Het is veiliger te melden dat het ook hartfalen of kanker was

Illustratie Christo Komarnitski

Zorg

De ziekenhuislijsten, in het jargon de oliebollenlijstjes genoemd, zijn weer gepasseerd. De ene week sta je bovenaan, de week erop in de achterhoede. Kwaliteitsmetingen zijn subjectief. Een voorbeeld: als internist ontvang ik een vragenformulier na overlijden. Een longontsteking invullen als doodsoorzaak, is te simpel. Wie overlijdt er tegenwoordig nog aan pneumonia, the old man’s friend? Mijn toelichting dat de betreffende medemens 90 plus was en niet meer wilde, helpt. Toch is het veiliger te melden dat er ook hartfalen of kanker was. Co-morbiditeit maakt het overlijden statistisch aannemelijker. Het voorbeeld illustreert de honger naar getallen. Misschien geloven overheid en zorgverzekeraars nog in de maakbaarheid van de zorg, maar mensen uit het veld zijn allang klaar met simpele termen als productie en efficiency. De spanning tussen de werelden van regenten en professionals is duidelijk. Ze hebben elkaar nodig, maar spreken elkaars taal onvoldoende. In crisistijd verscherpen de standpunten: medisch meer mogelijk, maar minder geld. De overheid worstelt er mee. Ooit onder Lubbers werd krachtig bezuinigd, maar ontstonden snel wachtlijsten. Deze werden door mevrouw Borst gerepareerd middels erkenning van honderden extra specialisten plaatsen. Hoogervorst voerde op chaotische wijze de diagnosebehandelingcombinatie-systematiek (DBC) in. Het geloof in de marktwerking was toen op het hoogtepunt. Inmiddels zijn we in de periode van het kijk- en luistergeld aangekomen. Beter luisteren en minder ingrepen doen is het idee. Meer tijd per patiënt echter, of het nu praten of opereren is, zal onherroepelijk leiden tot wachtlijsten. De eerste signalen zijn er al, ondanks een afnemende ziekenhuis productie. Zijn er oplossingen? Meer specialisten plaatsen zoals onder Paars? Beter eerst schrappen in allerlei onbetrouwbare metingen en prestatie indicatoren. De extra tijd die komt de patiënt ten goede.

Dr. A. Dees