‘Door strikte discipline maakte ze de geest vrij’

Muziekpedagoog Nadia Boulanger leidde talloze grootheden op in Parijs. Volgende week wordt ze herdacht in Amsterdam.

Wat hebben componist Philip Glass, Michael Jackson-producer Quincy Jones en tangokoning Ástor Piazzolla met elkaar gemeen? Ze leerden de kneepjes van het vak in Parijs bij een dame die wel de meest invloedrijke muziekpedagoog van de twintigste eeuw is genoemd: Nadia Boulanger (1887-1979).

Maandagavond organiseert het Young Pianists Festival in het Muziekgebouw aan ’t IJ een Tribute to Nadia Boulanger. Oud-leerlingen, zoals Idil Biret, Jay Gottlieb en Emile Naoumoff, gaan in gesprek over haar nalatenschap en de fascinerende documentaire Mademoiselle van Bruno Monsaingeon uit 1977 wordt vertoond.

De lijst beroemde musici die bij Boulanger studeerden, is eindeloos, met onder meer Elliott Carter, Dinu Lipatti, Yehudi Menuhin en Kathleen Ferrier. Op het conservatorium in Fontainebleau bij Parijs doceerde Boulanger vanaf 1921 tot haar dood compositie en harmonieleer. Vanaf 1948 was ze er ook directrice.

Wat maakte haar tot zo’n gezocht en succesvol pedagoog? De Bulgaars-Franse pianist Emile Naoumoff (1962) stelt dat haar kracht school in haar combinatie van strengheid en enthousiasme, gepaard aan een zeldzame intuïtie voor de specifieke beloftes en mogelijkheden van een student.

Naoumoff: „Haar benadering was gericht op het complete muzikantschap. Ze stelde interpreteren, componeren en improviseren niet tegenover elkaar: ál die facetten moesten ontwikkeld worden. Door strikte discipline wilde ze de geest vrijmaken.” Zo stond ze erop dat leerlingen een stuk dat ze instudeerden, alvorens één pianotoets aan te raken, uit het hoofd opschreven.

Het uitzonderlijk muzikale oor van Boulanger staat buiten kijf. Een anekdote van Leonard Bernstein illustreert treffend een andere kwaliteit: haar analytisch vermogen. Bernstein speelde een nieuw lied voor, tot ze, bijna 90, opveerde en riep: „Ah, een bes in de bas – nee!” Die noot had namelijk al in de rechterhand geklonken, ze wilde een frisse basnoot. De wereldberoemde dirigent voelde zich net een leerling van 21. Bernstein: „Ze begon weer te leven op dat moment, het was alsof ze straalde.”

Het hart van Boulangers lespraktijk werd gevormd door de legendarisch geworden ‘Woensdagen’: groepsbijeenkomsten die ze decennialang wekelijks hield. De studenten dromden samen in haar appartement, waar ze voor de vuist weg oreerde over haar lievelingscomponisten – Bach, Monteverdi, Fauré, Stravinsky – en met groot inzicht de techniek van een compositie ontrafelde. Alléén de techniek: aan het mysterieuze element dat een goedgemaakt werk van een meesterwerk onderscheidt, weigerde ze gedecideerd haar vingers te branden.

Boulanger was wars van innovatie omwille van de innovatie: een componist moest zich een gevestigde taal eigen maken en daarin de vrijheid vinden zichzelf te zijn. Die houding streek sommigen tegen de haren in – ze werd conservatief, ouderwets en snobistisch genoemd.

In Monsaingeons documentaire speelt een piepjonge Emile Naoumoff piano. Om hem te laten ophouden zodra ze iets wil zeggen grijpt Boulanger zijn pols vast. Het is een bevlogen, maar ook intimiderend gebaar. Ook jaren later heeft hij echter niets dan lof voor haar: „Ik leerde dat nederigheid een voorwaarde was voor dienst aan de muze.”

A Tribute to Nadia Boulanger: 18/11, Muziekgebouw aan ’t IJ A’dam. Young Pianists Festival t/m 24/11. Inl: ypf.nl