is verstandig. Want wij zijn veel erger dan Duitsland. In absolute zin, dus in harde dollars, is het Nederlandse betalingsbalansoverschot 87 miljard dollar. Dat is het op drie na grootste ter wereld, na China (224 miljard), Duitsland (215 miljard) en olie-exporteur Saoedi-Arabië (139 miljard).

De Nederlandsche Bank splitst het geografisch uit, en daar wordt het pas écht interessant. Nederland heeft een tekort van zo’n 2 miljard dollar met de VS, een tekort van zo’n 7 miljard met Japan en een tekort van zo’n 42 miljard met de rest van de wereld (denk aan olie en China). Maar het betalingsbalansoverschot van Nederland met de Europese Unie is sinds de invoering van de euro meer dan verdubbeld tot omgerekend zo’n 130 miljard dollar.

Welk noordelijk Europees land staat er hier de terugkeer van het evenwicht binnen de eurozone nu écht in de weg? Juist. We sparen, bezuinigen en potten op en gaan er van uit dat anderen de bestedingsimpuls die noodzakelijk is voor economisch herstel maar voor hun rekening nemen.

Nogmaals: hier botst de norm met de ratio. Vanuit nationaal oogpunt is het Nederlandse beleid best te verdedigen. Maar in Europees verband is het ongelukkig. Brussel had er al kritiek op. Maak je borst maar nat: het is deze botsing tussen wat binnenlands als verstandig en rechtvaardig wordt gezien, en wat in het buitenland als asociaal wordt ervaren die de eerstvolgende jaren nog interessant kan worden.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.