Hotel schudt, sterke wind, sms’te hij naar zijn vrouw

Alwin de Leon van Terre des Hommes zag de ramp vrijdag van nabij.

Het beeld staat op zijn netvlies gegrift: landgenoten die met flatscreen tv’s en ijskasten een veilig heenkomen zoeken. „Wie maalt er nou om een tv als zijn huis verwoest is”, vraagt de Filippijnse man Alwin de Leon via de telefoon vanuit zijn woonplaats Manila.

De Leon werkt voor kinderhulporganisatie Terre des Hommes. Hij was op werkbezoek in Tacloban toen vrijdag tyfoon Haiyan over de Filippijnse havenstad raasde. In zijn hotelkamer merkte hij hoe de wind van kracht en richting veranderde. Hij had zijn bagage vast gepakt. De dagen ervoor kocht hij brood en water. „Ik was goed voorbereid”, zegt hij.

In hotel Consuelo raakte niemand in paniek. „We stonden letterlijk met onze rug tegen de muur”, vertelt de 44-jarige landencoördinator, die het rampgebied zaterdagavond via veel omzwervingen ontvluchtte. „Zo maakten wij de meeste kans te overleven als het gebouw instortte.” In alle chaos die volgde stuurde hij een sms naar zijn vrouw in Manilla: ‘Hotel schudt, sterke wind, geen elektriciteit’.

Het zou anderhalve dag duren voor De Leon weer een teken van leven kon geven. In die periode zag hij meer dan goed is voor een mens. „Gelukkig krop ik mijn ervaringen niet op”, zucht hij. „Terwijl ik met je praat tril ik over mijn hele lichaam.” De spanning is bijna tastbaar via de telefoon.

Hotel Consuelo had op zijn grondvesten getrild. Er had water voor de deur gekolkt. Maar na vijf uur durfde De Leon naar buiten. „Ik weet nog dat ik langs een Levi’s-winkel liep zonder ramen. In een groentewinkel zochten mensen naar eten. Iedereen was aan het hamsteren.”

Het liefst had hij de volgende ochtend vanuit Tacloban een vliegtuig naar huis genomen. Maar toen hij hoorde dat de luchthaven verwoest was, besloot hij met zeven andere hotelgasten te voet verder te trekken naar Ormoc – een tocht van anderhalve dag. „Onderweg zagen we weggevaagde huizen, gestrande voertuigen en overblijfselen van mensen en dieren. Ik weet nog dat ik schrok van een kerk zonder dak – ik ben gelovig, moet je weten.”

Toen hij bij het stadje Palo militaire vliegtuigen richting Tacloban zag vliegen, maakte De Leon zich los van de groep. „Ik gokte er op dat ik vanuit daar een vliegtuig naar huis zou kunnen nemen.” En dus volgde hij dezelfde weg die hij eerder die dag had afgelegd met de mensen die hij inmiddels als zijn vrienden beschouwt. „De terugreis was zo mogelijk nog schokkender dan de heenreis. Ik zag bebloede mensen rondlopen en was er getuige van dat een winkelcentrum werd geplunderd.”

Toen hij zich bij het vliegveld bekendmaakte als medewerker van Terre des Hommes, mocht hij mee vliegen naar Cebu, en van daaruit naar het 600 kilometer verder gelegen Manila. Vanaf de landingsbaan verstuurde hij zijn tweede sms naar huis: „I survived!”

En dan vertelt De Leon over de dromen die hij sinds tyfoon Haiyan heeft gehad. De eerste keer droomde hij over een sterke wind. De tweede keer over een vloedgolf. En afgelopen nacht droomde hij van spelende kinderen te midden van dode dieren en mensen.

En toch is hij vastbesloten naar Tacloban terug te keren om zijn landgenoten te helpen. „Maar eerst een paar dagen rust om mijzelf te herpakken.”