‘Dit is geen profiel van Sander’

Veertien jaar na de dood van journalist Sander Thoenes op Oost-Timor maakte Step Vaessen een documentaire over hem.

Foto ANP

Het is bizar, vertelt Step Vaessen. 21 september 1999 is een cruciale datum geworden in haar leven. Op die dag zat ze samen met haar man André Bentlage op Oost-Timor om verslag te doen van hoe Indonesische soldaten op hun uittocht het land plunderden, vrouwen verkrachtten en mannen vermoordden.

Op die dag werd hun Nederlandse collega en vriend Sander Thoenes, werkzaam voor onder meer de Financial Times en Vrij Nederland, van zijn brommer gesleurd en langs de kant van de weg doodgeschoten, volgens ooggetuigen door Indonesische militairen van bataljon 745. En het geweld op die dag droeg bij aan de depressies van Vaessens man, die zo hevig werden dat hij zich drie jaar geleden van het leven beroofde. „Gek. Ik heb geen idee welke dag het was. Woensdag? Dinsdag? Ik zou het niet kunnen zeggen”, zegt Vaessen.

Veertien jaar later kan Vaessen zich niet meer herinneren dat het inderdaad een dinsdag was, maar de moord op Thoenes en de chaos op Oost-Timor laten haar niet los. Voor tv-zender Al Jazeera maakte ze een documentaire die deze week op de zender wordt uitgezonden. Ze ging terug naar het eiland en volgt het spoor van zowel bataljon 745 als die jonge en blonde Nederlandse journalist die dag.

Waarom heeft u nu deze documentaire gemaakt?

„Al Jazeera heeft een programma dat Correspondent heet. Daar hebben journalisten ruimte, tijd, geld om een persoonlijk verhaal te vertellen. Lang twijfelde ik. Ik wilde terug naar Oost-Timor om te zien wat het met mij en mijn vrienden heeft gedaan. Ik had gehoopt dat de tijd meer rust en afstand zou geven. Maar ik vond dat ik dan ook de persoonlijke kant moest vertellen. Ik zou kijkers bedriegen als ik dat deel zou verzwijgen. Het duurde even voordat ik mijzelf had overtuigd dat ik bereid was mij kwetsbaar op te stellen.”

U interviewt collega’s en vrienden over een gedeelde traumatische ervaring. Hoe kon u dat journalistiek benaderen?

„Dat lukte niet. Ik heb deze film als mijzelf gemaakt en niet als journalist. De afstand en rust die ik zocht waren er niet. Niet bij mij, niet bij mijn journalistenvrienden en ook niet bij de Oost-Timorezen. Op een gegeven moment interviewde ik een vrouw die spontaan vertelde drie keer te zijn verkracht door Indonesische soldaten en daar drie zonen van heeft gekregen. Dat floepte ze er uit, zo graag wilde zij eens een keer gehoord worden.”

Kijkers komen over Sander Thoenes weinig meer te weten dan dat hij een aardige Nederlander was en dat hij is doodgeschoten. Bewust?

„Dit is geen profiel van Sander. De moord op één Nederlandse journalist is zeker belangrijk, maar op die dag zijn er misschien twintig anderen gedood. Hoeveel weten we niet. Dat is het gevolg van de straffeloosheid die in Indonesië gangbaar is. De leiders zijn nooit verantwoordelijk gehouden en de bevolking heeft nooit de waarheid gehoord, dat is helaas de norm hier. Het zegt genoeg dat toenmalig legerleider Wiranto nu presidentskandidaat is voor de verkiezingen volgend jaar. Juist die straffeloosheid moest het hoofdthema worden.”

Waarom?

„De hoogtijdagen van mannen als Wiranto zijn voorbij, als weten ze dat zelf niet. De helft van de Indonesiërs is onder de dertig. Zij willen vooruit. Zij zijn de toekomst van het land. Maar om een echt volwassen democratie te worden, moeten zwarte bladzijdes in de geschiedenis, zoals Oost-Timor maar ook de communistenjacht van 1965, erkend worden. Er moet een cultuur van waarheidsvinding en verantwoordelijkheid ontstaan. Ik hoop dat mijn documentaire daar aan bijdraagt.”

Is uw reis naar Oost-Timor een vorm van verwerking?

„Wat betekent dat? Heb ik alles pas verwerkt als ik naar de film kan kijken en niet meer huil? Nee. Ik zou nooit willen dat ik daar zo afstandelijk naar kan kijken. Wat daar gebeurd is, is onderdeel van mijn leven. Mijn zoon is daar toen verwekt. Wel huilen, maar na afloop geen nare gevoelens van schuld hebben, dat lijkt mij mooi genoeg.”

Hebben journalisten de neiging oorlogstrauma’s te bagatelliseren?

„Na de tsunami in Atjeh in 2004 bood de NOS psychologische steun aan. Maar om naar Nederland te vliegen voor een paar gesprekken zag ik niet zitten. Terugkeren werkt voor mij beter. Terug naar Atjeh om te zien hoe het leven zich weer opbouwt. Terug naar Oost-Timor om te zien dat de verschrikkingen van september 1999 uiteindelijk leidden tot vrede. Dat is het verschil met André, die ging niet terug.”

Heeft uw zoon de documentaire gezien?

„Nog niet. Vorige week vrijdag heb ik met een groep vrienden weer gekeken. Dat zou een mooie kans zijn geweest, maar hij had een feestje. Hij wil de film zien. ‘We gaan er een mooi moment voor uitkiezen’, zei hij. Het hoeft van mij ook niet nu. Ik wilde een document maken waar hij later in zijn leven nog naar zou kunnen kijken. Het gaat tenslotte ook over het leven van zijn vader, en van zijn moeder.”

Bekijk de uitzending via: http://nrch.nl/35y2