Filippijnen zijn niet meer ‘de zieke man van Azië’

Redacteur Azië

Lange tijd stonden de Filippijnen bekend als ‘de zieke man van Azië’. Terwijl andere economieën in de regio floreerden, bleven de Filippijnen kwakkelen, mede door een diepgewortelde corruptie. De rampen, die zich door de ligging met grote frequentie in het land voordoen, of het nu om tropische cyclonen of om aardbevingen gaat, onderstreepten het ongunstige imago. En ook de al decennia voort etterende opstanden van islamitische separatisten en linkse rebellen hielpen niet.

Maar de afgelopen jaren is het land met zijn meer dan 7.000 eilanden bezig aan een indrukwekkende ontwikkeling. Na een korte inzinking in 2009 groeit de economie stevig, het afgelopen jaar zelfs met 6,8 procent en dit jaar is die groei opgelopen tot meer dan 7 procent. De corruptie is afgenomen, en de Filippijnen klommen vorig jaar op tot plaats 105 op de lijst van Transparency International, tegen plaats 129 (van de 176) in 2011. De Filippijnen zijn inmiddels zelfs uitgegroeid tot een land waar buitenlanders graag investeren.

Anders dan bij voorbeeld na de aardbeving van 2010 in het straatarme Haïti, is geldgebrek van de overheid na de verwoestende tyfoon Haiyan van vorige week dan ook geen acuut probleem. De reserves in buitenlandse valuta bedragen zo’n tachtig miljard dollar. Wel is de nieuwe relatieve welvaart zeer ongelijk verdeeld. Het grootste deel is naar een betrekkelijk kleine groep gegaan in en om de hoofdstad Manila. Vooral in de provincies blijft armoede wijd verbreid. Het wil ook niet zeggen dat het land geen hulp kan gebruiken bij het reddingswerk en later bij de wederopbouw van de getroffen gebieden.

Geld uit het buitenland

De betere economische omstandigheden zijn een gevolg van de uitvoer van onder meer elektronica en landbouwproducten, en van de forse bedragen die Filippino’s vanuit het buitenland naar familie in eigen land overmaken. Zo’n 10 miljoen van de circa 100 miljoen Filippino’s wonen in het buitenland. Velen werken als goedkope werkkrachten in het Midden-Oosten, als hulp in de huishouding of kindermeisje, anderen in de bouw. De fondsen die zij repatriëren zijn volgens recente schattingen in het Britse weekblad The Economist goed voor zo’n 8,5 procent van het Filippijnse Bruto Nationaal Product.

Een deel van de vooruitgang kan ook op conto worden geschreven van de huidige president Benigno Aquino, zoon van de vroegere president Corazon Aquino. Hij bond de strijd aan met de corruptie en de belastingontduiking. Niet zonder succes, al bleken hij en zijn entourage dit jaar minder brandschoon dan ze voorwendden. Op kosten van de belastingbetaler hadden Aquino’s medewerkers veel parlementariërs omgekocht om het beleid van Aquino te steunen met fondsen die op papier bestemd waren voor projecten om de infrastructuur te verbeteren. Het betekende een lelijke knauw voor Aquino’s prestige.

Het gunstiger economische tij heeft het zelfvertrouwen van de Filippino’s gesterkt. Het land lijkt zichzelf in de internationale arena serieuzer te nemen dan voorheen. Dat blijkt ook bij de territoriale conflicten die het land heeft met een steeds assertiever China om de heerschappij over een aantal eilandjes en eilandengroepjes in de Zuid-Chinese Zee. Daarbij spelen aanspraken op lucratieve voorraden olie, gas en vis een belangrijke rol.

De hardnekkige binnenlandse opstanden blijven een handicap voor het land. Maar ook hier heeft Aquino meer initiatieven ontplooid dan de meeste van zijn voorgangers. Zo wist hij een jaar geleden een akkoord met het Moro Islamitische Bevrijdingsfront op Mindanao te sluiten en hervatte hij in het Noorse Oslo vredesoverleg met communistische rebellen, die lange tijd onder leiding stonden van de inmiddels al vele jaren in Nederland verblijvende Jose Maria Sison.