Epo: vier jaar. Een jointje: twee jaar

Voorstel om zware middelen strenger te bestraffen; opvallend weinig oppositie tegen repressie

Foto Robin Utrecht

Het heeft tien jaar geduurd, maar de roep om (nog) strengere dopingstraffen is eindelijk gehonoreerd. In de voorgestelde wijzigingen van de wereldantidopingcode wordt de standaardschorsing voor gebruikers van zware middelen, zoals het eiwithormoon epo, van twee naar vier jaar verhoogd. Voor lichte producten, zoals het ‘jointje roken’, blijft de maximale straf van twee jaar gehandhaafd.

Die verzwaarde sanctie is het belangrijkste wijzigingsvoorstel van het wereldantidopingbureau Wada op de wereldconferentie, die van vandaag tot en met vrijdag in Johannesburg wordt gehouden. In Zuid-Afrika wordt de dopingcode voor de komende vier jaar vastgesteld.

Naast de atletencommissie van Wada is zware druk uitgeoefend door het IOC, dat aanvankelijk de regel in de code wilde opnemen om een sporter die minimaal zes maanden voor doping is geschorst niet aan de eerstvolgende Olympische Spelen te laten deelnemen – de zogeheten Osaka Rule. Nu de strafverhoging van vier jaar doorgaat, ziet het IOC van die regel af. Omdat de praktijk zal uitwijzen dat een voor vier jaar gestrafte sporter hoe dan ook de eerstvolgende Spelen zal missen.

Een terugkerend ritueel bij de vierjaarlijkse herziening van de dopingcode is de strijd tussen rekkelijken en preciezen. Er is wereldwijd groot verschil in opvatting over streng of gepast straffen, middelen die wel of niet op de dopinglijst thuishoren en de proportionaliteit van de whereabouts, het systeem van de vliegende controles. Nederland hoort bij de rekkelijken.

Maar niet op alle gebieden, want directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit vertelt dat zijn organisatie geen tegenstander is van de stafverhoging tot vier jaar voor zware middelen. Ram heeft echter moeite met de voorgestelde basisregel dat de tuchtrechter bepaalt of een sporter doelbewust heeft gebruikt. Want dat criterium is volgens de nieuwe code leidend.

Tot de zware middelen waarvoor vanaf 2015 de straf tot vier jaar wordt verhoogd, worden bijvoorbeeld testosteron, spierversterkers, cocaïne en bloeddoping gerekend. Voor cannabis, ontstekingsremmers, astmabestrijders en een deel van de stimulantia geldt de lichte staf van minimaal een waarschuwing.

Maar hoe bepaalt een tuchtrechter of een sporter doelbewust te werk is gegaan? Dat blijft arbitrair. Bovendien blijft het principe van strict liability gehandhaafd. Volgens dat uitgangspunt is de sporter verantwoordelijk voor de middelen die in het lichaam worden aangetroffen en behoort hij of zij zelf de onschuld aan te tonen. Dat artikel staat haaks op een basisregel van het het strafrecht, waar de dader onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.

Zonder een nauwkeurige omschrijving van ‘doelbewust gebruik’ bestaat volgens Ram het gevaar dat ook sporters bij gebruik van met steroïden vervuilde voedingssupplementen vier jaar aan hun broek krijgen. Dat neveneffect wil de Dopingautoriteit voorkomen. Maar Nederland zal in Johannesburg niet met een wijzigingsvoorstel komen. Ram vertelt dat geen juridisch geformuleerde verandering is voorbereid, maar in algemene termen de zorgen zullen worden overgebracht.

Het is opmerkelijk dat de voorgestelde strafverhoging tot vier jaar zo weinig oppositie oplevert. Tien jaar terug, bij invoering van de dopingcode, waren vooral de voetbal-, tennis en wielerbond fel gekant tegen de straf van twee jaar. Zij vreesden arbeidsrechtelijke conflicten en schadeclaims. Dat is in de praktijk meegevallen, waarmee de relatieve stilte mogelijk is verklaard.

Zelfs onder juristen houden verklaarde tegenstanders zich koest. Volgens de grootste criticasters stort het systeem van de dopingcontroles als een kaartenhuis in elkaar zodra een twijfelachtige dopingzaak door een burgerrechter wordt getoetst. De praktijk leert dat weinig sporters daartoe zijn genegen. Sporters vinden zo’n procedure al gauw gedoe.

Tot verdriet van Dimitri Dedecker, de Belgische advocaat die onder anderen atlete Adrienne Herzog verdedigt. Hij vervloekt de antidopingcode en noemt de voorgestelde straf van vier jaar „schandalig en buiten proporties.” Dedecker: „Alle nuance ontbreekt. Of je op cannabis of op epo wordt betrapt, je bent en blijft een dopingzondaar. De dopinglijst moet hoognodig worden herzien.”

Maar er is ook goed nieuws voor de sporters. De termijn waarbinnen gemiste dopingtesten gelden, wordt geen achttien maar twaalf maanden. Straks komt na één jaar een gemiste test te vervallen. De regel dat op drie gemiste testen minimaal één jaar schorsing volgt blijft gehandhaafd.